Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

Willem Van Lanschoot en zijn leengoed in Knesselare

Een rapport en denombrement van ongeveer drie gemeten grond, gekocht van Niclaes Minens en gehouden van het leenhof van Knesselare.

1563 · datumformule te controlerenKnesselareWillem, zoon van JanARA · Leengoed nr. 10903 · bronnotitie
12 april 1563 — volgens de laatste transcriptie

Wat de akte vertelt

Willem Van Lanschoot, zoon van Jan, geeft aan het leenhof een schriftelijke beschrijving van zijn leen. Het omvat ongeveer drie gemeten binnen de parochie Knesselare. Hij heeft het verkregen door koop van Niclaes Minens, zoon van Willeboort. Het rapport noemt de belendingen, de verplichtingen tegenover de leenheer en de baljuw die het in ontvangst neemt.

Willem bekrachtigt de verklaring met zijn eigen aangehangen zegel. Volgens de bijgevoegde bronnotitie vertoont dit zegel een wiel.

Opmerking bij de datum. De transcriptie eindigt met “XII den dach van April XV c LXIII voor paesschen”. De gebruikelijke omzetting van een paasstijldatum naar een jaar dat op 1 januari begint, mag hier niet automatisch gebeuren: Pasen viel in 1564 op 2 april volgens de toenmalige Juliaanse kalender. Een 12 april 1564 lag dus ná Pasen. De meest recente transcriptie van de onderzoeker vermeldt “(12 april 1563)”; die toevoeging is hier overgenomen. De eerdere notitie gaf 1564. Dag, maand, jaarcijfers en de woorden “voor paesschen” moeten op het origineel worden nagezien. Zie de toelichting over de datum.

Afbeeldingen — bronfragment, brief en illustratief zegel
De oorspronkelijke brief van Willem Van Lanschoot met onderaan het werkelijk aangehangen zegel
De oorspronkelijke brief met het aangehangen zegel, onderaan zichtbaar. De details van het zegel zijn op deze afbeelding niet volledig te onderscheiden. Beweeg de muis over de brief om deze te vergroten.
Originele tekst — Rapoort ende denombrement

De aangeleverde transcriptie, met behoud van de regels en lezingen. De toevoeging “(12 april 1563)” is overgenomen uit de meest recente versie van de onderzoeker. Zie de afzonderlijke toelichting bij de datum.

- Rapoort ende denombrement van leene dat Ic Willem Van Lanschoot - filius Jans ben houdende te leene ende in manschepe van onzen gheduchten heere Philips - Conijnck van Spaingen ende grave van Vlaenderen ende als van zijnen heershepe ende - hove vanden knesselaerschen ligghende binnen der prochie van Knesselaere suut vanden kercken. - Tselve mijn voorseit leen goet zijnde drie ghemeten lichtelick min of meer de - kerke van Knesselaar es naest ghelandt Ande zuytsijde ende de hoors Lowys Valcke - Ande noortzijde oost den waterganck hoofdende metten westhende upden wech die loopt van - knesselare naer Haeltere ende naer buntlere. Welck leen mij becomen es by coope van - eenen nyclaes minens filius Willeboorts.Dit selve voorseide leen staende ter trauwe ende - waerhede mijnen gherechten heere ende alst verandert ter bester vrome van dry ende - Camerlijncghelt ende ofrecht ghelijck andre leenen ghehouden vanden voorseiden hove ende - Alsment vercoopt ten thiensten pennijnck van dat ghelt. Aldus zo gheve ic Willem voornoemt - mijn voorseide leen overe naer mijn beste weten ende vermoghen upden tijt van nu inde - handen van Jacop van audenberghe bailli der Conincklijke majesteit van sijn voorseide heerschepe - ende hove van den knesselaerschen ende waert dat ic mijn voorseide leen meer of - min vut gave dant behoort tzij van groot of van vrihede. Bidde om over het... - Te staen om tzelve te meerdren of mindren volghens mijns voorseiden heeren registre - ter discretie vande mannen vanden selven hove wiens huusghenoodt ic ben upden - dach van heden. In kennesse der waerhede zo hebbe ic Willem voornoemt dit raport - ghezeghelt met mijn propren zeghele hier onder An huut anghende desen XII den dach - van April XV c LXIII voor paesschen.(12 april 1563)
Hertaling in hedendaags Nederlands

Inhoudelijke hertaling naar de aangeleverde transcriptie. Vierkante haken markeren een onzekere lezing of uitleg.

Rapport en opsomming van het leen dat ik, Willem Van Lanschoot, zoon van Jan, in leen en in leenmanschap houd van onze geduchte heer Filips, koning van Spanje en graaf van Vlaanderen, uit hoofde van zijn heerlijkheid en hof van Knesselare. [De inleiding vermeldt een ligging binnen de parochie Knesselare, ten zuiden van de kerk; de samenhang met de belendingen hieronder is te controleren.]

