Van Landschoot

800 jaar familiegeschiedenis

1350–1400 — De familie Van Landschoot in de late 14de eeuw

Bronnen uit Maldegem, Ruddervoorde, Gent en Brugge tonen hoe de naam Van Landschoot en haar varianten in de tweede helft van de veertiende eeuw verder zichtbaar blijven in bestuur, heraldiek, plaatsnamen en poorterschap.

🕰️ 1350–1400 📍 Maldegem 📍 Ruddervoorde 📍 Gent 📍 Brugge 👤 Jan Van Landschoot ⚖️ Schepen 🛡️ Zegel en wapen 🛡️ Heraldiek 📚 Bronnen

Dossier 1350–1400

In deze periode komt vooral Jan Van Landschoot, ook geschreven als Jan van Lanscoot of Jan van Lancscoot, duidelijk naar voren als schepen van Maldegem. Daarnaast verschijnen vermeldingen van de Landschote in Ruddervoorde, Kerstinene van Lantscoot, Gilles van Lantscot en Jan Van Lanxscoote als poorter uit Maldegem.

Periode 1350–1400

4 september 1352

Jan Van Landschoot als schepen van Maldegem

Op 4 september 1352 wordt Jan van Lanscoet vermeld als schepen van Maldegem. Samen met vier andere schepenen bekrachtigt hij een overdracht van meersgrond in Adegem en de daaropvolgende uitgifte van gronden tegen een jaarlijkse erfelijke cijns.

De betrokken partijen zijn Jan van Zegbrouc, zijn echtgenote Hymzoete en Ghevaert van Zegbrouc, wiens voornaam in de aangeleverde transcriptie op verschillende manieren voorkomt. De akte vermeldt de plaatsnamen Veldekijndamme, Zuutbrait en Gheeters acker.

Lees de oorspronkelijke tekst van de akte

1- WJ ian van lantscoet ian f. diederixs ian f. heynrixs scapeliins ian f. ians noyd en(de) heynric f [?] scepenen in maldeghem in dien 2- tiden als dese dinghen waren ghedaen doen te wetene allen den ghonen die dese lett(r)en zullen zien iof horen lesen dat quamen voor ons als voor Scepen(en) 3- ian van zegbrouc ende hymzoete ziin wettelike wijf ende ghauen wettelike ghifte gheuaerde van zegbrouc van eenen haluen ghemete 4- maersche lettel min iof te meer ligghende in tambocht van maldeghem en(de) in de prochie van adeghem te eenre stede dat men heet 5- te veldekiindamme iacob lieue die es gheleghen an beede ziden En(de) ian en(de) hymzoete voors. die gheinghens wettelike te buten ende 6- gheuaert voors. die ghings wettelike te binnen Ende ian en(de) hymsoete voors. die wedden gheuaerde vors. dese voors. maerschs te 7- wette te waerne vri en(de) quite ieghen elken mensche met zesse peneghen parisisen tsiaers ghaende hute elken ghemete Ende al daer 8- so quam gheuaert voors. en(de) gaf ianne en(de) hymzoeten voors. dit voors. half ghemet maerschen Ende voort drie vierendeel ghemeets 9- m(aer)schen ligghende [i]n de zuutbrouc heynric de moenc die es gheleghen an de oestzide en(de) bouden van den stringhe die es gheleghen 10- an de westzide En(de) voort een vierendeel ghemeets m(aer)schen ligghende in gheeters acker van f. piet(er)s veraneesen die es gheleghen 11- an de oestzide en(de) [?] an de cost(r)e die es gheleghen an de westzide weder te eenen aerueliken scheinse omme twee en(de) twintich sceleghe 12- parisise elcs iaers te gheldene te elken sente bamesse clakeloes wegh draghens elxs iaers bouen al datte(r) hute gaet iaerlixs 13- Jn kennessen der wareden so hebben wi scepenen voors. dese lett(r)en ghezeghelt huuthanghende met onsen zeghelen . dit was ghedaen 14- in tider ons he(r)en als men screef dusentich driehondert en(de) twee en(de) vichtich vp den vierden dach van pietemaent - (= 4 sept 1352)

Leesopmerking: De aangeleverde transcriptie is behouden, inclusief onzekere lezingen en wisselende schrijfwijzen. Filius betekent “zoon van”. Pietemaent is een oude benaming voor september.

