De kinderen van Maerten Lanshoc
Een Tieltse weesrekening uit 1521 levert een
tweede belangrijk bewijs van de band tussen de familie
Lanshoc/Landsocht en Meulebeke.
Op 26 augustus 1521 legden
Lowijs De Vos en
Jan Bernaert, als voogden van de kinderen
van Maerten Lanshoc, rekening af over hun
erfdeel.
De akte noemt de volgende kinderen:
- Maertken Lanshoc;
- Kerstiaen Lanshoc;
- Janneken Lanshoc;
- Clemme Lanshoc;
- Anthonyne Lanshoc, die later overleed.
Oorspronkelijk fragment
Lowijs De Vos ende Jan Bernaert in Tielt up den 26ste in ougst
1521 als voochden van Maertken, Kerstiaen, Janneken, Clemme
ende Anthonyne, doot, Lanshoc/Lanshofst, filii Maertin,
bringhen over bij huerlieden eede up den 10sten dach van april
1521 naer Paesschen t’goet de weezen toe commende ende
verstorven bij den overlijden van Clemine, de weduwe van
Maerten De Vos, heurlieder soenvrauwe.
Te wetene: het achtste deel vanden helft van een behuusde
stede, gheleghen in Muelebeke, groot int gheheele
zestien bunderen ofte daer ontrent, met huerlieden portie
van alle de huusen, boomen ende catheijlen erop staen.
Ten zelven daghe hadden de voochden consent van proost ende
schepenen al het voornoemde landt te vercoepene ende het
ghelt daeraf commende te boucke te bringhene.
Hedendaagse hertaling
Op 26 augustus 1521 legden Lowijs De Vos en Jan Bernaert
in Tielt, als voogden van de minderjarige kinderen
Maertken, Kerstiaen, Janneken, Clemme en Anthonyne Lanshoc,
onder ede rekening af over het bezit dat de wezen hadden geërfd.
Het erfdeel was afkomstig uit de nalatenschap van
Clemine, weduwe van
Maerten De Vos. Zij was de grootmoeder
van de kinderen.
De wezen erfden een aandeel in een
behuisde hofstede in Meulebeke.
Het volledige goed was ongeveer
zestien bunderen, of ongeveer
22,4 hectare, groot.
Hun aandeel bedroeg het achtste deel van de helft van het goed,
samen met hun aandeel in de huizen, bomen en roerende goederen
die zich op de hofstede bevonden.
De voogden kregen toestemming van de proost en schepenen
om het land te verkopen. De opbrengst moest officieel in de
weesrekening worden opgenomen.
Verkoop van het erfdeel
Op 26 augustus 1521 brachten de voogden de opbrengst van de
verkochte gronden in rekening. De totale som bedroeg
9 pond groten.
| Koper |
Plaats |
Bedrag |
|
Pieter Vanden Piete
|
Tielt
|
5 pond groten
|
|
Loey De Boscher
|
Aarsele
|
2 pond groten
|
|
Jan Cornet
|
Aarsele
|
2 pond groten
|
De drie bedragen samen vormen precies de vermelde verkoopsom van
9 pond groten.
Verdere afhandeling van de voogdij
19 februari 1523
Anthonyne was intussen overleden. Haar vader en de voogd
kregen toestemming om de inkomsten van twee verlopen jaren
te gebruiken voor het onderhoud van de kinderen.
28 december 1526
Bij het afsluiten van de rekening bedroeg het tegoed
van de wezen 12 pond en 6 schellingen.
28 februari 1530
Bij een volgende afsluiting bedroeg het saldo
11 pond en 15 schellingen parisis.
16 april 1533
Kerstiaen en Janneken werden door proost en schepenen
meerderjarig en handelingsbekwaam verklaard.
12 april 1535
Jan en Kerstiaen verklaarden dat zij hun goederen ontvangen
hadden. Zij stelden zich tevreden en ontsloegen hun voogden
en alle andere betrokkenen van verdere verantwoordelijkheid.
Betekenis van deze weesrekening
De akte bewijst dat de familie in 1521 niet alleen door
poorterschap met Meulebeke verbonden was.
De kinderen van Maerten bezaten er ook erfelijke rechten in:
- grond;
- een behuisde hofstede;
- huizen;
- bomen;
- roerende goederen of catheilen.
De band met Meulebeke was dus zowel juridisch, economisch
als familiaal.
Bron:
OSAK Tielt, weesboek 40,
Den Zwarten Leeuw, 1521,
afbeelding 155/287.