Van verhaal naar bron
Dit dossier bevat de volledige verzamelde leesteksten en vertalingen van de onderzochte passages. De verklaringen onderscheiden wat de bron vermeldt van wat nog een interpretatie of onzekere lezing is.
Herzien met de transcriptie, vertaling en bronnoten van Guido Lams. De focus ligt op de dertiende en veertiende eeuw. De vergelijkingsnotitie vermeldt zowel correcties als resterende verschillen.
Bron: ARA Cartularium van de abdij Ter Duinen te Koksijde. 1165-1434. pag 56-57-58-59
Geen onderdeel gevonden. Probeer een andere spelling of wis het zoekveld.
Leesvolgorde en verantwoording
De juiste volgorde is 0056 → 0057 → 0058 → 0059. Bestand 0056 hoort vooraan. De aanvullende scan 0059 bevat links bovenaan het slot van de laatste Middelnederlandse akte; de daarna beginnende andere akte blijft buiten deze uitwerking.
Gebruikte bestanden:
- 513_0344_000_01396_000_0_0056.jpg
- 513_0344_000_01396_000_0_0057.jpg
- 513_0344_000_01396_000_0_0058.jpg
- 513_0344_000_01396_000_0_0059.jpg — uitsluitend het doorlopende slot bovenaan links
Dit is een genormaliseerde, voorlopige leestekst, geen definitieve diplomatische editie. Afkortingen zijn waar mogelijk opgelost, u/v en hoofdletters zijn voor de leesbaarheid aangepast en leestekens zijn toegevoegd. Namen, enkele dateringsafkortingen en kleine juridische formuleringen blijven plaatselijk onzeker. Vierkante haken met een vraagteken markeren een onzekere lezing; […] betekent dat een lezing wordt opengelaten. Getallen die in het dossier verschillen, zijn niet gelijkgetrokken. De Nederlandse tekst geeft de inhoud van iedere Latijnse akte weer; de verklaringen staan er afzonderlijk onder.
De bladen bevatten vijf samenhangende Latijnse stukken over het dossier Lancscote. Aan het einde volgen twee Middelnederlandse stukken. Met het toegevoegde slot op scan 0059 zijn beide nu van begin tot einde beschikbaar. Stuk VI is aangevuld met de oorspronkelijke Middelnederlandse leestekst, een hertaling en een perceelsoverzicht.
De kop De Lancscote is een rubriek van het handschrift. Ze mag niet worden behandeld alsof ze in iedere opgenomen oorkonde zelf staat. In het Middelnederlandse stuk wordt het goed Lantscoot wel uitdrukkelijk genoemd.
↑ Naar de inhoudsopgaveOverzicht
| Stuk | Plaats op de scans | Onderwerp | Datering zoals voorlopig gelezen |
|---|---|---|---|
| I | 0056 onderaan → 0057 links bovenaan | Uitvoering van Maria’s testament: 41 bunder aan Ter Duinen | Juni 1274 |
| II | 0057 links → rechts bovenaan | Volmacht tot erkenning van de verkoop van 44½ bunder | Zaterdag na Hemelvaart 1274 |
| II bis | 0057 rechts, midden en onderaan | Erkenning voor de officialiteit van Doornik | Donderdag na het feest van de apostel [Barnabas?], 1274 |
| III | 0058 links bovenaan | Grafelijke toestemming en bevestiging: 45½ bunder | Augustus 1274 |
| IV | 0058 links onderaan → rechts bovenaan | Abdij aanvaardt de verplichting tot nachtelijke opvang | Augustus 1274 |
| V | 0058 rechts, midden | Eeuwige pacht van 33 bunder heide naast Lantscoot | 3 december 1360 |
| VI | 0058 rechts onderaan → 0059 links bovenaan | Uitgifte van 33 bunder en 2½ gemet heide aan Ter Duinen | [28?] mei 1373 |
I. Schenking ter uitvoering van Maria’s laatste wil
Deze genormaliseerde leestekst is herzien met de handgeschreven transcriptie en vertaling uit het dossier van Guido Lams uit Wingene, Munken.pdf, p. 1–2. Overgenomen naamlezingen: Margareta, Rueloke en Vlisinghem. De eerder in de aanhef opgenomen woorden de consilio coheredum zijn niet overgenomen uit Lams’ transcriptie en staan daarom niet langer in de lopende oorkondetekst. Dit is geen nieuwe diplomatische editie van de originele oorkonde.
Latijn
Universis presentes litteras inspecturis, Johannes de Hertsberghe et Margareta eius uxor, Egidius de Hertsberghe et Walterus dictus Rueloke, tutores liberorum dicti Johannis et Marie quondam eius uxoris, salutem.
Cum pie voluntates decedentium modis omnibus debeant adimpleri, et bone memorie quondam Maria predicta, pro remedio anime sue, quadraginta unum bonaria wastine ac terre sue, iacentis inter parochias de Ruddervorde et de Winghine, cum manso et domibus inibi sitis, legaverit, et fidei dicti Johannis mariti sui dictum legatum commiserit adimplendum, nos, eiusdem Marie piam voluntatem ad effectum producere cupientes, predicta quadraginta unum bonaria donavimus viris religiosis, abbati et conventui ecclesie Beate Marie de Dunis, nomine ecclesie sue, in elemosinam, pleno iure in perpetuum libere possidenda.
Sub hac forma: quod ibidem in perpetuum quatuor pauperibus masculis hospitium ibidem requirentibus debeat caritative hospitalitas exhiberi.
Et predicta quadraginta unum bonaria cum domibus predictis, secundum legem et consuetudinem patrie, guerpivimus et resignavimus in manibus fratris Henrici de Vlisinghem, monachi Dunensis, ad opus ecclesie predicte, cum omni iure quod nobis et liberis predictis Johannis competiit, competit vel in posterum competere poterit, auctoritate et nomine tutorio, decreto quoque iudicis interveniente.
Eundemque fratrem Henricum in vacuam possessionem dictorum bonorum legitime induximus, promittentes quod contra dictam donationem in posterum per nos vel per alios quoscumque, arte vel ingenio quolibet, nullatenus veniemus.
In cuius rei testimonium et munimen presentes litteras dicto fratri Henrico, nomine ecclesie sue predicte, tradidimus sigillatas.
Et quia ego Margareta predicta sigillum proprium non habeo, presentes litteras sigillo Nicholai filii Martini, dilecti […] mei, quo usa sum in hac parte, predicto fratri Henrico tradidi sigillatas.
Datum anno Domini M CC LXXIIII, mense Junii.
Nederlandse vertaling
Aan allen die deze brief zullen zien, wensen Johannes van Hertsberghe en Margareta, zijn echtgenote, alsook Egidius van Hertsberghe en Walterus, bijgenaamd Rueloke, voogden van de kinderen van de genoemde Johannes en van Maria, zijn overleden echtgenote, heil.
Omdat de vrome laatste wensen van overledenen op alle mogelijke wijzen moeten worden uitgevoerd, en omdat de voornoemde Maria zaliger ter bevordering van haar zielenheil 41 bunder van haar woeste grond en land, gelegen tussen de parochies Ruddervoorde en Wingene, met de hofstede en de daar aanwezige gebouwen had gelegateerd, en de uitvoering van dit legaat aan de trouw van haar man Johannes had toevertrouwd, willen wij haar vrome wil ten uitvoer brengen.
