Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

Joorijntken Christiaens — voogdij en erfdeel 1518–1519

Een vroege schakel tussen de families Christiaens en Van Landschote, met Cornelis Van Landschote als voogd en goederen in Brugge, Male, Sijsele en Beernem.

📜 Voogdij 📜 Weesakte 📍 Ziesseele 🏠 Belzenstraete 1518–1519
Titelbeeld voor Joorijntken Christiaens, voogdij en weesinschrijving 1518–1519
Joorijntken Christiaens wordt in 1518 onder voogdij geplaatst. In 1519 brengen haar voogden haar moederlijk erfdeel in het weesregister.

De bronnen rond Joorijntken Christiaens vormen een mooie voorafgaande schakel in het dossier rond de families Christiaens, Van Rije, Callant en Van Landschoot. Eerst wordt in 1518 haar voogdij geregeld op de heerlijkheid Ziesseele. Daarna brengen haar voogden in 1519 haar erfdeel uit het sterfhuis van haar moeder Marie Thaelmans in het weesregister.

De voogdijbenoeming van 1518

Op 26 oktober 1518 verschenen op de heerlijkheid van Ziesseele twee mannen voor de lokale vierschaar: Joos Pennijnc, zoon van wijlen Luucx en bijgenaamd de Hofman, en Cornelis van Landschote, zoon van Jan die vrijlaat genoemd werd. Zij namen de zorg en voogdij op zich over de minderjarige Joorijntken, dochter van Lauwereijns Christiaens en Marie Thaelmans.

De voogden legden de gebruikelijke eed af en verbonden zich ertoe de persoon en de goederen van het kind te beschermen. Als borg wordt Luuc Pennijnc vermeld. Zulke borgstelling gaf zekerheid dat de voogden hun taak behoorlijk zouden uitvoeren en dat het erfdeel van het kind niet verloren zou gaan.

Belang van deze benoeming
De voogdijbenoeming van 1518 vormt de administratieve voorloper van de weesinschrijving van 1519. Eerst werden Joos Pennijnc en Cornelis van Landschote als voogden aangesteld; daarna brachten zij het erfdeel van Joorijntken uit de nalatenschap van haar moeder Marie Thaelmans officieel in het weesregister.

De weesinschrijving van 4 juli 1519

Op 4 juli 1519 brachten de voogden van Joorijntken Lauwereijns Christiaens in het weesboek welke goederen haar toekwamen door het overlijden van haar moeder Marie Thaelmans. In deze inschrijving worden de voogden genoemd als Jooris of Joos Pitman de Hofman en Cornelius Van Landschote.

De naamvormen Joos Pennijnc, Joos Pitman en de Hofman wijzen vermoedelijk op dezelfde persoon of op dezelfde familiale aanduiding binnen de brontraditie. Voorzichtigheid blijft nodig, maar de functie is duidelijk: samen met Cornelis Van Landschote trad hij op als voogd van Joorijntken.

Het aandeel van Joorijntken

De akte omschrijft haar erfdeel als “een deel van zes delen van de helftschede”. Dat betekent dat Joorijntken één zesde kreeg van de moederlijke helft. In verhouding tot het volledige goed komt dat overeen met één twaalfde.

VerdelingBetekenis
De helftschedeDe moederlijke helft van de goederen van Marie Thaelmans.
Een deel van zes delenDe verdeling onder zes kinderen of deelgerechtigden in die moederlijke helft.
Joorijntkens aandeel1/6 van de helft, dus 1/12 van het geheel.

De onroerende goederen

Het erfdeel van Joorijntken bestond uit aandelen in huizen en land. De goederen lagen zowel binnen Brugge als in de omliggende heerlijkheden en dorpen. De woorden “ghelijc deel” verwijzen telkens terug naar dezelfde verdeelsleutel: Joorijntken kreeg dus niet het volledige perceel, maar haar aandeel in de moederlijke helft van die goederen.

