← Terug naar overzicht 1200–1300
Lanc scoet in een akte van 1298
In een akte uit 1298 verklaren zuster Alise,
abdis, en het convent van Dorensele dat zij van
Blocke van den Velde één bunder land hebben gekocht.
De akte is bijzonder belangrijk omdat zij de plaatsnaam
Lanc scoet vermeldt.
Waarom deze vermelding belangrijk is:
de vorm Lanc scoet komt hier duidelijk voor als
plaats- of veldnaam. De akte toont dus dat een naamvorm die nauw aansluit
bij Landschoot, Lanscoet,
Lenscoet en verwante schrijfwijzen al op het einde van
de dertiende eeuw als landschappelijke aanduiding gebruikt werd.
Lanc scoet
Lanscoet
Lenscoet
Landscoet
Landschoot
Van Landschoot
1298
Een aankoop door het convent van Dorensele
De akte begint met de verklaring van zuster Alise,
abdis, en het convent van Dorensele. Zij maken bekend
aan allen die deze brief zullen zien of horen voorlezen, dat zij van
Blocke van den Velde één bunder land hebben gekocht.
Dat land lag niet op één aaneengesloten plaats, maar was verdeeld in
twee helften. De ene helft lag in Moenkijns gaver,
tussen het land van het convent en het land van de Bijloke.
De andere helft lag in Lanc scoet.
Oude tekstvermelding van Lanc scoet
ligghende de ene heelft jn moenkijns gauer tusschen onsen lande ende
dier van der biloke, ende dandre heelft jn lanc scoet
In hedendaags Nederlands betekent dit:
het bunder land lag voor de ene helft in Moenkijns gaver,
tussen het land van het convent en dat van de Bijloke,
en voor de andere helft in Lanc scoet.
Erfelijke cijns
Het land wordt opnieuw aan Blocke gegeven
Nadat het convent het bunder land had gekocht, gaf het datzelfde land
opnieuw aan Blocke van den Velde in
erfelijke cijns. Dat betekent dat Blocke het land kon
blijven gebruiken, maar dat hij voortaan jaarlijks een vaste cijns moest
betalen aan het convent.
Die jaarlijkse betaling bedroeg tien schellingen,
te betalen op Sint-Baafsdag. Het convent kreeg zo een
blijvende inkomstenbron, terwijl Blocke het gebruik van het land behield.
“ende dit vorseide bunre lands ebben wi ghegheuen desen vorseiden blocke
te erueliken cense om .x. ᨣ tsiaers te gheldene te sente bamesse”
Vrij vertaald: dit voornoemde bunder land hebben wij aan dezelfde
Blocke gegeven in erfelijke cijns, voor tien schellingen per jaar,
te betalen op Sint-Baafsdag.
Waarborg
Zekerheid voor het convent
De akte bevat ook een duidelijke waarborg. Indien de ene schuld de
andere zou volgen of wanneer er problemen ontstonden met de betaling,
dan mocht het convent zijn hand leggen op het voornoemde land alsof
het hun eigen erfgoed was.
Ook wanneer er iets ontbrak aan het bunder land of wanneer het recht
van het convent niet volledig verzekerd bleek, moest Blocke daarvoor
instaan. Hij verbond zijn goederen en al zijn land om het convent
volledig genoegdoening te geven volgens het recht.
“so souden wi onse hande slaen an dit vorseide land alse an ons erue”
Dat betekent: het convent mocht zich op het land verhalen alsof het
tot hun eigen erfgoed behoorde.
Getuigen
De aanwezige getuigen
Als getuigen worden in de akte verschillende personen genoemd:
heer Hughe Mudden, pastoor van De Kluize,
Jacop, zijn zoon,
Wouter Lobben,
Wouter van Axle, zijn stiefzoon,
Jan den Vos van Mendonk
en Jan Weinine.
Deze getuigen bevestigden mee de geldigheid van de transactie en de
afspraken rond de cijns en de waarborg.
Donderdag vóór Sint-Katelijnedag
Bezegeling van de akte
Om de overeenkomst vast en blijvend te maken, werd de akte bezegeld
door de voornoemde abdis, door de parochiepastoor van
De Kluize en door heer Hughe Haiman,
kapelaan van Dorensele.
De akte werd opgesteld in het jaar ons Heren 1298,
op de donderdag vóór Sint-Katelijnedag.
Sint-Katelijnedag valt op 25 november. De akte dateert dus van de
donderdag vóór die feestdag in 1298.
Hertaling in doorlopende vorm
Wij, zuster Alise, genaamd abdis, en het convent van Dorensele, maken bekend
aan allen die deze brief zullen zien of horen voorlezen, dat wij van
Blocke van den Velde één bunder land hebben gekocht.
De ene helft van dat land ligt in Moenkijns gaver, tussen ons land en het
land van de Bijloke. De andere helft ligt in Lanc scoet.
Dit voornoemde bunder land hebben wij vervolgens aan dezelfde Blocke gegeven
in erfelijke cijns, tegen een jaarlijkse betaling van tien schellingen,
te betalen op Sint-Baafsdag.
Indien het zou gebeuren dat de ene schuld de andere achtervolgt, dan mogen
wij onze hand leggen op dit voornoemde land alsof het ons eigen erfgoed is.
Indien ons iets zou ontbreken aan dit voornoemde bunder land, dan verbindt
de voornoemde Blocke daarvoor zijn goederen en al zijn land, om ons volledig
genoegdoening te geven volgens ons recht.
Als getuigen traden op: heer Hughe Mudden, pastoor van De Kluize; Jacop,
zijn zoon; Wouter Lobben; Wouter van Axle, zijn stiefzoon; Jan den Vos van
Mendonk; en Jan Weinine.
Om dit vast en bestendig te houden, hebben wij, de voornoemde abdis, de
parochiepastoor van De Kluize en heer Hughe Haiman, kapelaan van Dorensele,
deze brief bezegeld met onze zegels.
Dit werd gedaan in het jaar ons Heren 1298, op de donderdag vóór
Sint-Katelijnedag.
Betekenis voor de naamgeschiedenis
Deze akte is vooral belangrijk door de vermelding
“ende dandre heelft jn lanc scoet”. Hier is
Lanc scoet geen familienaam, maar een plaats- of veldnaam.
Het gaat om een aanduiding van de ligging van een deel van het verkochte
bunder land.
Voor het onderzoek naar Landschoot,
Lanscoet, Lenscoet en andere varianten is
dit waardevol. De akte toont dat een vorm als Lanc scoet
reeds in 1298 bestond als geografische naam. Dat ondersteunt de verklaring
dat de latere familienamen uit een plaatsnaam of landschappelijke aanduiding
konden groeien.
De tekst past daardoor mooi bij de bredere naamontwikkeling: eerst een
plaats of stuk land, daarna een aanduiding voor personen die met die plaats
verbonden waren, en uiteindelijk een erfelijke familienaam.
Online bronverwijzing
De vorm Lanc scoet kan ook worden nagekeken via het
Corpus Gysseling, waar Middelnederlandse bronnen en
naamvormen doorzoekbaar zijn.
Bekijk Lanc scoet in het Corpus Gysseling
Externe link naar het Corpus Gysseling, Instituut voor de Nederlandse Taal.