Daarom hebben wij die 41 bunder als aalmoes geschonken aan de religieuze mannen, de abt en de kloostergemeenschap van de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van Ter Duinen, ten behoeve van hun kerk, om die voor altijd vrij en met volledig recht te bezitten.
Dit gebeurt onder de volgende voorwaarde: op die plaats moet voor altijd uit liefdadigheid gastvrijheid worden verleend aan vier arme mannen die daar onderdak vragen.
Wij hebben de genoemde 41 bunder met de gebouwen volgens het recht en de gewoonte van het land afgestaan en overgedragen in handen van broeder Henricus van Vlisinghem, monnik van Ter Duinen, ten behoeve van de genoemde kerk. De overdracht omvat alle rechten die ons en de genoemde kinderen van Johannes toekwamen, nu toekomen of later zouden kunnen toekomen. Voor de kinderen wordt gehandeld met het gezag en in de hoedanigheid van voogd, waarbij ook een rechterlijke beslissing tussenbeide is gekomen.
Wij hebben die broeder Henricus rechtsgeldig in het vrije bezit van de goederen gesteld. Wij beloven dat wij deze schenking voortaan op geen enkele wijze zullen bestrijden, zelf noch door anderen, met welke kunstgreep of handelwijze ook.
Als bewijs en waarborg hiervan hebben wij deze gezegelde brief aan broeder Henricus gegeven, namens zijn voornoemde kerk.
Omdat ik, de genoemde Margareta, geen eigen zegel bezit, heb ik deze brief aan broeder Henricus overhandigd, gezegeld met het zegel van Nicolaas, zoon van Martinus, mijn dierbare […] (verwantschap onzeker), waarvan ik mij voor deze handeling heb bediend.
Gegeven in het jaar des Heren 1274, in de maand juni.
Verklaring
Dit is de uitvoering van een testamentaire beschikking. De overleden Maria had land voor een vroom doel bestemd; haar man, zijn huidige vrouw en de voogden zorgen voor de daadwerkelijke overdracht. De kinderen hadden blijkbaar rechten waarmee rekening moest worden gehouden. Hun namen en aantal worden niet vermeld.
Correctie na vergelijking met Guido Lams: de huidige echtgenote is Margareta, de overleden echtgenote Maria (Munken.pdf, p. 1–2). Mijn eerdere lezing van twee echtgenotes met de naam Maria was voor stuk I onjuist. De naam in het registerafschrift van stuk IV blijft een afzonderlijk tekstkritisch probleem; zie de toelichting daar.
Nicolaas, zoon van Martinus (Martijn), stelt zijn zegel aan Margareta ter beschikking. Lams laat de verwantschap in zijn handgeschreven vertaling open (p. 2). Noot 4 van zijn getypte tekst noemt Nicolaas daarentegen een zoon van haar broer Martinus (p. 15). Die uitleg is niet met de onopgeloste afkorting bewezen: vader, broer of neef worden hier niet als vaststaand gegeven opgenomen.
Egidius (Gillis) van Hertsberghe is voogd; zijn broederschap met Johannes wordt niet uitdrukkelijk vermeld. Voor Walterus (Wouter) nemen we Rueloke over uit Lams. De monnik heet in diens Latijnse transcriptie Henricus de Vlisinghem; in het verhaal Hendrik van Vlisseghem. Deze bronlezing vervangt mijn eerdere suggestie Vlissinghe.
↑ Naar de inhoudsopgaveII. Verkoop van 44½ bunder: volmacht en waarborgen
Latijn
Viro venerabili et discreto, officiali Tornacensi, decanus christianitatis Brugensis salutem et obsequium paratum.
Noveritis quod in presentia nostra propter hoc personaliter constituti, domina Zibelia, relicta domini Radulphi de Winghene militis, Alardus de Valle, nunc eius maritus, Johannes, Rogerus et Beatrisa, liberi dicte Zibelie, Egidium dictum Coghe et Johannem dictum Coppin, clericos suos, fecerunt, constituerunt et ordinaverunt procuratores, et utrumque eorum in solidum, ita quod non sit melior conditio occupantis, quoad confitendum et recognoscendum coram vobis, pro ipsis et eorum nominibus procuratorio nomine, ipsos bene et legitime vendidisse Johanni dicto de Hertsberghe, oppidano Brugensi, quadraginta quatuor et dimidium bonaria terre, parum plus vel minus, iacentis in parochiis de Ruddervorde et de Winghine, in quadam wastina [nominata?], tenente inter Lo et Hertsberghe, cum dicte terre nascentibus seu fructibus et arboribus existentibus in eadem.
Pro viginti et duabus libris et quinque solidis Flandrensibus, ipsis a dicto Johanne integraliter persolutis et in eorum evidentem utilitatem conversis, prout predicti Z., A., I., R. et B. coram nobis confessi fuerunt.
Ac ipsum Johannem in veram possessionem dicte terre, fructuum et arborum predictorum ac nascentium in eadem legitime induxisse, et eidem eandem tradidisse, necnon et legitimam werpitionem et effestucationem de eisdem, secundum consuetudinem et plenam legem patrie in qua partes commorantur, ad opus Johannis antedicti, prout decuit, se fecisse.
Quam terram cum dicte terre nascentibus seu fructibus et arboribus eiusdem promiserunt predicti Z., A., I., R. et B., fide media et sub suis iuramentis ab ipsis corporaliter prestitis, dicto Johanni quietam, liberam et incalumpniatam, nomine dicte venditionis, conservare et contra quoscumque guarandizare.
Et quod numquam dominum J. super terra, fructibus et arboribus predictis seu dicte terre nascentibus molestabunt aut inquietabunt; quod nullum ius de cetero in eisdem, nomine dicte venditionis, clam vel palam, per se aut per aliquem alium reclamabunt aut reclamari procurabunt.
Et quod, si questio vel molestia aliqua domino J. super eisdem moveretur, nomine dicte venditionis, quod ipsi eam, ad suas expensas proprias, sine custu et dampno dicti Johannis, amovebunt seu facient amoveri.
Concedentes et volentes quod, si ipsi premissa non observarent, quod vos ipsos ad observantiam omnium premissorum censura ecclesiastica compellere possetis, se et sua [quantum?] ad premissa obligantes et vestre iurisdictioni per presentes litteras et per predictos eorum procuratores, seu alterum ipsorum, penitus supponentes, ubicumque ipsos contingeret commorari.
Et dederunt predicti venditores predictis eorum procuratoribus, seu alteri ipsorum, plenam potestatem et speciale mandatum renuntiandi coram vobis, pro ipsis et eorum nominibus procuratorio nomine, sub fide et iuramentis eorum superius tactis corporaliter coram nobis, exceptioni non numerate pecunie et non solute, exceptioni doli mali, vis et metus, omni statuto cuiuslibet patrie sive loci, omni iuris et legum auxilio;
Et domina Zibelia specialiter doti seu usufructui suo, qui ipsi competit vel competere posset in futurum in dicta terra, fructibus et arboribus existentibus in eadem;
Et dicti liberi exceptioni minoris etatis et omnibus exceptionibus iuris et facti per quas possent dictam venditionem impugnare vel contra venire et per quas effectus premissorum posset in aliquo differri vel impediri.