GoedLiggingOpmerking
Huizen, poorten, stallen, schuren, erf en toebehorenAan het einde van de Belzenstraete, bij de vesten, aan de westzijdeOp dat moment gebruikt door Lauwers Christiaens. Jaarlijks belast met 16 schellingen 3 groten landcijns.
Een plaats land van 1 lijn en 4 roeden, met huizen en bomenHeerlijkheid MaleMet de oude lasten en renten die er van oudsher op rustten.
Een gelijk aandeel in 1 gemet landHeerlijkheid SijseleHet land werd op dat moment bezeten of gebruikt door Marc Chrispiaens.
Een gelijk aandeel in 1 lijn en 20 roeden landBeernemDit stuk land was verpacht aan Soy vanden Hende.

Gemeenschappelijke rechten en lasten

De akte vermeldt daarna dat Lauwers Christiaens, de voogden van Joorijntken, en de voogden van de kinderen van Phelips van Rije en Marie Thaelmans samen gemeen gerecht bleven in de lasten die later nog uit het sterfhuis konden opkomen. Dat betekent dat niet alles op het ogenblik van de inschrijving volledig gekend of definitief vereffend was.

Bij de kinderen uit het huwelijk van Marie Thaelmans met Phelips van Rije worden onder meer Jannekin, Neelkin, Callekin en Betkin genoemd. Ook Michiel van Rije wordt vermeld, met de aantekening dat hij buiten het land was. Zo toont de akte hoe Joorijntken als dochter van Lauwers Christiaens erfde naast kinderen uit een eerder huwelijk van haar moeder.

Roerende goederen: 4 pond 10 schellingen

Naast de onroerende goederen was er ook een geldsom uit de uitkoop of afrekening van de roerende goederen, de catheijlicke goedinghen. Voor Joorijntken bedroeg dat aandeel 4 pond 10 schellingen groten.

BedragBeheerWaarborg
4 pond 10 schellingen grotenIn handen van haar vader Lauwers ChristiaensMet pand- en rechtsmogelijkheid op de Vlasbrugge in het Sint-Donaas-zestendeel.

De akte verwijst hiervoor naar de charters van verdeling en waarborg van 19 maart 1518, bezegeld onder de schepenen Lodewijk van Hille en Pieter van Assenede, met Jacob Prishellijns als klerk.

Verbinding met Vincentijne Christiaens en Van Landschoot

Deze inschrijving is genealogisch belangrijk omdat zij de familiekring rond Lauwers Christiaens zichtbaar maakt. Joorijntken Christiaens was een dochter uit zijn huwelijk met Marie Thaelmans. Vincentijne Christiaens was eveneens een dochter van Lauwers Christiaens, uit diens huwelijk met Margriet Van Riseghem. Zij was dus een halfzus van Joorijntken.

Vincentijne huwde later eerst met Jan Callant en daarna met Jan, zoon van Jan Van Landschoot. Volgens de familiekoppeling was deze Jan een broer van Cornelis Van Landschote, de voogd die al in 1518–1519 bij Joorijntken optreedt. Daardoor staat deze vroege voogdij niet los van de latere akte van 1548, maar vormt zij er een voorafgaande familiekundige schakel bij.

Waarom deze akte belangrijk is
In 1518–1519 verschijnt Cornelis Van Landschote als voogd van Joorijntken Christiaens. Enkele decennia later wordt Vincentijne Christiaens, halfzus van Joorijntken, de verbindende figuur tussen Jan Callant en Jan van Landschoot. Zo tonen deze bronnen hoe de families Christiaens, Callant en Van Landschoot al vroeg in dezelfde verwantschapskring samenkomen.

Bronnen:
SAB, Ferie Weeskamer 1517–1530, folio 49 verso: voogdijbenoeming van Joorijntken Christiaens, 26 oktober 1518.
SAB, Brugse weeskamer, Sint-Donaas Zestendeel, weesregister: inschrijving van 4 juli 1519, met verwijzing naar de verdeling en waarborg van 19 maart 1518.
Transcriptie, hertaling en duiding: Hans Van Landschoot.