Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

Het gezin van Maertin Lanshoc en de latere Brugse Landsoght-tak

Deze pagina behandelt een belangrijk overgangsdossier binnen de familie Landschoot/Lanshoc/Landzocht/Landsoght. De kernbron is een inschrijving uit 1521 in Den Zwarten Leeuw, waarin het volledige gezin van Maertin Lanshoc zichtbaar wordt. Deze bron is sterker dan een losse vermelding, omdat ze tegelijk meerdere kinderen noemt: Maertken, Kerstiaen, Janneken, Clemme en Anthonyne.

Waarom deze akte belangrijk is

De akte toont dat Maertin Lanshoc meerdere kinderen had die in 1521 nog onder voogdij stonden. Daardoor ontstaat voor het eerst een duidelijker gezinsbeeld. Vooral de vermelding van Janneken en Kerstiaen is van belang voor de latere ontwikkeling van de naam. De dochter Clemme kan via haar huwelijk geen naamdragende Landsoght-nazaten geven, maar haar broers vormen wél de logische lijn waarlangs de naam verder kon gaan.

Deze familie hoort bij de bredere beweging vanuit de streek Tielt-Wingene-Meulebeke naar de omgeving van Brugge en de heerlijkheid van Praet. In die overgang verandert de naamvorm geleidelijk van Lanshoc/Lantschoot/Landzocht naar Landsocht en later Landsoght.

Bron: Den Zwarten Leeuw, 1521

Voogdij over de kinderen van Maertin Lanshoc

Oud Stadsarchief Kortrijk · OSAK 40 · Den Zwarten Leeuw · 1521 · afbeelding 155/287

In de kantlijn: den 12ste in april 1535 zoe competeerde huerlieden ende Kerstiaen ende hielden hemlieden content van huerlieden goedt, ontslaet huerlieden voochden ende alle andere.

Lowijs De Vos ende Jan Bernaert in Tiel up den 26ste in ougst 1521 als voochden van Maertken, Kerstiaen, Janneken, Clemme ende Anthonyne — doot — Lanshoc — Lanshofst is doorschrapt — filii Maertin, bringhen over bij huerlieden eede up den 10ste dach van april 1521 naer Paesschen t'goet de weezen toe commende ende verstorven bij den overlijden van Clemine, de weduwe van Maerten den Vos, heurlieder soenvrauwe, te wetene:

8ste deel vanden helt van een behuusde stede gheleghen in Muelebeke, groot int gheheele 16 bunderen ofte daer ontrent, met huerlieden porié van alle de huusen, boomen ende catheijlen erop staen.

Ten zelve daghe hadde de vochden consent van proost ende schepenen al t'voornoomde landt te vercoepene ende t'ghelt daeraf commende te boucke te bringhene, gaende duert landt ghegaen zou thebben.

Den 26ste oust 1521 zo brochten de voochden over aen de zelve weesen, commende vande vercochte lande, de somme van 9 ponden groote. Up selven utgheghevene Pietre Vanden Piete in Tielt 5 ponden groote, ende Loey de Boscher in Aersele 2 ponden groote, ende Jan Cornet in Aersele 2 ponden groote.

Den 19ste sporcle 1523 zo was Anthonijne bij de vadre ende den voocht doot ghemacht mijdts huere overlijdene.

Ten zelve daeghe hadde de vadre consent van proost ende scepenen te heffene t'verloep van twee verleden jaren om de kinderen daer mede up te houdene.

Den 28e in december 1526 zo waren dese weesen te komen bij slote van rekenijnghe de somme van 12-6-0.

Den 28ste in sporcle 1530 zo waeren dese weesen te boven by slote vande rekenijnghe de somme van elf ponden ende 15 schellijnghen parisis.

Den 16de dach van april 1533 was Kristiaen ende Hanneken bij proost ende scepenen heurlieder zelfs ghemaect.

Hedendaagse lezing

Op 26 augustus 1521 traden Lowijs De Vos en Jan Bernaert uit Tielt op als voogden van de kinderen van Maertin Lanshoc. De kinderen worden genoemd als Maertken, Kerstiaen, Janneken, Clemme en Anthonyne. Bij Anthonyne staat later vermeld dat zij overleden was.

De voogden legden onder ede rekenschap af van het goed dat aan deze wezen toekwam. Dat goed was hun toegevallen na het overlijden van Clemine, weduwe van Maerten den Vos. De tekst noemt haar soenvrauwe of mogelijk scoenvrauwe. Dat woord is hier moeilijk te plaatsen. Wanneer het als schoonvrouw of stiefmoeder moet worden gelezen, is de erfrechtelijke band niet vanzelfsprekend. Dit blijft dus een belangrijk aandachtspunt voor verder onderzoek.