Ratum, gratum et firmum habituri quidquid per dictos eorum procuratores, seu per alterum ipsorum, coram vobis super omnibus et singulis premissis actum fuit sive datum, vel a vobis ad opus dicti Johannis impetratum.
Quod vobis ac omnibus quorum interest tenore presentium significamus.
Actum et datum anno Domini M CC LXXIIII, sabbato post Ascensionem Domini.
Nederlandse vertaling
Aan de eerbiedwaardige en verstandige heer, de officiaal van Doornik, zendt de deken van de Brugse christenheid zijn groet en de verzekering van zijn bereidwillige dienst.
Weet dat voor ons persoonlijk zijn verschenen: vrouwe Zibelia, weduwe van heer Radulfus van Wingene, ridder; Alardus de Valle, haar huidige echtgenoot; en Johannes, Rogerus en Beatrisa, kinderen van Zibelia.
Zij hebben hun klerken Egidius, bijgenaamd Coghe, en Johannes, bijgenaamd Coppin, tot gevolmachtigden aangesteld. Ieder van beiden mag voor het geheel optreden, zonder dat degene die eerst optreedt daardoor een bevoorrechte positie tegenover de andere verkrijgt.
Deze gevolmachtigden mogen voor u in hun naam erkennen en bevestigen dat zij rechtsgeldig aan Johannes, genaamd van Hertsberghe, poorter van Brugge, 44½ bunder land, iets meer of minder, hebben verkocht. Die grond ligt in de parochies Ruddervoorde en Wingene, in een nader aangeduid woest terrein tussen Lo en Hertsberghe. De verkoop omvat ook de gewassen of opbrengsten en de bomen die op het land aanwezig zijn.
De prijs bedraagt 22 pond en 5 schellingen Vlaams. Johannes heeft die volledig aan hen betaald. Het geld is tot hun kennelijk voordeel aangewend, zoals de genoemde verkopers voor ons hebben erkend.
Zij verklaren tevens dat zij Johannes rechtsgeldig in het daadwerkelijke bezit van de grond, de opbrengsten, bomen en overige begroeiing hebben gesteld en hem het goed hebben overgedragen. Daarbij hebben zij de vereiste formele afstand en overdracht verricht volgens het plaatselijke recht en de gewoonte van het gebied waarin zij wonen.
De verkopers hebben op hun trouw en onder persoonlijk afgelegde eden beloofd Johannes het rustige, vrije en onbetwiste bezit van de grond, de opbrengsten en de bomen te waarborgen. Zij zullen hem tegen aanspraken van wie dan ook vrijwaren.
Zij zullen Johannes daarover nooit lastigvallen of verontrusten. Zij zullen geen rechten meer op het verkochte opeisen, heimelijk noch openlijk, zelf noch door anderen. Indien Johannes vanwege deze verkoop toch met een aanspraak of geschil wordt geconfronteerd, zullen zij dat op eigen kosten en zonder kosten of schade voor hem wegnemen of doen wegnemen.
Zij stemmen ermee in dat u hen, als zij hun beloften niet naleven, met kerkelijke dwangmiddelen tot uitvoering mag brengen. Zij verbinden zichzelf en hun goederen en onderwerpen zich volledig aan uw rechtsmacht, waar zij zich ook zouden bevinden.
Zij geven hun gevolmachtigden bovendien de bevoegdheid namens hen afstand te doen van mogelijke verweermiddelen: dat de koopsom niet werkelijk geteld of betaald zou zijn, dat er bedrog, geweld of vrees in het spel zou zijn geweest, en van andere bepalingen of rechtsmiddelen waarop zij zich tegen de verkoop zouden kunnen beroepen.
Zibelia doet in het bijzonder afstand van haar rechten uit huwelijksgoed of vruchtgebruik die haar op dit land, de opbrengsten en de bomen toekomen of later zouden kunnen toekomen.
Haar kinderen doen afstand van het verweermiddel van minderjarigheid en van alle andere juridische of feitelijke bezwaren waarmee zij de verkoop zouden kunnen bestrijden, vertragen of verhinderen.
Allen zullen voor geldig, aanvaard en bindend houden wat hun gevolmachtigden, samen of afzonderlijk, hierover voor u verrichten of ten behoeve van Johannes van u verkrijgen.
Dit maken wij door deze brief bekend aan u en aan allen die daarbij belang hebben.
Gedaan en gegeven in 1274, op de zaterdag na Hemelvaartsdag.
Verklaring
Dit stuk is nauwkeuriger te omschrijven als een volmacht tot gerechtelijke erkenning van een reeds gesloten verkoop, met uitvoerige garanties voor de koper. De daaropvolgende akte laat zien dat een gevolmachtigde daadwerkelijk voor de officiaal verscheen.
Zibelia was eerst getrouwd met de overleden ridder Radulfus van Wingene en is nu gehuwd met Alardus de Valle. Johannes, Rogerus en Beatrisa worden uitdrukkelijk haar kinderen genoemd. De passage noemt hun vader niet uitdrukkelijk. Hun afstamming van Radulfus mag daarom nog niet als bewezen worden vastgelegd.
De prijs is volgens de tekst 22 pond en 5 schellingen voor de beschreven verkoop. Er staat hier niet per bonarium of een andere prijsbepaling per bunder bij.
De passage over de ligging is moeilijk. Mijn eerdere lezing Novata mag niet als vaststaande plaatsnaam worden gebruikt. In de parallelakte lijkt veeleer nominata te staan, een gewoon Latijns woord voor ‘genoemd/aangeduid’. Ook de lezing van de plaatsnaam na Lo blijft open.
↑ Naar de inhoudsopgaveII bis. Erkenning van dezelfde verkoop door de officiaal van Doornik
Latijn
Universis presentes litteras inspecturis, officialis Tornacensis salutem in Domino.
Noveritis quod Egidius Coghe, clericus, procurator domine Sibilie, relicte domini Radulphi de Winghine militis, Alardi de Valle, nunc eius mariti, Johannis, Rogeri et Beatricis, liberorum dicte Sibilie, per litteras decani christianitatis Brugensis presentibus appensas, habens per easdem litteras super hoc potestatem, coram nobis personaliter constitutus, recognovit nomine procuratorio, pro ipsis et eorum nominibus, ipsos relictam, Alardum et liberos bene et legitime vendidisse Johanni de Hertsberghe, oppidano Brugensi, XLIIII et dimidium bonaria terre, parum plus vel minus, iacentis in parochiis de Ruddervorde et Winghine, in quadam wastina nominata, tenente inter Lo et Hertsberghe, cum dicte terre nascentibus seu fructibus et arboribus existentibus in eadem.
Pro viginti et duabus libris et quinque solidis Flandrensibus, ipsis a dicto Johanne integraliter persolutis et in eorum evidentem utilitatem conversis, prout dictus procurator pro ipsis Z., A., I., R. et B. coram nobis recognovit.
Recognovit etiam dictus procurator ipsos Z., A., I., R. et B. ea omnia et singula fecisse de quibus in dictis litteris fit mentio, et prout in eisdem continetur, concedens idem procurator, pro ipsis et eorum nominibus, quod, si ipsi premissa non observarent, quod nos ipsos ad observantiam omnium premissorum censura ecclesiastica compellere possemus, ipsos Z., A., I., R. et B. et sua [quantum?] ad premissa per presentes litteras obligando et nostre iurisdictioni penitus supponendo;
Renuntiando hiis omnibus et singulis pro ipsis et eorum nominibus que in dictis litteris continentur, ac ipsos ad observantiam contentorum in litteris supradictis per dictas litteras obligando.