Mijn genoemde leengoed is ongeveer drie gemeten groot, iets minder of meer. Aan de zuidzijde grenst het aan de kerk van Knesselare [vermoedelijk kerkgrond], aan de noordzijde aan de erfgenamen van Lowys Valcke en aan de oostzijde aan de watergang. Met het westelijke uiteinde komt het uit op de weg van Knesselare naar Haeltere en naar Buntlere.

Dit leen is mij toegekomen door aankoop van een zekere Niclaes Minens, zoon van Willeboort. Ik houd het in trouw aan mijn rechtmatige heer. Bij overgang is het onderworpen aan het recht van de “beste vrome van drie” [waarschijnlijk de beste jaaropbrengst uit drie jaren], met kamerlinggeld en hofrecht, zoals de andere lenen die van het genoemde hof worden gehouden. Bij verkoop is de tiende penning van de verkoopsom verschuldigd.

Zo geef ik, de genoemde Willem, naar mijn beste weten en vermogen mijn leen aan, zoals het er nu voorstaat, in handen van Jacop van Audenberghe, baljuw van de koninklijke majesteit voor deze heerlijkheid en dit hof van Knesselare.

Mocht ik mijn leen groter of kleiner hebben opgegeven dan het behoort te zijn, hetzij wat de oppervlakte, hetzij wat de vrijheden betreft, dan verzoek ik [onvolledig overgeschreven formule] dat de aangifte kan worden vermeerderd of verminderd volgens de registers van mijn heer, naar het oordeel van de leenmannen van dit hof, waartoe ik op heden behoor.

Als bewijs van de waarheid heb ik, Willem voornoemd, dit rapport bezegeld met mijn eigen zegel, hieronder aangehangen, op de twaalfde dag van april vijftienhonderddrieënzestig, vóór Pasen. [Datering zoals overgeschreven; de omzetting naar 1564 blijft te controleren.]

Verklaring van woorden en verplichtingen
Woord of formuleBetekenis in deze akte
Rapport en denombrementEen aangifte en beschrijving van een leen: de leenhouder verklaart welk goed hij houdt en onder welke voorwaarden.
Filius JansZoon van Jan. Dit is de uitdrukkelijke vader-zoonrelatie in de tekst.
In leen en in manschepeAls leen gehouden, met erkenning van de leenheer. De akte beschrijft leenbezit, geen gewone jaarlijkse pacht.
Drie gemeten, lichtelijk min of meerEen benaderde oppervlakte volgens een plaatselijke landmaat. Zonder vaststelling van de gebruikte maat wordt hier geen exact aantal vierkante meters opgegeven.
Ghelandt / hoofdendeAangrenzend / met het uiteinde uitkomend op. “De kerk” kan in een belending kerkelijk grondbezit aanduiden.
De hoors Lowys ValckeDe erfgenamen van Lowys Valcke; geen vermelding van afzonderlijke namen of verwantschapsgraden.
Ter bester vrome van dryWaarschijnlijk een recht op de beste jaaropbrengst uit drie jaren bij overgang van het leen. Deze uitleg past bij historische omschrijvingen van “beste vrome”; de precieze toepassing in dit leenhof blijft te toetsen.
Camerlijncghelt ende ofrechtKamerlinggeld en vermoedelijk hofrecht: bijkomende rechten verbonden aan de behandeling bij het leenhof. De transcriptie geeft hier geen afzonderlijke bedragen.
Ten thiensten pennijnckDe tiende penning: één tiende, dus 10% van de verkoopsom, verschuldigd bij verkoop.
Mannen van het hof / huusghenoodtDe leenmannen die bij het hof behoren. Willem plaatst zichzelf in die kring; dit zegt niet dat hij bij de baljuw inwoonde.
Propren zegheleZijn eigen zegel, gebruikt om de verklaring te bekrachtigen. Een zegel op zichzelf bewijst geen adellijke status.

Voor “beste vrome” is het Deutsches Rechtswörterbuch, lemma Frommen, II.2 geraadpleegd. De woordenboekvoorbeelden ondersteunen de uitleg als beste jaaropbrengst uit drie jaren.