Het erfdeel bestond uit een achtste deel van de helft van een behuisde hofstede in Meulebeke. Die hofstede was in totaal ongeveer 16 bunderen groot, met huizen, bomen en roerende goederen of catheijlen die erop stonden. De voogden kregen toestemming van proost en schepenen om het land te verkopen en de opbrengst in de rekening van de wezen te boeken.

Op 26 augustus 1521 brachten de voogden de opbrengst van het verkochte land in rekening. Het ging om 9 pond groten, uitgezet of toegewezen bij drie personen: Pieter Vanden Piete in Tielt voor 5 pond groten, Loey de Boscher in Aarsele voor 2 pond groten en Jan Cornet in Aarsele voor 2 pond groten.

Op 19 februari 1523 werd genoteerd dat Anthonyne door haar vader en voogd overleden werd verklaard. Diezelfde dag kreeg de vader toestemming om de opbrengsten van de voorbije twee jaren te innen, met de bedoeling de kinderen daarmee te onderhouden.

Latere rekeningen tonen dat de wezen op 28 december 1526 nog een saldo van 12-6-0 tegoed hadden. Op 28 februari 1530 bedroeg het saldo 11 pond en 15 schellingen parisis.

Op 16 april 1533 werden Kristiaen en Hanneken door proost en schepenen heurlieder zelfs ghemaect. Dat betekent dat zij juridisch bekwaam of mondig werden verklaard om zelf over hun goederen te beschikken. In de kantlijn wordt later toegevoegd dat op 12 april 1535 Kerstiaen en de anderen tevreden waren met hun goed en hun voogden en alle andere betrokkenen ontsloegen.

Bron:
Oud Stadsarchief Kortrijk, OSAK 40, Den Zwarten Leeuw, jaar 1521, afbeelding 155/287.
Inschrijving betreffende de voogdij en goederen van Maertken, Kerstiaen, Janneken, Clemme en Anthonyne Lanshoc, kinderen van Maertin Lanshoc.

Het gezin van Maertin Lanshoc

De bron maakt het mogelijk om het gezin van Maertin Lanshoc voorlopig als volgt te ordenen. De schrijfwijze Lanshoc staat in de akte; een andere vorm, Lanshofst, werd in het origineel doorgeschrapt. Dat wijst opnieuw op onzekerheid of variatie in de naamweergave.

Persoon Vermelding in de bron Betekenis voor het onderzoek
Maertin Lanshoc Vader van de genoemde kinderen. Kernpersoon van deze overgangsgeneratie tussen Tielt/Meulebeke en de latere Landsoght-vorm.
Maertken Lanshoc Kind van Maertin, onder voogdij in 1521. Behoort tot het volledige gezin, verdere plaatsing nog te onderzoeken.
Kerstiaen / Kristiaen Lanshoc Kind van Maertin; in 1533 zelf bekwaam verklaard; in 1535 akkoord met zijn goed. Belangrijke mogelijke schakel naar de latere vorm Christiaen Landzocht/Landsoght.
Janneken / Hanneken Lanshoc Kind van Maertin; in 1533 samen met Kristiaen zelf bekwaam verklaard. Zeer belangrijk voor de voortzetting van de naam, mogelijk te verbinden met latere Jan Landzocht/Landsocht-vermeldingen.
Clemme Lanshoc Kind van Maertin, onder voogdij in 1521. Te verbinden met de latere Clemmeken, dochter van Marten Lancscoot, gehuwd met Paulus De Busscher. Zij bewijst de familiekring maar geeft de naam niet verder door.
Anthonyne Lanshoc Kind van Maertin; later als overleden genoteerd. Overleden vóór of op 19 februari 1523 volgens de rekeningnotitie.

Wat verandert dit voor de Brugse Landsoght-tak?

Deze bron vervangt de eerdere redenering waarbij de nadruk te sterk op Clemme/Clemmeken lag. Clemmeken is belangrijk omdat zij als dochter van Maertin in de verwantschap past, maar via haar huwelijk met Paulus De Busscher ontstaan geen naamdragende Landsoght-nazaten.

De voortzetting van de naam moet gezocht worden bij haar broers, vooral bij Janneken/Hanneken en Kerstiaen/Kristiaen. Zij worden in de bron als kinderen van Maertin genoemd en worden later juridisch zelfstandig gemaakt. Dat maakt hen veel sterker als mogelijke stamdragers van de latere Landzocht, Landsocht en Landsoght-lijn.

