Vincent de Swaef
Staat van goed van Hansken, Taneken, Lipken, Gielge en Zoetgen, vijf kinderen van Vincent de Swaef en Adrianeken filia Lambreckt van Landtschoot — Eeklo, 20 mei 1581.
Dossier Vincent de Swaef
Deze akte betreft Hansken, Taneken, Lipken, Gielge en Zoetgen, de vijf kinderen van Vincent de Swaef, die hij had bij Adrianeken, dochter van Lambreckt van Landtschoot. De tekst beschrijft alle goederen die deze wezen hebben verkregen bij het overlijden van hun moeder. Als voogden treden op Cornelis Van Landtschoot en Cornelis de Swaef.
Uitzonderlijk rijke akte met zeer veel percelen
Deze bron is bijzonder waardevol omdat zij een lange reeks van hofsteden, akkers, meersen, bussen en renten opsomt, vooral te Balgerhoucke, maar ook in Maldegem en Sijsele. De akte laat zien hoe uitgebreid en versnipperd het familiebezit kon zijn en hoe dat geheel uiteindelijk in geld werd gewaardeerd op honderdvijftig pond groten.
Op twintig mei vijftienhonderd eenentachtig wordt de staat van goed overgebracht van vijf kinderen van Vincent de Swaef en Adrianeken filia Lambreckt van Landtschoot. De akte somt in detail op welke goederen deze wezen hebben geërfd bij het overlijden van hun moeder.
Vooreerst komt hun toe de helftschede van een behuisde hofstede van ongeveer acht gemeten, gelegen te Balgerhoucke, met alle gebouwen, huisraad in ruimere zin, lasten en alles wat erop staat. Dit goed paalt aan Simon de Swaef en aan de weduwe van Jan van de Velde, en blijft gemeen met de wezenvader.
Verder bezitten zij onder meer de helft van één gemet en één roede land, belast met een jaarlijkse rente ten voordele van de weduwe van Jan de Vuldere, alsook de helft van tweehonderdvijftig roeden land, zuidwaarts aan de straat gelegen, en de helft van vijf gemeten en één lijn land, genaamd ter Handt, samen met Cornelis de Swaef.
Daarnaast vermeldt de akte nog de helft van zes gemeten land, een halve partij in de Biesbrouck, vierhonderd roeden land genaamd de Burckelmeersch, een halve gemet meers genoemd den Mocker, een stuk meers genaamd de Pancoeck, en een perceel meers genaamd te Cappe. Zulke plaatsnamen geven de bron een sterke topografische waarde.
Vervolgens komen nog andere gronden aan bod, zoals vier roeden meers, een gemet vijftig roeden busch, een perceel land genaamd de Ooit moer wech, ’t cleen slicxken, de hille, stukken meers in de Balgerhoucke meersch, en het grote perceel Het Comp stick, dat paalt aan de Balgerhouckestraat en de heerweg. Ook den Asse bilck wordt vermeld.
Daarnaast bezitten de wezen nog de helft van een hofstede van twee gemeten en één lijn, alsook de helft van tweehonderd zestig roeden land, genaamd de acht lijne, gelegen in het ambacht van Maldeghem, gemeen met Adriaen Dijserijck en anderen. Ook is er de helft van tweehonderd vijftig roeden meersch, genaamd de cleene pilck, gemeen met Barthelomeus Vooght, Lieven de Swaeft en de kinderen van Laurens van Landschoot.
Verder worden nog vermeld de helft van vijfentachtig roeden busch in de parochie van Sijsselen, gemeen met de kinderen van Laureijns van Landtschot, en de helft van vijfentwintig roeden land, gemeen met Adries van Oostale en de kinderen van Jan Van Landschoot. Daarop volgt nog een verwijzing naar een verdere partij land voor dezelfde erfgenamen, gemeen, maar de tekst is daar minder volledig bewaard.
Ten slotte vermeldt de akte nog dat deze wezen recht hebben op de helft van een rente van tien schellingen groten per jaar, een losrente sprekende op de Vier Leden van het land van Vlaanderen. Nadat alles, boven alle commeren, te gelde is gemaakt, wordt het geheel van hun avelick en catheylick goed gewaardeerd op honderdvijftig pond groten. Deze som blijft rusten onder de vader, die zijn kinderen aanneemt te houden met schade en bate naar costume, en daarvoor zekerheid stelt met het wederdeel.
Historische duiding
Deze akte is uitzonderlijk rijk omdat zij een groot netwerk van bezittingen rond Balgerhoucke laat zien, met daarnaast ook goederen in Maldeghem en Sijsselen. Daardoor wordt deze bron niet alleen genealogisch, maar ook topografisch van groot belang.
Voor de familiegeschiedenis is vooral relevant dat de kinderen van Vincent de Swaef en Adrianeken van Landtschoot verbonden blijven met verschillende andere families en mede-eigenaars, onder wie de kinderen van Laurens van Landschoot en de kinderen van Jan Van Landschoot. Zulke vermeldingen zijn vaak zeer bruikbaar voor het verder uitwerken van verwantschappen en erfnetwerken.
De akte toont ook mooi hoe het vermogen van deze wezen bestond uit een combinatie van rechtstreeks landbezit, gedeelde hofsteden, meersen, bussen en jaarlijkse renten. De uiteindelijke waardering op honderdvijftig pond groten laat zien dat het om een aanzienlijke boedel ging.
Opmerking
Enkele passages in het tweede en derde deel van de transcriptie zijn moeilijk leesbaar of onvolledig overgeleverd, vooral bij de laatste partijen en plaatsaanduidingen. Toch is de grote lijn van de akte zeer duidelijk: het gaat om een uitzonderlijk omvangrijke boedel, grotendeels verspreid over verschillende percelen en mede-eigendommen.
Scans
Bron: SAE, Staet van Goed, request 1010, 20 mei 1581.
English
Español
Français