Datum anno Domini M CC LXXIIII, feria quinta post beati [Barnabe?] apostoli, approbamus, [rati?] de quibus in eis et suppositione eorum nobis datum ut supra [slotformulering onzeker].
Nederlandse vertaling
Aan allen die deze brief zullen zien, wenst de officiaal van Doornik heil in de Heer.
Weet dat Egidius Coghe, klerk en gevolmachtigde van vrouwe Sibilia, weduwe van ridder Radulfus van Wingene, van Alardus de Valle, haar huidige echtgenoot, en van Johannes, Rogerus en Beatrix, haar kinderen, persoonlijk voor ons is verschenen.
Hij beschikte hiervoor over de volmacht in de brief van de deken van de Brugse christenheid, die aan deze brief is gehecht. Namens de genoemde personen heeft hij erkend dat zij rechtsgeldig aan Johannes van Hertsberghe, poorter van Brugge, 44½ bunder grond, iets meer of minder, hebben verkocht. De grond ligt in de parochies Ruddervoorde en Wingene, in het genoemde woeste terrein tussen Lo en hertsberghe, en omvat de gewassen, opbrengsten en bomen.
De verkoopprijs is 22 pond en 5 schellingen Vlaams. Deze is volledig door Johannes betaald en tot het kennelijke voordeel van de verkopers aangewend, zoals hun gevolmachtigde voor ons heeft erkend.
Hij heeft ook erkend dat de verkopers alle handelingen hebben verricht die in de aangehechte brief worden beschreven. Namens hen stemt hij ermee in dat wij hen met kerkelijke dwangmiddelen tot naleving kunnen brengen wanneer zij hun verplichtingen niet uitvoeren. Hij verbindt hen en hun goederen daartoe en onderwerpt hen volledig aan onze rechtsmacht.
Namens hen doet hij tevens afstand van alle in de genoemde brief vermelde verweermiddelen en verbindt hij hen tot naleving van de daarin opgenomen bepalingen.
De akte is gedateerd in 1274, op de donderdag na het feest van de apostel [Barnabas?]. De aansluitende, sterk verkorte slotformule kan ik op deze opname niet voldoende zeker woordelijk vertalen; zij lijkt een aanvullende goedkeuringsformule te bevatten.
Verklaring
Dit is de uitvoering van de volmacht uit stuk II. Het gaat niet om een tweede verkoop van nog eens 44½ bunder. Koper, verkopers, oppervlakte, ligging en koopsom komen overeen.
De naam van de moeder verschijnt hier in een vorm die ik als Sibilia lees, tegenover Zibelia in de voorafgaande akte. Voor de Nederlandse toelichting kan men spreken van ‘Zibelia/Sibilia’, zonder er twee personen van te maken.
De feestdag in de datering behoeft controle. Ik lees de afkorting voorlopig als Barnabe, maar geef geen omgerekende kalenderdatum zolang die lezing niet vaststaat. Een oplossing als Bartholomei mag evenmin zonder controle worden aangenomen.
↑ Naar de inhoudsopgaveIII. Grafelijke bevestiging van de schenking
Latijn
Nos Margareta, Flandrie et Haynonie comitissa, et Guido eius filius, comes Flandrie et marchio Namurcensis, notum facimus universis quod viri religiosi, abbas et conventus ecclesie Beate Marie de Dunis, Cisterciensis ordinis, necnon Johannes de Hertsberghe, oppidanus noster Brugensis, supplicaverunt nobis ut, cum prefatus Johannes et quondam Maria eius uxor eidem ecclesie Dunensi in puram et perpetuam elemosinam contulissent quadraginta quinque et dimidium bonaria, vel circiter, tam wastine quam terre arabilis site in ea, cum quodam manso inibi existente, que habebant dicti Johannes et Maria inter ecclesias de Winghine et de Ruddervorde, nos tamquam terre domini vellemus collationi huiusmodi consentire et eam predicte ecclesie confirmare.
Et cum per dilectos et fideles nostros Michaelem de Furnis, eiusdem loci canonicum et clericum nostrum, ac Eustachium dictum Havel, ballivum nostrum Brugensem, quos ad inspiciendam dictam wastinam et terram destinaveramus, comperti existat predictam elemosinam ad legem et prout decet esse factam, et wastinam et terram predictas cum dicto manso continentia in uno solo quadraginta quinque et dimidium bonaria circiter continere, nos, pro nostrarum et antecessorum ac successorum nostrorum animarum remedio, predicte elemosine assensum adhibentes expressum, eam dictis abbati et conventui Dunensi et ipsorum ecclesie, tamquam terre domini, perpetuo confirmamus.
Ita tamen quod pro quolibet bonario wastine et terre predictarum nobis et successoribus nostris, Flandrie comitibus, predicta ecclesia sex denarios Flandrensis monete ad brevia wastinarum nostrarum annis singulis perpetuo solvere teneatur, salva nobis et nostris memoratis successoribus omnimoda in premissis iustitia temporali.
Et in premissorum munimen et testimonium sigilla nostra litteris presentibus sunt appensa.
Datum anno Dominice incarnationis M CC LXXIIII, mense Augusti.
Nederlandse vertaling
Wij, Margareta, gravin van Vlaanderen en Henegouwen, en Guido, haar zoon, graaf van Vlaanderen en markgraaf van Namen, maken aan allen bekend dat de abt en de kloostergemeenschap van Onze-Lieve-Vrouw van Ter Duinen, van de cisterciënzerorde, samen met Johannes van Hertsberghe, onze Brugse poorter, ons hebben verzocht om toestemming en bevestiging van een schenking.
De genoemde Johannes en Maria, zijn overleden echtgenote, hadden aan Ter Duinen als zuivere en eeuwigdurende aalmoes ongeveer 45½ bunder geschonken, bestaande uit woeste grond en het daarin gelegen akkerland, met een daar aanwezige hofstede. Johannes en Maria hadden dit bezit tussen de kerken van Wingene en Ruddervoorde.
Men verzocht ons om als heren van de grond met deze overdracht in te stemmen en haar voor de genoemde kerk te bevestigen.
Wij hadden onze geliefde en getrouwe dienaren Michaël van Veurne, kanunnik van die plaats en onze klerk, en Eustachius, genaamd Havel, onze baljuw van Brugge, uitgezonden om het woeste terrein en het land te onderzoeken. Door hun onderzoek staat vast dat de schenking naar recht en op behoorlijke wijze is verricht, en dat het terrein en de grond met de hofstede één aaneengesloten geheel vormen van ongeveer 45½ bunder.
Daarom stemmen wij uitdrukkelijk met de schenking in, voor het zielenheil van onszelf en van onze voorgangers en opvolgers, en bevestigen wij haar als heren van de grond voor altijd aan de abt, de kloostergemeenschap en hun kerk.
Daarbij geldt echter dat de genoemde kerk jaarlijks en voor altijd voor iedere bunder woeste grond en land zes penningen in Vlaamse munt aan ons en onze opvolgers, de graven van Vlaanderen, moet betalen, in de administratie van onze woeste gronden. Onze volledige wereldlijke rechtsmacht over deze goederen blijft aan ons en onze genoemde opvolgers voorbehouden.
