Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

EnglishEspañolFrançais

Gilbert Van Landschoot

Een belofte aan zijn vader — het Canadamuseum en de Tuinen van Adegem

Klik op een onderwerp om de tekst open te klappen.

Een belofte aan zijn vader werd voor Gilbert Van Landschoot het begin van een blijvend herinneringsproject. In Adegem bouwde hij aan een museum dat de Canadese en Poolse bevrijders een plaats geeft in het geheugen van de streek. Het Canada–Poland War II Museum verbindt familiegeschiedenis met de oorlogservaringen van het Meetjesland en met de levens van soldaten die van ver kwamen. [1] [5]

Een familieverhaal met internationale betekenis

De bevrijding veranderde het leven van de familie Van Landschoot. Een generatie later kreeg die herinnering een openbaar karakter: bezoekers uit België, Canada, Polen en andere landen kunnen in Adegem kennismaken met de mensen achter uniformen, voorwerpen en historische gebeurtenissen.

Gilbert en zijn familie

Gilbert werd op 16 januari 1951 in Adegem geboren. Hij trouwde in september 1975 met Erna De Sutter. Hun dochters heten Benedicte en Alexandra - Adanceschool ↗ . De museumwebsite beschrijft het museum nadrukkelijk als een familieonderneming, waarin ook de volgende generatie verantwoordelijkheid opneemt. [1]

Zijn broer Adriaan Van Landschoot kreeg bekendheid in de muziekwereld en als oprichter van Radio Atlantis. Beide levensverhalen hebben hun vertrekpunt in Adegem, maar kregen een eigen invulling. Bij Gilbert staan de herinnering aan de bevrijders en de inrichting van een museum en tuinen centraal; bij Adriaan muziek, radio en ondernemerschap.

Maurits Van Landschoot: het verhaal achter de belofte

Op de museumwebsite vertelt Gilbert hoe zijn vader Maurits Van Landschoot de bezetting meemaakte. De familie van grootvader Camiel Van Landschoot woonde bij het vliegveld van Adegem–Maldegem. Landbouw, voedselvoorziening en de Duitse aanwezigheid raakten er met elkaar verweven. Volgens Gilberts relaas gaf het leveren van voedsel Maurits toegang tot het vliegveld, waar hij clandestiene activiteiten zou hebben verricht. [2]

Het familieverhaal vermeldt een verborgen radiozender, het doorgeven van informatie en sabotage. Het beschrijft ook hoe Maurits in september 1944 bij Aalter in de gevechten terecht dreigde te komen. Poolse militairen zouden hem hebben gewaarschuwd zich te verbergen; de Canadese opmars naar Adegem maakte vervolgens een einde aan de onmiddellijke Duitse dreiging. Gilbert brengt zo zowel de Poolse als de Canadese bevrijders in verband met het overleven van zijn vader. [2]

Na de oorlog trouwde Maurits met Germaine Longueville. Het relaas vermeldt ook zijn latere beroep als boomhandelaar. [2]

Over de aard van deze familiebron

Het verhaal over Maurits is gepubliceerd als herinnering van zijn zoon Gilbert. Het is een waardevolle bron voor de manier waarop de familie de bezetting en bevrijding herinnert. De beschreven clandestiene handelingen worden hier daarom aan dat relaas toegeschreven; deze pagina presenteert ze niet als afzonderlijk getoetste archiefbevindingen. De museumwebsite gebruikt zowel de naamvorm Maurits als Maurice.

Opmerkelijk voor deze familiewebsite: bij verschillende historische familiefoto’s vermeldt de museumwebsite Hans Van Landschoot of H. Van Landschoot als bron. [2]

Een laatste wens krijgt vorm

Volgens de museumgeschiedenis vertelde Maurits in 1987, toen hij na een hartaanval op zijn sterfbed lag, over zijn geheime oorlogservaringen. Hij vroeg Gilbert iets terug te doen voor de bevrijders. Gilbert legde aanvankelijk bloemen neer bij de jaarlijkse herdenking op het militaire kerkhof in Adegem. Het naderende vijftigjarige bevrijdingsjubileum gaf aanleiding tot een groter initiatief. [1]

De betekenis van die belofte ligt in haar eenvoud: dankbaarheid moest zichtbaar worden en doorgegeven kunnen worden. Een bloemstuk begeleidt een herdenkingsmoment; een museum kan de herinnering doorheen het jaar toegankelijk maken. Het geeft ook mensen die de oorlog nooit meemaakten een plaats om vragen te stellen over bezetting, bevrijding en de prijs van vrijheid.

