Kinderen van Jooris Lantsocht
Weesstaat, moederlijke successie en erfverdeling van goederen te Oostkamp, Wingene en Beverhoutsveld — 1659-1663.
Deze akte brengt ons bij het gezin van Jooris Lantsocht, zoon van Christiaen, en zijn echtgenote Laureinseken van de Abeele. Na het overlijden van Jooris moesten de belangen van zijn minderjarige kinderen worden beschermd. Daarom verschenen op 3 november 1659 de voogden voor de overziender en schepenen van wezen.
Die voogden waren Pieter Verhelle, gehuwd met Livine Landtsocht, en Nicolaas van de Abeele. Zij traden op voor de vier minderjarige kinderen van Jooris en Laureinseken: Christiaen, Jacob, Janneken en Anneken Lantsocht.
De akte is belangrijk omdat zij niet alleen een geldelijke staat van het sterfhuis geeft, maar ook inzicht biedt in de goederen die met deze familie verbonden waren. We krijgen zicht op gronden bij Oostkamp, bij de Leye, aan het Beverhoutsveld, en later ook op goederen in Wingene.
De betrokken personen
De centrale persoon in deze akte is Jooris Lantsocht, zoon van Christiaen. Zijn echtgenote was Laureinseken van de Abeele. Hun minderjarige kinderen worden genoemd als Christiaen, Jacob, Janneken en Anneken Lantsocht.
Daarnaast verschijnen Pieter Verhelle, gehuwd met Livine Landtsocht, en Nicolaas van de Abeele als voogden. Hun taak was het vertegenwoordigen en beschermen van de belangen van de minderjarige kinderen. In latere delen van de akte komen ook Jacob Lantsocht en Tanneken Lantsocht, gehuwd met Pieter van de Walle, duidelijk naar voren bij de verdeling van de onroerende goederen.
De naamvormen Lantsocht, Landtsocht en Lantsocht fs Christiaens passen binnen dezelfde naamgroep die later ook als Landsoght en Van Landschoot voorkomt.
Volledige hertaling in uitklapbare delen
Omdat de akte inhoudelijk lang is en veel goederen, bedragen en perceelsgrenzen bevat, wordt de volledige hertaling hieronder per onderdeel weergegeven. Zo blijft de pagina leesbaar, terwijl de volledige broninhoud toch raadpleegbaar blijft.
Deel 1 — Weesstaat van 3 november 1659
Op 3 november 1659 verschenen voor de overziender en schepenen van wezen Pieter Verhelle, gehuwd met Livine Landtsocht, en Nicolaas van de Abeele. Zij waren aangesteld als voogden over Christiaen, Jacob, Janneken en Anneken, de vier minderjarige kinderen van wijlen Jooris Lantsocht, zoon van Christiaen, bij diens echtgenote Laureinseken van de Abeele.
De voogden legden verantwoording af over de staat van het sterfhuis van Jooris Lantsocht. Zij verklaarden dat aan de wezen uit hoofde van de nalatenschap van hun overleden vader een bedrag in contanten toekwam van 43 pond, 19 schellingen en 6 groten. Dit was het aandeel van vier vijfden van 54 pond, 19 schellingen en 12 groten.
In deze som was een bedrag inbegrepen van 18 pond en 7 schellingen. Dat was de helft van 36 pond en 16 schellingen, die Pieter Verhelle, als echtgenoot van Livine Lantsocht, aan de boedel verschuldigd was, zoals in de boedelstaat uitvoeriger werd uiteengezet.
Verder werd vastgesteld dat de helft van 73 pond en 2 schellingen de liquide baten vormde. Het saldo van de baten overtrof het totaal van de lasten van het sterfhuis. Deze staat werd bevestigd en gelijktijdig geaffirmeerd door Laureinseken van de Abeele en ondertekend door meester Van de Velde.
Deel 2 — Goederen die voorlopig gemeenschappelijk bleven
Omdat het huwelijkscontract van Pieter Verhelle en Livine Lantsocht verschillende bepalingen bevatte, werd beslist verdere maatregelen aan te houden tot er meer duidelijkheid kwam. In afwachting daarvan bleven de genoemde wezen voorlopig gemeenschappelijk bezit houden met Pieter Verhelle en zijn echtgenote.
- 42 gemeten land, gelegen in de parochie en onder de heerlijkheid van Oostkamp, ten oosten van de kerk en oostelijk over de Leye, bij het Beverhoutsveld. Het betrof op dat ogenblik braakliggend land met enige staande bomen en hakhout. Het goed was belast met 11 schellingen jaarlijkse cijnsrente.
- 2 gemeten land, eveneens gelegen in de parochie van Oostkamp, oost van de kerk en oost van de Moerbrugge, naast het Beverhoutsveld. Op dit goed was inmiddels een nieuw woonhuis gebouwd. Het was belast met 10 schellingen jaarlijkse penning XVIe en bovendien afzonderlijk met 21 schellingen jaarlijkse penning XVIe.