Als waarborg en bewijs hebben wij onze zegels aan deze brief gehangen.
Gegeven in augustus 1274.
Verklaring
Deze akte is een afzonderlijke stap in de juridische afwikkeling. De graaf en gravin stemmen als heren van de grond in met de schenking aan de abdij. Zij doen geen afstand van alle rechten: een jaarlijkse betaling van zes penningen per bunder en de wereldlijke rechtsmacht blijven behouden.
Continentia in uno solo beschrijft hier een terrein dat één geheel vormt. Het stuk noemt dus niet alleen een som van overal verspreide percelen.
Opvallend is 45½ bunder, tweemaal voluit vermeld. Dat verschilt zowel van de 41 bunder in stuk I als van de 44½ bunder in de verkoopakten. Het is niet verantwoord dit stilzwijgend te veranderen. Het kan gaan om een ruimer gemeten geheel, een verschil in de samenstelling van het bezit of een overleveringsfout. De huidige scans laten niet toe tussen die mogelijkheden te kiezen.
↑ Naar de inhoudsopgaveIV. De abdij verbindt zich tot opvang van vier arme mannen
Naamvariant in het afschrift. Hier is voorlopig Mariam, nunc eius uxorem gelezen. Dat wijkt af van Margareta in Lams’ transcriptie van de juniakte. De Latijnse variant blijft zichtbaar; in de historische duiding is de huidige echtgenote Margareta. Lams levert in dit PDF-bestand geen volledige paralleltranscriptie van deze augustusakte. Zijn verhaal noemt de abt Thomas van Gent (p. 6); de brontekst wordt niet verder aangevuld dan Th.
Latijn
Universis presentes litteras inspecturis, frater Th., dictus abbas, et conventus ecclesie Beate Marie de Dunis, salutem in Domino.
Cum dilecti nobis in Christo Johannes dictus de Hertsberghe, oppidanus Brugensis, et Maria quondam eius uxor nobis, pro remedio animarum suarum, contulerint in puram et perpetuam elemosinam XL et unum bonaria, vel circiter, tam wastine quam terre arabilis, cum omnibus mansionibus sive domibus inibi existentibus, iacentibus inter ecclesias de Winghine et de Ruddervorde, in hunc modum: quod ibidem quatuor pauperibus personis masculis hospitium petentibus debeat in perpetuum caritative hospitalitas singulis noctibus exhiberi;
Et dicta collatio per predictum Johannem et Mariam, nunc eius uxorem, tutoresque liberorum dicte Marie, videlicet Egidium de Hertsberghe et Walterum dictum Rueloke, coram lege fuit renovata, prout superius est expressum;
Nos, dicte collationi consensum adhibentes expressum, promittimus pro nobis et successoribus nostris dictam hospitalitatem bona fide in perpetuum observare.
Quod si notorium esse contigerit in futurum nos dictam hospitalitatem contradicere vel minime observare, quod absit, dictus Johannes et eius heredes poterunt repetere bona prenotata quousque conditio prenotata correcta fuerit et plenarie emendata.
Exigente etiam pie devotionis affectu predictorum J. et M., quem ad nos et ecclesiam nostram habent, concedimus eisdem plenam participationem omnium bonorum spiritualium que in ecclesia predicta fiunt ac de cetero, Deo dante, fient, in vita ipsorum pariter et in morte, in vigiliis, ieiuniis, missis, orationibus, elemosinis ac aliis quibuscumque, et eis, cum eos humanitus contigerit, per easdem J. et M. sicut pro nostris plenarium officium persolvemus [zinsbouw rond de overlijdensbepaling onzeker].
In cuius rei testimonium et munimen presentes litteras dicto J. tradidimus sigillo nostro roboratas.
Datum anno Domini M CC LXXIIII, mense Augusti.
Nederlandse vertaling
Aan allen die deze brief zullen zien, wensen broeder Th., abt, en de kloostergemeenschap van Onze-Lieve-Vrouw van Ter Duinen heil in de Heer.
Johannes, genaamd van Hertsberghe, poorter van Brugge, en Maria, zijn overleden echtgenote, die ons in Christus dierbaar zijn, hebben ons voor hun zielenheil als zuivere en eeuwigdurende aalmoes ongeveer 41 bunder woeste grond en akkerland geschonken. Daarbij horen alle woningen en gebouwen die zich daarop bevinden. Het goed ligt tussen de kerken van Wingene en Ruddervoorde.
De schenking is gedaan onder de voorwaarde dat daar voor altijd iedere nacht uit liefdadigheid onderdak wordt verleend aan vier arme mannen die erom vragen.
Deze schenking is voor het bevoegde gerecht hernieuwd door Johannes, door de huidige echtgenote (hier als Maria gelezen; volgens de juniakte Margareta), en door de voogden van de kinderen van de genoemde Maria, namelijk Egidius van Hertsberghe en Walterus, bijgenaamd Rueloke, zoals hierboven is uiteengezet.
Wij stemmen uitdrukkelijk met deze schenking in en beloven voor onszelf en onze opvolgers dat wij de genoemde gastvrijheid voor altijd te goeder trouw zullen onderhouden.
Mocht het in de toekomst algemeen bekend worden dat wij deze opvang weigeren of niet naleven — wat God verhoede — dan mogen Johannes en zijn erfgenamen de genoemde goederen terugvorderen, totdat de tekortkoming in de genoemde voorwaarde is rechtgezet en volledig hersteld.
Vanwege de vrome toewijding die Johannes en zijn echtgenote (de initialen J. en M. in de tekst) aan ons en onze kerk betonen, verlenen wij hun bovendien volledige deelname aan alle geestelijke goede werken die in onze kerk worden verricht en, zo God het geeft, later zullen worden verricht. Dat geldt zowel tijdens hun leven als na hun dood: waken, vasten, missen, gebeden, aalmoezen en alle andere geestelijke werken. Wanneer zij overlijden, zullen wij voor hen het volledige officie verrichten zoals voor onze eigen gemeenschap. De precieze grammaticale formulering van deze laatste overlijdensbepaling blijft plaatselijk onzeker, maar de strekking is duidelijk.
Als bewijs en waarborg hiervan hebben wij aan Johannes deze brief gegeven, bekrachtigd met ons zegel.
Gegeven in augustus 1274.
Verklaring
Dit stuk vult de eerste schenking wezenlijk aan. De abdij aanvaardt niet alleen grond: zij aanvaardt een blijvende, concreet omschreven verplichting.
De woorden singulis noctibus betekenen iedere nacht. De rubriek boven de akte verduidelijkt bovendien dat vier mannen moeten worden opgenomen als er zoveel zijn die daar onderdak vragen. De rubriek is een samenvattende aantekening van het handschrift en wordt hier onderscheiden van de oorkondetekst zelf.
Johannes en zijn erfgenamen krijgen een middel om naleving af te dwingen: bij openlijke niet-naleving kunnen zij de goederen terugvorderen totdat het verzuim is hersteld. De tekst beschrijft daarmee meer dan een vrijblijvende intentie tot liefdadigheid. Hij zegt niet zonder meer dat iedere tekortkoming de schenking definitief vernietigt.
Naast de materiële opvang staan geestelijke voordelen voor de weldoeners: deelname aan de gebeden en andere religieuze werken van de abdij, met een volledig officie na hun overlijden.
