Franchois van Landschoot
Een korte vervolgakte uit 1507 waarin Franchois van Landschoot opnieuw optreedt in een voogdijzaak, ditmaal rond Christiaenken, kind van Jan Van Landschoot.
Dossier
Deze akte vormt een vervolg op de voogdijvermeldingen rond de kinderen van Jan Van Landschoot. Op achttien september vijftienhonderd zeven worden Jacob, zoon van Loijs van Ghistele, en Frans van Lanschot als voogden beëdigd over Christiaenken, kind van Jan Van Lanschoot.
Belangrijk vervolg op 1505
Waar de akte van 1505 Aernekin en Hannekin vermeldde, verschijnt hier een nieuw kind van Jan Van Landschoot: Christiaenken. Daardoor wordt het gezin of de verwantschap rond Jan Van Landschoot verder aangevuld.
18 september 1507 — Beëdiging van de voogden
Op achttien september vijftienhonderd zeven worden twee voogden formeel beëdigd: Jacob, zoon van Loijs van Ghistele, en Frans van Lanschot. Zij treden op voor Christiaenken, kind van Jan Van Lanschoot.
De formulering is kort, maar juridisch duidelijk: de voogden worden erkend en leggen hun eed af. Daarmee krijgen zij de verantwoordelijkheid over het goed dat aan het kind toebehoort.
30 oktober 1507 — Overbrenging van het kinderlijk goed
Op dertig oktober vijftienhonderd zeven volgt de eigenlijke overbrenging van het goed in het wezenboek. Dan verschijnen Jacob filius Loijs van Ghistele, Cornelius Van Landschoot en Frans van Lancschoot als voogden van Christiaenken Van Landschoot.
De akte bepaalt dat het kind goederen had geërfd na het overlijden van zijn of haar moeder. De tekst vermeldt daarbij dat het om een buitenechtelijk kind ging: “doot bastaert zijne”. Dit is een belangrijke juridische aanduiding, omdat de erfrechten en de voogdijregeling in zulke gevallen nauwkeurig moesten worden vastgelegd.
Het goed van Christiaenken bestond uit twintig schellingen groot en daarnaast een tinnen pateel, een tinnen schotel of schaal, die ongeveer twee pond woog. De goederen werden verantwoord door of overgedragen aan Jacob, zoon van Loijs van Ghistele.
Voorzichtige lezing
De akte is kort en op enkele plaatsen compact geformuleerd. De kern is echter duidelijk: Christiaenken Van Landschoot had na het overlijden van zijn of haar moeder een klein maar officieel geregistreerd erfdeel ontvangen, bestaande uit geld en een tinnen voorwerp.
Genealogisch belang
Deze korte inschrijving is bijzonder waardevol omdat ze Christiaenken Van Landschoot expliciet verbindt met Jan Van Landschoot. Samen met de akte van 1505 ontstaat zo een ruimer beeld van kinderen of verwanten rond deze Jan.
Bovendien wordt Cornelius Van Landschoot hier als voogd vermeld. Dat wijst opnieuw op een familiaal of lokaal vertrouwensnetwerk waarin verschillende leden van de familie Van Landschoot betrokken waren bij het beheer van kinderlijk goed.
Naamvarianten in één akte
Let op de verschillende schrijfwijzen in deze korte tekst: Van Lanschoot, Van Lanschot, Van Lancschoot en Van Landschoot. Zulke variatie is normaal in vroeg-zestiende-eeuwse registers.
Historische duiding
Het wezenboek had tot doel om het bezit van minderjarige kinderen veilig te stellen. Ook kleine goederen — zoals twintig schellingen groot of een tinnen schotel — werden zorgvuldig genoteerd. Dat toont hoe belangrijk schriftelijke registratie was in het lokale recht.
Deze akte is geen grote boedelbeschrijving, maar wel een scherp genealogisch spoor. Ze bevestigt niet alleen het bestaan van Christiaenken als kind van Jan Van Landschoot, maar toont ook hoe Franchois en Cornelius Van Landschoot in het begin van de zestiende eeuw als betrouwbare voogden of familievertegenwoordigers optreden.
Scan
Bron: RAB, Heerlijkheden Sijsele en Oedelem & Praet, 18 september 1507 en 30 oktober 1507, register 213, folio 16v–17.
English
Español
Français