Deel 3 — Goederen in Wingene uit de nalatenschap van Michiel Lantsocht
Verder maakten de wezen aanspraak op twee derde van 18 gemeten land, samen met een keukengebouw en een schuur die daarop stonden. Dit goed werd gemeenschappelijk en onverdeeld gehouden met Adriaen Lantsocht, aan wie het resterende derde deel toekwam.
Het goed lag in de parochie van Wingene. Deze twee derde maakten deel uit van de nalatenschap van Michiel Lantsocht. De kinderen van wijlen Jooris Lantsocht waren daarop gerechtigd uit hoofde van testamentair erfrecht. In dat testament was aan hen 6 gemeten land toegekend.
Dit alles werd in de liquidatie opgenomen. Het genoemde deel was belast met de helft van 2 pond jaarlijkse cijns, te betalen volgens penning XVIe. Ten aanzien van deze goederen bleef de gezamenlijke verplichting bestaan voor de pacht en rente die eruit voortvloeiden.
Deel 4 — Aanvullende staat van 21 juli 1663
Op 21 juli 1663 brachten de voogden opnieuw verslag uit voor de overziender en schepenen van wezen. Deze staat werd eveneens ondertekend door meester Van de Velde.
Het verslag betrof de successie die was vervallen aan Jacob en Tanneken Lantsocht, beiden wezen geworden na het overlijden van hun moeder. De voogden verklaarden dat deze wezen in contanten een bedrag ontvingen van 61 pond, 17 schellingen en 4 groten.
Dat bedrag vertegenwoordigde twee vijfde van een totale waarde van 153 pond, 18 schellingen, 3 groten en 4 mijten. Ook hier werd vastgesteld dat de liquide baten de lasten van het sterfhuis in hun geheel overtroffen, volgens de staat zoals die door Pieter Verhelle was opgesteld en bevestigd.
Deel 5 — Erfverdeling na het overlijden van vader en moeder
Na het overlijden van hun ouders werd tussen de erfgenamen van het gezin Lantsocht een vriendelijke verdeling overeengekomen van de nalatenschap. Deze verdeling berustte op de griffie van de weesheren van de stad en was gecatalogeerd onder nummer F 1210. De verdeling werd aangeduid met de letter E.
De erfverdeling betrof vooral onroerende goederen in de parochie van Oostkamp, aan de oostkant van de Leye, in de omgeving van het Beverhoutsveld. De goederen lagen verspreid over verschillende percelen en werden door loting of verdeling aan de erfgenamen toegewezen.
Deel 6 — Toewijzing aan Jacob Lantsocht
Jacob Lantsocht kreeg via loting een volwaardig vijfde aandeel in het geheel van de onroerende goederen die zijn ouders hadden nagelaten. Die goederen lagen in de parochie van Oostkamp, aan de oostkant van de Leye, in de streek van het Beverhoutsveld.
- Een perceel van 87 roeden, gelegen tussen het land van Pieter van de Walle aan de oostkant en een perceel van dezelfde verkaveling aan de westkant. Het strekte zich uit van noord naar zuid en grensde ten noorden aan het land van Passchier van den Bussche en ten zuiden aan het Beverhoutsveld. Het zuideinde sloot aan op de halfve Erckeghemstraete.
- Een aangrenzend stuk van 46 roeden, gelegen tussen het land van Passchier van den Bussche aan de westkant en deels een perceel van dezelfde verkaveling aan de oostkant.
- Een zuidwestelijk perceel van 75 roeden, bekend als het Slanghstik, gelegen tussen Pieter van de Walle aan de westzijde en Cornelis van Renterghem aan de oostzijde. Aan de zuidkant grensde het aan Anthone Blanckaert, en aan de noordkant opnieuw aan de halfve Erckeghemstraete.
- Een stuk land genaamd de Traellieste, groot één gemet, liggend tussen Carel van Renterghem aan de oostzijde en Pieter Verhelle aan de westzijde.
- Een perceel genaamd het Mortelstikxken, groot 90 roeden, begrensd door Carel van Renterghem, Philips van Boonem, de erfgenamen van Charel Lantsocht en raadsheer Domenicus Lougnes uit Mechelen.
- Een perceel van 21 roeden, deel van een groter stuk land genaamd den Groten Acker, gelegen tussen de gronden van de Wijngaarde van Brugge, Cornelis van Renterghem, Christiaen Lantsocht en een ander perceel van deze verkaveling.
- Een stuk van 27 roeden, gelegen tussen Cornelis van Renterghem aan de westkant en Christiaen Lantsocht aan de oostkant. Dit perceel was belast met een jaarlijkse betaling van 10 schellingen groot zaais aan de kerk van Oostkamp.
Deel 7 — Toewijzing aan Tanneken Lantsocht
Aan Tanneken Lantsocht, gehuwd met Pieter van de Walle, werd eveneens een vijfde deel van de nalatenschap toebedeeld. Ook haar aandeel bestond uit meerdere percelen rond Oostkamp, de Erckeghemstraete en het Beverhoutsveld.