De oppervlakte lees ik als XL et unum, dus 41 bunder, niet als 41½. Het afkortingsteken boven unum moet niet met een afzonderlijke aanduiding voor een halve bunder worden verward.
↑ Naar de inhoudsopgaveV. Middelnederlands vervolg: heide naast het goed Lantscoot
Dit stuk is al in het Nederlands geschreven. Het wordt daarom niet kunstmatig naar het Latijn terugvertaald. Hieronder staat een hertaling van de zichtbare volledige akte.
Nederlandse hertaling
Ik, Oddot Machet [naamvorm volgens Lams], schout of watergraaf van mijn geduchte heer van Vlaanderen, maak aan allen bekend dat ik, namens mijn lieve en geduchte heer, heer Lodewijk, graaf van Vlaanderen, eerlijk en rechtsgeldig in eeuwige pacht heb gegeven aan mijn geliefde en zeer beminde heer, de abt van Ter Duinen, en zijn kloostergemeenschap: 33 bunder heide, iets minder of iets meer.
Deze heide ligt in de parochie Ruddervoorde naast het goed dat men het goed van Lantscoot noemt. Het abdijgoed ligt aan de zuidzijde en het bezit van de graaf van Vlaanderen aan de noordzijde.
Daarvoor moeten jaarlijks en voor altijd twaalf penningen parisis worden betaald voor iedere bunder, op Sint-Remigiusdag, aan de graaf van Vlaanderen, volgens de bepalingen van de brief die men de brief van Pieter [Mazere?] noemt.
Telkens wanneer deze 33 bunder heide van de ene hand in de andere overgaan, hetzij doordat de abt vertrekt, hetzij door zijn overlijden, moet degene die vervolgens abt wordt en het goed in handen krijgt een dubbele cijns betalen, zoals bij een sterfelijke bezitter. Bovendien zijn vier penningen verschuldigd aan de klerk om de naam te veranderen.
Als bewijs is deze brief met mijn zegel bekrachtigd. Gegeven te Oost-Eeklo [plaatslezing volgens Lams], op de derde dag van december, in het jaar des Heren 1360.
Verklaring
Deze akte bevat de sterkste expliciete plaatsaanduiding in de zichtbare tekst: ‘tgoed van lantscoot’. De 33 bunder heide liggen ernaast. Men mag die heide daarom niet zonder meer gelijkstellen met het bestaande goed zelf.
De regeling behandelt de wisseling van abt als een overgang waarvoor een extra cijns verschuldigd is. Zo blijft bij een instelling die als gemeenschap voortbestaat toch een betaling bij de wisseling van de vertegenwoordiger bestaan. Ook de administratieve aanpassing van de naam kost geld.
Datering en namen herzien: 3 december 1360, met Oddot Machet als watergraaf, volgens Lams, p. 7 en noot 11 op p. 17. De eerdere lezing 1260 en de naam Gwijde vervallen. Lams noemt Oost-Eeklo als plaats van uitgifte. Zijn verhaal geeft 83 bunder, maar zijn Latijnse bronaanhaling in noot 11 zegt quadraginta tria (43). De registerlezing hierboven blijft voorlopig 33; deze drie getallen zijn niet stilzwijgend gelijkgetrokken.
↑ Naar de inhoudsopgaveVI. Uitgifte van heide door Jan de Jaghere van Moerbeke — mei 1373
Vergelijking met Lams, p. 7. De datering is herzien naar 1373. Lams geeft Martin van Heesine, Cromschot en Jansvelde waar onze voorlopige scanlezing Hersine, Cornscoot en een grens bij Jans kinderen heeft. Hij schrijft bovendien twee en een halve lijn en Sint-Remigiusdag, tegenover gemet en Sint-Cornelius in onze leestekst. Deze verschillen vragen controle aan het origineel; zij zijn hieronder niet als bewezen correcties ingevuld.
De akte begint onderaan scan 0058 rechts en eindigt bovenaan scan 0059 links, vóór de grote versierde initiaal. Het opschrift boven scan 0059 behoort tot de nieuwe rubriek en verandert de inhoud van dit doorlopende slot niet. De daaropvolgende Latijnse akte is hier niet opgenomen.
Middelnederlandse leestekst
Afkortingen zijn opgelost en leestekens toegevoegd. De spelling is zo veel mogelijk behouden; onzekere lezingen zijn gemarkeerd.
Ic Jan de Jaghere van Moerbeke, watergrave mijns liefs ende gheduchts heren, graven van Vlaendren, doe te wetene allen lieden dat ic, inde name van minen gheduchten here voorscreven, hebbe ghegheven ende gheve broeder Niclause [Maloen?], in eeuweliken chiense, ter kerken ende abdien bouf vanden Dunen, xxxiij bunre ende twe ende een half ghemete helts, lettel meer oft min, ligghende in diverse prochien.
Daer af dat de twalef bunre ligghen in de prochie van Ruddervorde, tusschen Martins velde van [Hersine?] of een zide ende den Brugghe wegh[e] of ander zide.
Item noch twalef bunre ligghende binder voorscreven prochie, tusschen der moelne vanden Dunen of een zide ende [Cornscoot?] of ander zide.
Item neghen bunre ende [twe?] ende een half ghemete, ligghende binder prochie van Winghine, tusschen den Thoroud wegh[e] of een zide ende Jans [Lelte?] kindren noordhende of ander zide.
Om drie scellinghe ende vier penne parisis, die de voorscreven kerke ende abdie betalen sal eeuwelike van elken bunre te Sinte Cornelle, ten brieven die men heet Pieter Maesl[a]ers brieve.
Ende wanneer dit voorscreven velt sal gaen vander eenre hand in dandere, eist bi cope of bi versterften oft andersens, so sal de ghene dient toe sal comen betalen dobbelen chiins ende den clerc vier penne parisis om de name te versetten, ende voort altoos behouden elcs rechte.
In kennesse van deser brief, gheseeghelt met minen zeghele hieraen hanghende, ghegheven up den [xxviii?]sten dach van meye, int jaer ons Heren als men screef M CCC drie ende zeuentich.
Nederlandse hertaling
Ik, Jan de Jaghere van Moerbeke, watergraaf van mijn geliefde en geduchte heer, de graaf van Vlaanderen, maak aan allen bekend dat ik namens mijn heer aan broeder Nicolaas [Maloen?], ten behoeve van de kerk en abdij van Ter Duinen, grond in eeuwige cijns heb uitgegeven en hierbij uitgeef.
Het gaat om 33 bunder en twee en een half gemet heide, iets meer of minder, gelegen in verschillende parochies:
- Twaalf bunder in Ruddervoorde, tussen het veld van Martinus van [Hersine?] aan de ene kant en de Brugse weg aan de andere kant.
- Nog twaalf bunder in dezelfde parochie, tussen de molen van Ter Duinen aan de ene kant en [Cornscoot?] aan de andere kant.
- Negen bunder en vermoedelijk twee en een half gemet in Wingene, tussen de weg naar Torhout aan de ene kant en de noordelijke begrenzing bij de kinderen van Jan [Lelte?] aan de andere kant. De precieze naam en grammaticale aansluiting van deze laatste grensbeschrijving blijven onzeker.