Lees de Nederlandse hertaling en toelichting

Nederlandse hertaling

Wij, Jan van Lanscoet, Jan zoon van Diderix, Jan zoon van Heynric Scapelings, Jan zoon van Jan Noyd en Heynric zoon van Ari(?), schepenen van Maldegem ten tijde van de hier beschreven handelingen, maken bekend aan allen die deze brief zullen zien of horen voorlezen, dat voor ons als schepenen zijn verschenen: Jan van Zegbrouc en Hymzoete, zijn wettige echtgenote.

Zij droegen op rechtsgeldige wijze aan Ghevaert van Zegbrouc een half gemet meersgrond over, iets minder of meer, gelegen in het ambacht Maldegem, in de parochie Adegem, op een plaats die Veldekijndamme wordt genoemd. Aan beide zijden ligt grond van Jacob Lieve.

Jan en Hymzoete deden op rechtsgeldige wijze afstand van hun rechten op dit perceel, en Ghevaert werd op rechtsgeldige wijze in die rechten gesteld. Jan en Hymzoete verbonden zich ertoe Ghevaert tegen aanspraken van anderen te vrijwaren, met behoud van de bestaande jaarlijkse last van zes penningen parisis per gemet.

Vervolgens gaf Ghevaert aan Jan en Hymzoete het genoemde halve gemet meersgrond terug in erfelijke cijns, samen met nog twee andere percelen:

  • Driekwart gemet meersgrond in de Zuutbrait, met aan de oostzijde grond van Heynric de Moenc en aan de westzijde grond van Bouden van den Struighe.
  • Een kwart gemet meersgrond in Gheeters acker, met aan de oostzijde grond van Jan, zoon van Pieter Veraveesen, en aan de westzijde grond van Jan de Costere.

Voor deze gronden moesten Jan en Hymzoete jaarlijks een erfelijke cijns van tweeëntwintig schellingen parisis betalen, telkens op Sint-Baafsmis. Dit bedrag moest volledig en zonder vermindering worden voldaan, bovenop alle overige jaarlijkse lasten die op de gronden rustten.

Ter bevestiging van de waarheid hebben wij, de genoemde schepenen, deze brief voorzien van onze aanhangende zegels. Dit werd gedaan in het jaar van onze Heer dertienhonderdtweeënvijftig, op de vierde dag van september.

Wat gebeurt er in deze akte?

Jan en Hymzoete dragen eerst een half gemet meersgrond over aan Ghevaert. Daarna geeft Ghevaert hun dit perceel, samen met twee andere percelen, in erfelijke cijns. Zij verkrijgen zo erfelijke rechten op in totaal anderhalf gemet meersgrond, tegenover een vaste jaarlijkse betaling. Het eerste halve gemet is daarbij hetzelfde perceel dat zij zojuist hadden overgedragen.

Meersgrond is doorgaans laaggelegen grasland, vaak gebruikt als hooiland. Een gemet is een oude oppervlaktemaat waarvan de grootte per streek kon verschillen. Parisis duidt de gebruikte munteenheid of rekenmunt aan. Sint-Baafsmis, ook Bamis genoemd, valt op 1 oktober en was een gebruikelijke betaaldag.

Betekenis voor de familiegeschiedenis: Jan van Lanscoet treedt hier op als schepen die de rechtshandeling bekrachtigt. De akte noemt hem niet als eigenaar van de betrokken gronden en vermeldt geen verwantschap tussen hem en de partijen.