Verband met de akte van 1548

Jan Landzocht als zoon van Maertin Landzocht

18 februari 1548 · Vierschaar J. Van Overdyle · nr. 639 · folio 126

De akte van 18 februari 1548 sluit zeer goed aan bij de bron van 1521. Daarin verschijnt Jan Lantzocht, lijnwaadhandelaar, samen met jonkvrouw Margriete de Lampereel. De tekst noemt Maertin Landzocht uitdrukkelijk als zijn vader.

Daardoor krijgt Janneken/Hanneken Lanshoc uit de bron van 1521 een mogelijke latere identificatie als Jan Lantzocht/Landzocht/Landsocht. Dit maakt de akte van 1521 bijzonder belangrijk: zij toont het gezin waarin deze Jan thuishoort.

Bron:
18 februari 1548, Vierschaar J. Van Overdyle, nr. 639, folio 126.
Akte waarin Jan Lantzocht, lijnwaadhandelaar, samen met jonkvrouw Margriete de Lampereel optreedt en Maertin Landzocht als zijn vader wordt vermeld.

Verband met de akte van 1540

Clemmeken, dochter van Marten Lancscoot

13 april 1540 · folio 46 verso · nr. 213

In de akte van 13 april 1540 worden de kinderen Copken, Christiaenken en Madeleenken vermeld als kinderen van Paulus De Busscher en Clemmeken, dochter van Marten Lancscoot. Deze Clemmeken past zeer goed bij Clemme Lanshoc, dochter van Maertin Lanshoc, uit de bron van 1521.

Deze akte bevestigt dus vooral de plaats van Clemmeken binnen het gezin. Ze vormt geen rechtstreekse voortzetting van de naam Landsoght, maar ze helpt wel om het gezinsverband van Maertin beter te begrijpen.

Bron:
13 april 1540, folio 46 verso, nr. 213.
Akte betreffende de voogdij over Copken, Christiaenken en Madeleenken, kinderen van Paulus De Busscher en Clemmeken, dochter van Marten Lancscoot.

Tijdlijn van het dossier

10 april 1521

De voogden brengen onder ede het goed over dat aan de wezen van Maertin Lanshoc toekomt na het overlijden van Clemine, weduwe van Maerten den Vos.

26 augustus 1521

Lowijs De Vos en Jan Bernaert treden te Tielt op als voogden van Maertken, Kerstiaen, Janneken, Clemme en Anthonyne Lanshoc, kinderen van Maertin.

19 februari 1523

Anthonyne wordt wegens haar overlijden uit de rekening gehaald. De vader krijgt toestemming om de opbrengsten van twee voorbije jaren te innen voor het onderhoud van de kinderen.

28 december 1526

Bij het afsluiten van de rekening staat er voor de wezen nog een saldo van 12-6-0.

28 februari 1530

Het saldo van de wezen bedraagt volgens de rekening 11 pond en 15 schellingen parisis.

16 april 1533

Kristiaen en Hanneken worden door proost en schepenen juridisch zelfstandig gemaakt.

12 april 1535

In de kantlijn wordt genoteerd dat Kerstiaen en de anderen tevreden waren met hun goed en hun voogden ontsloegen.

13 april 1540

Clemmeken, dochter van Marten Lancscoot, verschijnt indirect in de akte rond haar kinderen uit het huwelijk met Paulus De Busscher.

18 februari 1548

Jan Lantzocht, lijnwaadhandelaar, wordt vermeld als zoon van Maertin Landzocht. Deze vermelding vormt de sterkste aanwijzing voor de voortzetting van de naam.

Onderzoeksnota

Deze bron uit Den Zwarten Leeuw is voorlopig het belangrijkste gezinsdocument voor deze tak. Ze maakt duidelijk dat Maertin Lanshoc niet alleen een dochter Clemmeken had, maar ook zonen of mannelijke naamdragers die de naam konden voortzetten.

Vooral de combinatie van Kerstiaen/Kristiaen en Janneken/Hanneken verdient verder onderzoek. De latere vermeldingen van Christiaen Landzocht en Jan Landzocht/Landsocht kunnen hiermee mogelijk in één gezinsverband worden geplaatst.

De term soenvrauwe of scoenvrauwe bij Clemine, weduwe van Maerten den Vos, blijft voorlopig onzeker. Omdat een stiefmoeder normaal niet automatisch een erfdeel aan stiefkinderen nalaat, moet hier mogelijk sprake zijn van een andere verwantschapsbetekenis, een lokale juridische formulering of een nog niet volledig begrepen familieband.