De kerk en abdij moeten hiervoor voor altijd per bunder drie schellingen en vier penningen parisis betalen, op Sint-Corneliusdag, overeenkomstig de bepalingen van de brief die de brief van Pieter Maesl[a]er wordt genoemd.
Wanneer dit land van de ene hand in de andere overgaat, door koop, door overlijden of op een andere wijze, moet degene aan wie het toekomt een dubbele cijns betalen. Daarnaast krijgt de klerk vier penningen parisis voor het wijzigen van de naam in de administratie. Ieders overige rechten blijven behouden.
Als bewijs is deze brief bekrachtigd met mijn aangehangen zegel. Gegeven op de [28ste?] dag van mei, in het jaar des Heren 1373.
Perceelsoverzicht
| Partij | Parochie | Oppervlakte | Grenzen volgens de voorlopige lezing |
|---|---|---|---|
| 1 | Ruddervoorde | 12 bunder | Veld van Martinus van [Hersine?] — Brugse weg |
| 2 | Ruddervoorde | 12 bunder | Molen van Ter Duinen — [Cornscoot?] |
| 3 | Wingene | 9 bunder en vermoedelijk 2½ gemet | Torhoutse weg — kinderen van Jan [Lelte?], met vermelding van het noordeinde |
| Totaal | Beide parochies | 33 bunder en 2½ gemet volgens de aanhef | De twee partijen van twaalf en de partij van negen geven samen 33 bunder |
Verklaring en controlepunten
De akte is nu van begin tot einde beschikbaar. Zij betreft een uitgifte in eeuwige cijns namens de graaf, ten behoeve van Ter Duinen. Broeder Nicolaas ontvangt de grond voor de instelling; de tekst zegt niet dat hij die als persoonlijk bezit verwerft.
De jaarlijkse cijns bedraagt 3 schellingen en 4 penningen parisis per bunder, dus 40 penningen parisis per bunder. De akte legt daarnaast een betaling bij overgang op: een dubbele cijns en vier penningen voor de administratieve naamswijziging. Die vier penningen zijn een afzonderlijke vergoeding aan de klerk, geen extra jaarlijkse heffing per bunder.
Het slot vult de tweede en derde grensbeschrijving aan. Het noemt expliciet de molen van Ter Duinen, de weg naar Torhout en de kinderen van een Jan. De naam [Cornscoot?] moet opnieuw worden gecontroleerd voordat zij in een kaart of plaatsnamenregister wordt vastgelegd. Zij mag niet op grond van het dossieropschrift stilzwijgend in Lantscoot worden veranderd.
In de aanhef is ‘twe ende een half ghemete’ betrekkelijk goed leesbaar. Het woord bij de derde partij is minder scherp; ik lees het voorlopig eveneens als ‘twe’. De som past daarmee bij de aanhef, maar die rekenkundige overeenstemming is ondersteunend en vervangt de letterlezing niet.
Correctie van de eeuw: Lams dateert deze uitgifte in 1373 (p. 7). De samengedrongen eeuwtekens in het slot van scan 0059 waren eerder ten onrechte als M CC uitgewerkt; de leestekst geeft nu M CCC. Het daggetal blijft voorlopig [28?] mei.
De aanduiding van de brief van Pieter lees ik nu als Maesl[a]ers. Dezelfde verwijzing lijkt ook in stuk V voor te komen, waar de eerdere lezing minder nauwkeurig was. Het gaat om een verwijzing naar een bestaande regeling; de inhoud van die andere brief wordt hier niet volledig herhaald.
Deze uitgifte van 1373 hoort bij de veertiende-eeuwse voortzetting van het abdijbezit. De eerdere voorstelling dat zij aan de schenkingen van 1274 voorafging, vervalt.
↑ Naar de inhoudsopgaveWie is wie?
| Persoon | Vaststelling uit deze teksten | Wat nog niet vaststaat |
|---|---|---|
| Johannes van Hertsberghe | Poorter van Brugge; koper van 44½ bunder; betrokken bij de schenking aan Ter Duinen | Zijn ouders worden niet genoemd |
| Maria, overleden echtgenote | Echtgenote van Johannes; moeder van de kinderen waarvoor voogden optreden; haar laatste wil ligt aan de schenking ten grondslag | Haar familienaam en ouders ontbreken |
| Margareta, huidige echtgenote | Huidige echtgenote in Lams’ transcriptie van juni 1274; onderscheiden van de overleden Maria | Haar verwantschap met Nicolaas moet opnieuw worden gecontroleerd |
| Kinderen van Johannes en de overleden Maria | Hebben voogden en rechten waarmee bij de overdracht rekening wordt gehouden | Namen en aantal ontbreken |
| Egidius van Hertsberghe | Voogd van die kinderen | Geen uitdrukkelijke vermelding als broer van Johannes |
| Walterus Rueloke | Medevoogd | Bijnaam Rueloke volgens Lams; familieband niet vastgesteld |
| Nicolaas, zoon van Martinus | Eigenaar van het door Margareta gebruikte zegel | Verwantschap onopgelost; de uitleg in Lams’ noot verschilt van zijn open transcriptie |
| Zibelia/Sibilia | Weduwe van Radulfus van Wingene en huidige vrouw van Alardus de Valle | Haar eigen afstamming ontbreekt |
| Radulfus van Wingene | Overleden ridder; eerste genoemde echtgenoot van Zibelia | Niet uitdrukkelijk als vader van de drie kinderen aangeduid |
| Alardus de Valle | Huidige man van Zibelia; mede-verkoper | Geen bewezen vaderschap van de drie genoemde kinderen |
| Johannes, Rogerus, Beatrisa/Beatrix | Kinderen van Zibelia; mede-verkopers | Vader en leeftijden niet uitdrukkelijk vermeld |
| Egidius Coghe en Johannes Coppin | Klerken en gevolmachtigden van de verkopers | Niet te verwarren met de voogd Egidius van Hertsberghe of de koper Johannes |
| Margareta en haar zoon Guido | Gravin en graaf die de schenking bevestigen | Geen familieband met Johannes van Hertsberghe genoemd |
De verschillende oppervlakten
| Handeling | Oppervlakte in de tekst | Opmerking |
|---|---|---|
| Testamentaire schenking, stuk I | 41 bunder | Met hofstede en gebouwen |
| Verkoop, stuk II | 44½ bunder | Iets meer of minder |
| Erkenning van dezelfde verkoop, stuk II bis | 44½ bunder | Geen nieuwe, bijkomende aankoop |
| Grafelijke bevestiging, stuk III | 45½ bunder | Tweemaal voluit; een aaneengesloten terrein |
| Aanvaarding door de abdij, stuk IV | Ongeveer 41 bunder | XL et unum |
| Pacht naast Lantscoot, stuk V | 33 bunder heide | Grenst aan het reeds genoemde goed |
| Uitgifte in cijns, stuk VI | 33 bunder en 2½ gemet volgens de aanhef | Drie partijen in Ruddervoorde en Wingene; 1373 |
De gelijke partijen en het gezamenlijke opschrift maken een dossierverband duidelijk, maar bewijzen niet dat ieder getal exact dezelfde afbakening betreft. Het verschil tussen 41, 44½ en 45½ moet voorlopig als bronprobleem worden bewaard. Een onderzoek naar eerdere of volgende akten, een betere opname of een bestaande editie kan dit mogelijk oplossen.