1994 en 1995: van initiatief tot officieel museum

De eigen ontstaansgeschiedenis situeert het begin van de bouw in de zomer van 1994. Gilbert werkte samen met zijn gezin en vrijwilligers. Rond de vijftigste herdenking van de bevrijding kwam er een eerste, tijdelijke tentoonstelling met stukken die verzamelaars uit de streek in bruikleen hadden gegeven. [3]

Op 11 september 1994 kreeg deze tentoonstelling bezoek van Belgische en Canadese vertegenwoordigers. De museumwebsite noemt de Canadese ambassadeur Jean-Paul Hubert en de minister van Veterans Affairs, Lawrence MacAulay. Hun belangstelling en steun hielpen het idee van een permanente tentoonstelling vooruit. Een lokaal herinneringsinitiatief kreeg daarmee al vroeg een internationale dimensie. [3]

De officiële opening volgde op 28 juni 1995, in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Belgische koning en Belgische en Canadese prominenten. Het onderscheid verklaart waarom bronnen zowel 1994 als 1995 als beginjaar noemen: het initiatief en de eerste tentoonstelling dateren van 1994, de officiële opening van 1995. [1] [3]

Adegem, het Leopoldskanaal en de Slag om de Schelde

Het museum staat in een streek waar de bevrijding letterlijk door het landschap trok. In het najaar van 1944 volstond de bevrijding van Antwerpen niet om de haven te gebruiken: Duitse troepen beheersten nog de toegangen langs de Schelde. De geallieerden moesten die vrijmaken om bevoorrading over zee mogelijk te maken. [4]

Een belangrijk onderdeel was het veroveren van de Breskens Pocket, het gebied ten noorden van het Leopoldskanaal en ten zuiden van de Westerschelde. Op 6 oktober 1944 begon de aanval van de 3de Canadese Infanteriedivisie over het kanaal. De weerstand was zwaar en de eerste bruggenhoofden bleven dagenlang kwetsbaar. Deze strijd vormt de achtergrond van de herinnering aan Operatie Switchback. [4]

Het nabijgelegen Adegem Canadian War Cemetery maakt de menselijke verliezen tastbaar. Veterans Affairs Canada vermeldt er 848 Canadese graven; veel van die militairen sneuvelden bij de gevechten om de Breskens Pocket. Museum en begraafplaats bieden verschillende vormen van herinnering: de ene vertelt verhalen met voorwerpen, de andere bewaart de namen en rustplaatsen van de gevallenen. [4]

De collectie: oorlogsgeschiedenis op menselijke schaal

Liberation Route Europe beschrijft het museum als een particuliere instelling met originele uniformen, wapens, uitrustingsstukken en schaalmodellen. Een belangrijk deel van de presentatie bestaat uit levensgrote diorama’s: ingerichte scènes waarin kleding, materiaal en omgeving samen een historisch moment oproepen. Ook een originele Bren Carrier behoort tot de vermelde stukken. [5]

Die opstelling helpt de afstand tussen een hedendaagse bezoeker en de gebeurtenissen van 1944 te verkleinen. Een uniform krijgt betekenis wanneer zichtbaar wordt welke uitrusting erbij hoorde en onder welke omstandigheden iemand ermee leefde. Een voertuig roept vragen op over verplaatsing en bescherming; een persoonlijk voorwerp over het dagelijkse bestaan tussen de gevechten.

Dezelfde erfgoedroute wijst op de aangrenzende tearoom met glasramen waarin emblemen van Canadese eenheden voorkomen. Ook buiten de eigenlijke tentoonstellingsruimte wordt het herinneringsthema dus voortgezet. Het geheel laat zien hoe een privé-initiatief verschillende vormen van historische presentatie kan samenbrengen. [5]

Ook de Poolse bevrijders krijgen een plaats

In 2004 kwam de Poolse afdeling erbij, met aandacht voor generaal Stanisław Maczek en de Poolse bevrijders. In 2019 volgde een uitbreiding van de rechtervleugel. De naam Canada–Poland War II Museum weerspiegelt daarmee de bredere herdenkingsopdracht. [1]

Voor het familieverhaal is die dubbele aandacht betekenisvol. De herinnering aan de bevrijding wordt gedragen door verschillende ontmoetingen en ervaringen. Door Canadese en Poolse bijdragen samen te presenteren, kan het museum laten zien hoe de lokale geschiedenis verbonden is met mensen en militaire eenheden uit meerdere landen.