- Een perceel van 87 roeden, tussen Pieter Verhelle aan de oostkant en Jacob Lantsocht aan de westkant, met aan de noordzijde het land van Passchier van den Bussche en aan de zuidkant Beverhoutsveld.
- Een westelijk gelegen stuk land van 22 roeden, genaamd ’t Verstik, tussen Passchier van den Bussche aan de oostzijde en Christiaen Lantsocht aan de westzijde.
- Een zuidelijk perceel van 88 roeden, met aangrenzende meers, tussen Anthone Blanckaert en Christiaen Lantsocht aan de oostzijde, en Philips van Boonem en Cornelis van Renterghem aan de westzijde.
- Een stuk van 54 roeden, begrensd door Anthone Blanckaert, Philips van Boonem, Jacob Lantsocht en een meers van Blanckaert.
- Het perceel den Barmbilck, groot 38 roeden, tussen Anthone Blanckaert aan de zuidzijde, de halfve Erckeghemstraete aan de noordzijde, Cornelis van Renterghem aan de westzijde en Christiaen Lantsocht aan de oostzijde.
- Een perceel ten zuiden van de Erckeghemstraete, groot 4 lijnen en 14 roeden, gelegen tussen Jacob Lantsocht aan de oostzijde en Cornelis van Renterghem en Anthone Blanckaert aan de westzijde.
- Een groter stuk land, ruim 2 gemeten en 53 roeden, bekend als den Grooten Acker. Dit perceel lag tussen Christiaen Lantsocht aan de oostkant en Jacob Lantsocht aan de westkant, met ten noorden de gronden van de Wijngaarde van Brugge en ten zuiden opnieuw bezit van Christiaen Lantsocht.
Het perceel den Grooten Acker was belast met een jaarlijkse betaling van 10 schellingen groten Vlaams ten voordele van de kerk van Oostkamp. Deze last rustte op het geheel, maar elke mede-erfgenaam moest slechts zijn evenredig aandeel bijdragen.
Deel 8 — De gemeenschappelijke hofstede te Wingene
Naast de individuele kavels bleef er ook nog een gezamenlijk erfdeel bestaan: een hofstede met woonhuis, schuren, bomen en beplanting, samen met omringend land, bos en meers. Het geheel was ongeveer 12 gemeten groot.
Deze hoeve lag in de parochie van Wingene, ten westen van de kerk, in een wijk die bekend stond als Scheeweghen. De eigendom was belast met een jaarlijkse pacht van een maat en een kwart evene, evenals vijf partisiën, mogelijk een specifieke vorm van cijns.
Daarnaast was er een bijkomende jaarlijkse betaling van 20 schellingen, namelijk 10 schellingen elk half jaar, verschuldigd aan Pieter de Vriese.
Slot — Weespenningen en slotbepaling
Tot slot wordt vermeld dat uit het geheel van de nalatenschap nog een som van 21 pond en 19 schellingen aan weespenningen werd afgetrokken. Deze som kwam ten laste van de wezen Jacob en Janneken Lantsocht.
De som was bestemd voor beheer en aanwending volgens het recht en de gewoonte van het land. Daarmee sluit de akte aan bij de normale praktijk van de weesadministratie, waarbij de goederen en gelden van minderjarige kinderen onder toezicht bleven tot zij meerderjarig waren of tot verdere verdeling mogelijk werd.
Betekenis voor de familiegeschiedenis
Deze akte is bijzonder rijk voor de familiegeschiedenis, omdat zij meerdere generaties en verwantschappen samenbrengt. Jooris Lantsocht wordt duidelijk geplaatst als zoon van Christiaen. Zijn kinderen worden met naam genoemd, en via de voogden verschijnen ook Livine Landtsocht, Pieter Verhelle en Nicolaas van de Abeele in de familiale omgeving.
De akte toont bovendien dat deze tak van de familie verbonden was met aanzienlijke onroerende goederen. De vermelding van gronden bij Oostkamp, de Leye, het Beverhoutsveld, de Erckeghemstraete en Wingene geeft een concreet beeld van het bezit en van de geografische verankering van de familie.
Vooral de erfverdeling is waardevol. Zij toont hoe de goederen na het overlijden van vader en moeder onder de kinderen werden verdeeld. De percelen worden daarbij niet alleen in oppervlakte beschreven, maar ook aan de hand van buren, straatnamen, veldnamen en lasten. Daardoor wordt deze akte niet enkel een genealogische bron, maar ook een bron voor lokale geschiedenis en bezitsgeschiedenis.
Bron: SAB Weesregisters St Jan -21-289a
Weesstaat en erfverdeling betreffende de kinderen van wijlen Jooris Lantsocht, zoon van Christiaen, en Laureinseken van de Abeele. Vermeldingen van 3 november 1659 en 21 juli 1663. Erfverdeling berustend op de griffie van de weesheren, gecatalogeerd onder nummer F 1210.
English
Español
Français