↑ Naar de inhoudsopgaveBelangrijkste termen
| Term | Betekenis in deze stukken |
|---|---|
| bonarium | Bunder; een historische oppervlaktemaat, hier niet zonder plaatselijke maatcontrole naar hectare omgerekend |
| lina | Lijn, een andere en kleinere oppervlaktemaat dan de bunder |
| wastina | Woeste of onontgonnen grond; geen bewijs dat het terrein volkomen ongebruikt was |
| terra arabilis | Akkerland |
| mansus | Hofstede of agrarisch erf |
| in puram et perpetuam elemosinam | Als blijvende vrome gift aan de kerkelijke instelling |
| tutores | Voogden die optreden voor de rechten van de kinderen |
| guerpitio / werpitio | Formele afstand van rechten bij de overdracht |
| effestucatio | Traditionele formele overdrachtshandeling; de akte vermeldt de rechtshandeling, zonder het ritueel nader te beschrijven |
| guarandizare | Vrijwaren tegen aanspraken van anderen |
| officialis Tornacensis | Kerkelijke rechter van Doornik |
| censura ecclesiastica | Kerkelijke dwangmiddelen om naleving af te dwingen; het concrete middel wordt hier niet uitgewerkt |
| singulis noctibus | Iedere nacht |
| repetere bona | De goederen terugvorderen |
| iustitia temporalis | Wereldlijke rechtsmacht, hier voorbehouden aan graaf en opvolgers |
Samenhang en betekenis voor het onderzoek naar Landschoot
De teksten tonen een dossier waarin grondbezit, een testamentaire schenking, bescherming van kinderrechten, grafelijke toestemming en een concrete liefdadige verplichting samenkomen. De abdij ontvangt een bezit, maar moet daar blijvend nachtelijke gastvrijheid tegenover stellen. Johannes en zijn erfgenamen behouden een uitdrukkelijk middel om die verplichting te doen naleven.
Voor het plaatsnamenonderzoek is vooral van belang dat het handschrift deze stukken onder De Lancscote bijeenbrengt en dat het Nederlandstalige stuk van 1360 het goed Lantscoot in Ruddervoorde uitdrukkelijk noemt. Daarmee is er in deze bron een plaatselijk goed met die naam, waarnaast andere heide wordt uitgegeven.
Dat is een aanknopingspunt voor de studie van de plaatsnaam en voor de Ruddervoordse/Wingeense omgeving. Geen van deze zichtbare akten noemt echter een persoon met de familienaam Van Landschoot. Een genealogische verbinding tussen het goed en latere naamdragers wordt er dus niet door bewezen. Ook een verband met Lenscoet/Leischoot bij Oostwinkel en Adegem volgt niet uit deze stukken.
↑ Naar de inhoudsopgaveOpen lezingen en controlepunten
- De precieze schrijfvorm van Henricus’ herkomstnaam; Rueloke is overgenomen uit Lams.
- De verwantschapsterm tussen Margareta en Nicolaas, zoon van Martinus.
- De precieze woorden na in quadam wastina en de plaatsnaam na Lo.
- De feestdag en korte slotformule van de officiële verkoopserkenning.
- De verklaring voor het verschil tussen 41, 44½ en 45½ bunder.
- De persoonsnamen en maatcombinatie in de twee Middelnederlandse stukken.
- Het daggetal in de nu aangevulde akte van mei 1373 en de daarin genoemde grensnamen; het slot zelf ontbreekt niet meer.
Deze open punten maken de hoofdinhoud niet onleesbaar, maar verhinderen wel dat alle details al als definitief vastgestelde onderzoeksgegevens worden gebruikt.
↑ Naar de inhoudsopgaveVergelijking met Guido Lams en verantwoording
Vergelijkingsbron: het door mij aangeleverde Munken.pdf, dossier van Guido Lams uit Wingene, 19 PDF-pagina’s. De verwijzingen hieronder tellen vanaf de eerste PDF-pagina, niet vanaf de getypte paginanummers. Gebruikt zijn de transcriptie en vertaling op p. 1–2, de middeleeuwse bespreking op p. 5–7 en de bronnoten op p. 15–17. De geschiedenis van latere eeuwen is buiten deze pagina gehouden.
| Onderwerp | Vergelijking en verwerking |
|---|---|
| Maria en Margareta | Maria is overleden; Margareta is de huidige echtgenote. Stuk I en het personenoverzicht zijn gecorrigeerd. De afwijkende naamlezing in stuk IV blijft als tekstvariant gemarkeerd. |
| Wouter en Hendrik | Rueloke en Henricus de Vlisinghem zijn uit de transcriptie overgenomen. Hendrik van Vlisseghem is de vorm in het verhaal. |
| Datum schenking | De transcriptie zegt juni 1274. Het verhaal noemt 4 juni (p. 5), maar noot 4 zegt 7 juni (p. 15). Daarom blijft hier juni 1274 zonder vast daggetal staan. |
| Zegel en verwantschap | Nicolaas is zoon van Martinus. De handgeschreven vertaling laat zijn verwantschap met Margareta open. De uitleg ‘zoon van haar broer Martinus’ in de getypte noot is als interpretatie vermeld, niet als bewezen afstamming. |
| Lanscote als naam | Het verhaal noemt Maria erfgename van Lanscote. De transcriptie noemt haar Maria zonder familienaam. Lanscote is wel als bezit en rugnotitie overgeleverd. Margareta krijgt hier daarom geen onbewezen familienaam ‘van Lanscote’. |
| Verkopers en plaatsen | Lams noemt Sibelia, Rodolf van Wingene en Allaert van Walle, tegenover Zibelia/Sibilia, Radulfus en Alardus de Valle in de Latijnse leestekst. Dat zijn corresponderende naamvormen. De lezing Rijsberghe en het terrein Deuret in het verhaal (p. 6) blijven kandidaten bij de onzekere topografische woorden in stukken II–III. |
| Oppervlakten 1274 | 41 bunder in de juniakte wordt bevestigd. Lams noemt daarnaast 45½ bunder. De voorlopige 44½ in de verkoopstukken blijft als afwijking zichtbaar; aankoop en bevestiging worden niet zonder uitleg gelijkgesteld. |
| Vervolgakten | 1360 en 1373 vervangen mijn eerdere 1260 en 1273. Oppervlakten, grensnamen en vervaldag vertonen nog verschillen tussen de scanlezing en Lams’ samenvatting. |
| Zegels | Lams vermeldt vier bewaarde zegels (p. 2 en p. 15). Zijn noot beschrijft een lopend hert bij Jan, een hertenkop bij Gillis, een kruis met twee kruiselings geplaatste raken bij Wouter en een snoek bij Nicolaas. Dit zijn mededelingen uit zijn dossier; de zegels zijn hier niet zelf onderzocht. |
De aangehaalde uitgaven en archiefnummers zijn verwijzingen van Lams, geen hier opnieuw geraadpleegde edities: Cronica et Cartularium monasterii de Dunis, fasc. III, nr. 1141 (noot 2); Fonds Duinen nr. 1128 (noot 4); Cronica monasterii de Dunis, p. 130 (noot 11). Zijn noot 10 noemt ook een grafelijke bevestiging uit 1295. Omdat de volledige bijbehorende akte hier niet is getranscribeerd, wordt deze niet als extra brontekst toegevoegd.
↑ Naar de inhoudsopgave
English
Español
Français