Wie is wie — personen en verwantschap
PersoonRol en gegevens
Willem Van LanschootAangever en leenhouder; zoon van Jan. Koopt het leen van Niclaes Minens en bezegelt zijn rapport.
Jan (Jean / Joannes)Vader van Willem. Hier uitsluitend vermeld via “filius Jans”; geen echtgenote of verdere afstamming genoemd.
Niclaes MinensVerkoper van het leen; zoon van Willeboort. Geen bewezen familieband met Willem.
WilleboortVader van Niclaes, vermeld via diens patroniem.
Lowys ValckeZijn erfgenamen bezitten de noordelijke belending.
Jacop van AudenbergheBaljuw die het rapport ontvangt namens de koninklijke majesteit.
FilipsDe in de akte genoemde koning van Spanje en graaf van Vlaanderen; leenheer uit hoofde van de heerlijkheid en het hof.

Verband met 1535. De eerdere bijschrifttekst noemt dit “dezelfde Jan en Willem Van Landschoot onder 1535”. Dat is een bestaande identificatie in het familiedossier, maar de daarvoor gebruikte akte is hier niet meegeleverd. Deze leenverklaring bevestigt wel Willems vadersnaam, maar bewijst op zichzelf niet dat beiden dezelfde personen zijn als in 1535. Vergelijk daarvoor patroniemen, leenopvolging, belendingen en eventuele zegels.

De vermelding toont evenmin dat Willem in Knesselare woonde, het perceel zelf bewerkte of verwant was aan andere tijdgenoten Van Landschoot in de streek.

Ligging en grenzen van het leen
OnderdeelVolgens de transcriptie
OppervlakteDrie gemeten, iets minder of meer.
ZuidDe kerk van Knesselare, mogelijk haar grondbezit.
NoordDe erfgenamen van Lowys Valcke.
OostEen watergang.
Westelijk uiteindeDe weg van Knesselare naar Haeltere en Buntlere.

Voorbehoud bij de lokalisering. De inleiding bevat “suut vanden kercken”, terwijl de belendingen de kerk aan de zuidzijde plaatsen. Dat hoeft niet noodzakelijk hetzelfde referentiepunt te zijn: “kerk” kan bijvoorbeeld kerkgrond aanduiden. Ook de zinsbouw van de inleiding moet worden gecontroleerd. Een kaartpositie is daarom nog niet met zekerheid aan te wijzen.

De plaatsnamen Haeltere en Buntlere blijven hier in de aangeleverde schrijfwijze staan. Een moderne identificatie vereist vergelijking met het handschrift en plaatselijke kaarten.

Datum en zegel — wat vraagt nog controle?

1563 vóór Pasen, of 1564?

Bij de paasstijl begon het nieuwe jaar met Pasen. Een datum vóór Pasen kon daardoor een jaarcijfer dragen dat één lager is dan bij een jaarbegin op 1 januari. De omzetting hangt echter af van de werkelijke paasdatum.

De aangeleverde tekst heeft “12 april 1563 vóór Pasen”. De eerdere notitie voegde “12 april 1564” toe; de meest recente versie van de onderzoeker geeft “12 april 1563”. In de toen gebruikte Juliaanse kalender viel Pasen in 1564 op 2 april. De voorgestelde datum ligt dus ná Pasen. De paastabel van R. H. van Gent, Universiteit Utrecht vermeldt 1564 bij 2 april. Dit is aanleiding om de eindformule opnieuw te lezen, niet om zelf een ander jaartal in te vullen.

De formulering op deze pagina luidt nu: “12 april 1563 volgens de laatste transcriptie; datumformule te controleren.” Een omzetting van paasstijl naar een januari-jaarbegin is bovendien iets anders dan een omzetting van Juliaanse naar Gregoriaanse kalenderdagen.

Het wiel en het omschrift

De begeleidende notitie beschrijft een wiel in het zegel en geeft een onvolledig omschrift met onder meer “van Lanscoit” en “filius Joannes”. Dit omschrift is hier niet als volledige, gecontroleerde lezing overgenomen. Het aantal spaken, eventuele andere figuren en de precieze naamvorm moeten aan een voldoende scherpe afbeelding worden getoetst.

De akte vermeldt dat Willem zijn eigen zegel aanhangt; op de afbeelding van de brief is dat aangehangen zegel ook zichtbaar. De details zijn daarop niet volledig duidelijk. De voorstelling van het wiel wordt in het bijgevoegde bronfragment beschreven. Het nieuwe illustratieve zegel bovenaan deze pagina is op die gedeeltelijke informatie gebaseerd; de vormgeving en het volledig uitgewerkte opschrift zijn geen exacte kopie van het oorspronkelijke zegel. Ook de koppeling met een familiewapen of andere zegelvoerders vraagt afzonderlijke vergelijking.

Bronnen en verantwoording

Redactionele uitwerking: 1 oktober 2026. De verbinding met 1535, de precieze ligging, de zegellezing en de datum zijn afzonderlijk als controlepunten aangeduid.

← Terug naar 1550–1600