Aandacht en erkenning vanuit Canada

Gilberts inzet bleef ook in Canada zichtbaar. In de officiële publicatie Honours & Recognition 2013 van de Canadese Defensie staat zijn naam vermeld. De motivering prijst zijn bijzondere toewijding aan de bouw en het onderhoud van het Canada/Poland War Museum in Adegem over de periode 1995–2012. [7]

Een andere getuigenis is het artikel A liberation legacy van John Goheen, gepubliceerd in Legion Magazine op 30 juli 2024. Het verbindt Maurits’ oorlogservaringen met Gilberts museuminitiatief en beschrijft hoe lokale bewoners met bewaarde uniformen, uitrusting en andere voorwerpen hielpen om de collectie op te bouwen. [6]

Goheen besteedt aandacht aan de verzorgde diorama’s en aan het gebouw, waar glasramen en architecturale symboliek de herinnering mee dragen. Hij laat ook Alexandra aan het woord over de betekenis voor nieuwe generaties. Het artikel toont hoe een herinneringsplaats in een Vlaams dorp een publiek aan de andere kant van de Atlantische Oceaan blijft aanspreken. [6]

Een verschil tussen de beschrijvingen van de bouw

Legion Magazine beschrijft een bijzonder snelle bouwfase in 1995, terwijl de museumwebsite al een bouwbegin en tijdelijke tentoonstelling in 1994 vermeldt. Deze pagina volgt voor de tijdlijn de eigen museumgeschiedenis en onderscheidt het ontstaan van de officiële opening. [3] [6]

Calgary Herald — zondag 1 mei 2005

Ook het door Hans Van Landschoot aangedragen krantenknipsel uit de Calgary Herald hoort bij dit dossier. Het artikel is geschreven door David Bly, in de rubriek Heritage, onder de titel Belgian hero’s museum remembers Canadians. Hieronder staat de scan van het artikel; klik erop om hem op oorspronkelijke grootte te openen.

Krantenknipsel over Gilbert Van Landschoot en het Canadamuseum in Adegem, Calgary Herald, 1 mei 2005
Calgary Herald, zondag 1 mei 2005. Krantenknipsel uit het door Hans Van Landschoot aangeleverde dossier. Klik op de afbeelding voor de volledige grootte.

Wat David Bly in 2005 beschreef

De journalist begint bij de tegenstelling tussen het openbare beeld van Maurits en het verhaal dat Gilbert over zijn vader vertelde. Omdat Maurits voedsel en andere goederen aan de Duitsers leverde, zouden sommige buren hem als een collaborateur hebben beschouwd. Volgens het artikel verborg hij tegelijk mensen die voor de Gestapo vluchtten, saboteerde hij vliegtuigen en gaf hij informatie door aan de geallieerden. Bly presenteert deze geschiedenis grotendeels via Gilberts herinneringen en verklaringen.

Vervolgens beschrijft Bly hoe de belofte uit 1987 uitmondde in een museum. Jaarlijkse herdenkingen en bloemleggingen waren voor Gilbert een begin, maar hij wilde de Canadese bijdrage ook aan een volgende generatie uitleggen. Het museum moest daarvoor een blijvende plaats bieden. Gilbert vertelde de journalist dat hij zonder architect of voorafgaand ontwerp werkte en dat een intensieve bouwfase met zijn vrouw, twee dochters en zes mannen slechts 34 dagen duurde.

Het gebouw krijgt in de reportage veel aandacht. Bly noemt de grote hoeveelheden eikenhout, de zware dakbalk en de glasramen met heraldiek en militaire emblemen. De aangrenzende zaal kon zowel als tearoom als dansruimte dienen. Uit Gilberts toelichting komt naar voren dat hij een plek wilde maken waar mensen samenkwamen en langer bleven dan voor een korte rondgang langs vitrines.

Ook de presentatie van de collectie valt op. Originele uniformen werden zo nauwkeurig mogelijk samengesteld, met de juiste onderscheidingstekens. Gilbert wilde de opgestelde figuren bovendien laten lijken op de soldaten van wie de kleding afkomstig was. Foto’s hielpen bij die individualisering. Zo richtte zijn aandacht zich op de persoon achter het voorwerp.

Een voorwerp met een bijzondere familiebetekenis is de geheime radiozender die volgens de reportage door Maurits werd gebruikt. Bly verbindt het toestel met het doorgeven van informatie over Duitse vliegtuigen. Gilbert vertelde daarbij dat korte uitzendingen nodig waren om ontdekking door radiopeiling te vermijden.

