Jaspar van Lantschoot
Voogdij over Baltin, Goorkin en Betkin, kinderen van Maerten van Maldeghem en Barbele, dochter van Pieter van Lantschoot — heerlijkheid van Praet, Sijsele, 1582.
Dossier
In deze akten uit het jaar 1582 wordt de voogdij geregeld over Baltin, Goorkin en Betkin, de kinderen van Maerten van Maldeghem en Barbele, dochter van Pieter van Lantschoot. De bron behoort tot de administratie van de heerlijkheid van Praet te Sijsele.
Belangrijk punt
De akte vermeldt uitdrukkelijk dat zowel de vader als de moeder overleden zijn. Daardoor komen de kinderen volledig onder voogdij te staan. Jaspar van Lantschoot, laat in Middelburg-Moerkerke, treedt hierbij op als één van de gezworen voogden.
16 juni 1582 — Aanstelling van de voogden
Op zestien juni vijftienhonderd tweeëntachtig verschijnen Jan Foucke, laat van de heerlijkheid van Praet, en Jaspar van Lantschoot, laat in Middelburg-Moerkerke, voor de bevoegde rechtbank. Zij stellen zich daar officieel en leggen de eed af als voogden over de minderjarige kinderen van Maerten van Maldeghem en Barbele van Lantschoot.
De kinderen worden in de akte genoemd als Baltin, Goorkin en Betkin. Zij zijn de kinderen van Maerten van Maldeghem bij zijn vrouw Barbele, dochter van Pieter van Lantschoot. De formulering maakt duidelijk dat de voogden niet enkel als familie- of vertrouwenspersonen optreden, maar ook als wettelijk erkende beheerders van het kinderlijk goed.
Jan Foucke en Jaspar van Lantschoot verklaren dat vader en moeder beiden overleden zijn. Zij nemen de verplichting op zich om het goed van de kinderen te bewaren en later, wanneer tijd en noodzaak dat vereisen, behoorlijk over te brengen of te verantwoorden.
Voogdij in de zestiende eeuw
Wanneer minderjarige kinderen hun ouders verloren, werd hun bezit onder toezicht van voogden geplaatst. Die voogden moesten het erfdeel beschermen, schulden en inkomsten opvolgen en later rekenschap geven van hun beheer.
13 oktober 1582 — Staat van goederen
Op dertien oktober vijftienhonderd tweeëntachtig wordt nader omschreven wat de kinderen bij het overlijden van hun moeder erven. De akte vermeldt dat zij geen gereede catheylen, dus geen beschikbare roerende goederen, ontvangen. Hun aandeel bestaat vooral uit erfelijke rechten, cijnzen en aanspraken op onroerend goed.
Eerst wordt een erfelijke cijns vermeld van vierendertig schellingen groot per jaar. Deze cijns rust op ongeveer zes gemeten land in de parochie van Sijsele. De grond was oorspronkelijk moederlijke grond, maar werd door vader en moeder samen belast met deze jaarlijkse cijnsrente ten voordele van Pieter Snauwaert, eveneens in de parochie van Sijsele. De rente moest jaarlijks verschijnen op 1 mei.
Daarnaast bezitten de kinderen in geconquesteerde erfgoederen de helft van het recht en de aanspraak die de erfgenamen van Gillis Pauwels hadden in een klein hofstedeken met het land dat daarbij hoorde. Dit bezit lag eveneens in de parochie van Sijsele en was ongeveer drie gemeten groot.
Het erfdeel was echter niet vrij van lasten. De akte vermeldt dat het sterfhuis nog belast was met een schuld van vijf pond, achttien schellingen en negen grooten. Daarnaast was er nog een verbintenis van veertien pond, twee schellingen en vier grooten tegenover de voogden van het weeskind Jacob Hubrecht, wegens wezengelden.
Deze twee lasten moesten gedragen worden door de bezitter van het goed. Uit de tekst blijkt dat men deze verplichtingen beschouwde als verbonden aan het bezit zelf. De wezen moesten daarvan uiteindelijk ontlast worden, zodat hun erfdeel niet dubbel bezwaard bleef.
Belangrijke interpretatie
De kinderen erven hier geen eenvoudig of vrij bezit. Hun erfdeel bestaat uit rechten op grond en renten, maar daartegenover staan duidelijke schulden. Dit toont hoe een zestiende-eeuwse boedel vaak een mengeling was van bezit, cijnzen, aanspraken en lasten.
17 november 1582 — Afrekening van ontvangen geld
Op zeventien november vijftienhonderd tweeëntachtig legt de huisvrouw van jonkheer Jan van Scoore een afzonderlijke verklaring af. Zij verklaart dat de vader van de kinderen haar eerder vier pond groot had overhandigd.
Van dit bedrag had zij uitgaven gedaan om de vader en de moeder in hun nood te helpen. Daardoor was niet het volledige bedrag meer aanwezig. Na aftrek van deze uitgaven bleef er nog twee pond, zeventien schellingen en zes deniers groot over.
Dit resterende bedrag droeg zij over in handen van Jaspar van Lantschoot, één van de voogden. De overdracht gebeurde op zekerheid van Jan Kempe, met belofte van vrijwaring of indemniteyt. Daarmee werd vastgelegd dat zij voor dit beheer niet verder aansprakelijk zou worden gesteld.
Een blik op de familiale nood
Deze laatste verklaring is bijzonder menselijk. Zij laat zien dat er al vóór de formele boedelregeling geld was aangewend om de ouders in moeilijke omstandigheden bij te staan. Pas wat daarna overbleef, werd aan de voogd overgedragen.
Historische duiding
Voor de familiegeschiedenis is deze akte belangrijk omdat zij Barbele van Lantschoot rechtstreeks plaatst binnen een gezin Van Maldeghem, met drie minderjarige kinderen. Haar vader wordt genoemd als Pieter van Lantschoot, wat deze bron genealogisch bijzonder waardevol maakt.
Ook Jaspar van Lantschoot krijgt in deze tekst een duidelijke rol. Hij is geen toevallige getuige, maar wordt als voogd aangesteld en ontvangt later ook geld in beheer. Zijn vermelding als laat in Middelburg-Moerkerke geeft bovendien een aanwijzing voor de geografische spreiding van deze familietak.
De goederen zelf tonen hoe sterk families in deze streek verbonden waren met land, cijnzen en kleine hofsteden. Een erfdeel was niet alleen bezit, maar ook verantwoordelijkheid: schulden, wezengelden en oude lasten moesten nauwkeurig worden vermeld en verrekend.
Deze akte is daardoor tegelijk een voogdijakte, een boedelstaat en een klein venster op het sociale netwerk rond Sijsele, Praet, Middelburg-Moerkerke en de familie Van Lantschoot in de late zestiende eeuw.
Scan
Bron: Heerlijkheid van Praet, Sijsele — register 213, pagina 129, aangeduid als 213/129. Akten van 16 juni, 13 oktober en 17 november 1582.
English
Español
Français