De reportage laat ook Alexandra aan het woord. Zij beschrijft hoe oorlogservaringen en oude tegenstellingen nog lang in het dorp konden doorwerken. Tegelijk geeft zij de familiale opdracht een toekomst: wie hulp heeft ontvangen, moet bereid zijn iets terug te doen. De zorg voor het museum en de herinnering aan de Canadezen hoort volgens haar bij die houding.

Een tijdsbeeld uit 2005

Het knipsel toont Gilbert als bouwer, verzamelaar en verteller, met zijn familie om hem heen. Het is ook een momentopname: genoemde plannen, aantallen en persoonlijke verklaringen behoren bij de reportage van 2005. Voor de huidige werking wordt elders op deze pagina naar de recente museuminformatie verwezen.

De Tuinen van Adegem

Gilberts creativiteit kreeg naast het museum ook vorm in de Tuinen van Adegem. De eigen audiogids vermeldt een aanleg die in 1976 begon en ongeveer drie hectare tuinen omvat. Het terrein kreeg verschillende sferen: een romantische Franse tuin, een Japanse tuin, een Engelse landschapstuin en een exotische tuin met een druïdencirkel. [8]

De audiogids benadrukt dat Gilbert de tuinen zelf vormgaf op grond die oorspronkelijk aan zijn vader toebehoorde. De wandeling voert langs vijvers, rozen, een theehuis, beelden en uiteenlopende tuinruimten. Bij de uitleg zijn ook korte quizvragen voor kinderen voorzien. [8]

Museum en tuin vragen elk om een andere manier van kijken. In de tentoonstelling staat het oorlogsverleden centraal; in de tuin kan de bezoeker rustiger wandelen en indrukken laten bezinken. Samen geven ze de plek een persoonlijk karakter: beide zijn het resultaat van langdurige betrokkenheid bij een terrein en bij wat daarop verteld en getoond kan worden.

Herinnering doorgeven

Volgens de museumwebsite neemt de volgende generatie het werk mee over. Alexandra zet zich in voor het verbinden van uniformen met namen, foto’s en levensverhalen, en voor schoolprojecten. Haar zus Benedicte is eveneens bij de werking betrokken. [1]

Daar ligt een belangrijke toekomst voor een collectie als deze. De vraag is niet alleen wat een voorwerp is, maar ook wie het gebruikte en hoe diens leven door de oorlog werd geraakt. Wanneer die persoonlijke gegevens bewaard blijven, kan een bezoek verder gaan dan het bekijken van militair materiaal: het wordt een ontmoeting met mensen uit het verleden.

Een blijvende plaats in de familiegeschiedenis

In dit dossier komen drie vormen van herinnering samen: het doorgegeven verhaal van Maurits, het levenswerk van Gilbert en de zorg waarmee de volgende generatie de verhalen toegankelijk houdt. Zo kreeg een persoonlijke belofte een betekenis die verder reikt dan de familie en het dorp.

Het museum bezoeken

Het Canada–Poland War II Museum ligt aan Heulendonk 21, 9991 Adegem, een deelgemeente van Maldegem. Toerisme Meetjesland verwijst naar het museum als een plaats waar het verhaal van de bevrijding wordt doorverteld. [9]

Raadpleeg voor actuele openingstijden, tarieven, groepsbezoeken en de tuinen de officiële museumwebsite. Zo beschikt u voor een bezoek over de meest recente informatie.

Bronnen en verdere lectuur

Geraadpleegd op 3 oktober 2026. Het familieverhaal over Maurits wordt als zodanig aangeduid. De verwijzing naar de Calgary Herald en het afbeeldingsbestand zijn door Hans Van Landschoot aangeleverd; de scan is opgenomen en hierboven in het Nederlands samengevat. Auteur en fotocredit: David Bly / Calgary Herald. Uitspraken uit de reportage zijn als historische verklaringen behandeld.

  1. Museum — ontstaan en familie
  2. Gilberts familieverhaal over Maurits
  3. Museum — eerste tentoonstelling in 1994
  4. Veterans Affairs Canada — Slag om de Schelde
  5. Liberation Route Europe — museumcollectie
  6. John Goheen, A liberation legacy, Legion Magazine, 30 juli 2024
  7. Canadese Defensie — Honours & Recognition 2013, gedrukte pagina 96
  8. Tuinen van Adegem — eigen audiogids
  9. Toerisme Meetjesland — Canada Poland Museum
Volledige scan van het Calgary Herald artikel van David Bly