Onzekere naamlezingen: Voor de leesbaarheid is in de hertaling de naam “Ghevaert” gebruikt. De transcriptie bevat daarnaast “Ghenaerden” en “ghodert”. Ook “Ari(?)” blijft onzeker. Deze lezingen moeten aan de bron worden getoetst.

Transcripties vergelijken — verschillen en onzekere lezingen

De hierboven weergegeven transcriptie werd gemaakt met behulp van Wat staat daar. Bij vergelijking met de uitgave in het KANTL-corpus van veertiende-eeuwse Nederlandse teksten blijken enkele verschillen, vooral bij persoonsnamen, plaatsnamen en afkortingen. De strekking van de akte, de genoemde oppervlakten en de bedragen komen overeen.

Belangrijkste verschillen tussen beide transcripties
Eigen transcriptie KANTL-transcriptie Toelichting
Jan van Lanscoet ian van lantscoet KANTL leest een extra t in de familienaam.
Diderixs / Scapelings diederixs / scapeliins Afwijkende lezingen van de namen van twee medeschepenen.
Heynric f(ilius) Ari(?) heynric f [?] De vadersnaam blijft in de corpusuitgave ongelezen. De lezing “Ari” is niet bevestigd.
Ghenaerden / ghodert / Ghevaert gheuaerde / gheuaert KANTL leest consequent Ghevaert, met verbogen vormen. De letter u heeft hier de waarde van v.
Zuutbrait zuutbrouc Een belangrijk verschil voor het onderzoek naar de ligging van het perceel.
Bouden van den Struighe bouden van den stringhe Verschillende lezing van de familienaam van een aangelande.
Ian f(ilius) Pieters Veraveesen van f. piet(er)s veraneesen Ook de corpuslezing is hier moeilijk te duiden. De identiteit van deze aangelande blijft onzeker.
Ian de Costere [?] an de cost(r)e KANTL markeert een onzekere lezing. “Jan de Costere” kan daarom niet als vaststaand worden beschouwd.
tsiders / iders tsiaers / iaers De corpuslezing verduidelijkt dat het om jaarlijkse betalingen gaat.
boven al dacte(n) hute gaet bouen al datte(r) hute gaet De cijns is verschuldigd bovenop de overige lasten die jaarlijks op de grond rusten.

Gevolgen voor de lezing en hertaling: volgens de KANTL-uitgave moet de plaatsnaam Zuutbrouc worden gelezen en gaat het bij de ontvanger van de eerste overdracht steeds om Ghevaert van Zegbrouc. De namen bij de oostelijke en westelijke begrenzing van het perceel in Gheeters acker blijven onzeker. Waar de bovenstaande hertaling deze namen volledig weergeeft, moeten zij dus als voorlopige lezingen worden beschouwd.

Bronkritische kanttekening: deze vergelijking betreft twee transcripties. De verschillen zijn nog niet getoetst aan het oorspronkelijke manuscript. De KANTL-uitgave biedt een wetenschappelijk referentiepunt, maar ook daarin komen onzekere lezingen voor.

Archiefverwijzing: Rijksarchief Brugge, Oorkonden met Blauwe Nummers, nr. 3165r.

Bekijk de KANTL-transcriptie — akte I154p35201 →

Bron: KANTL — Corpus van veertiende-eeuwse Nederlandse teksten, akte I154p35201 →

Het zegel en wapen van Jan Van Landschoot

Zegel Jan Van Landschoot Jan Van Lanscoot, schepen van Maldegem, zou hetzelfde wapenschild hebben als Cornelis Lantschot uit Antwerpen, met enkel verschil in kleur.

De heraldische beschrijving luidt:

De geules, au chef d'argent, chargé de trois merlettes de sable. In keel, een schildhoofd van zilver beladen met drie merlettes in sabel.

Een merlette is een kleine zwarte vogel, vaak voorgesteld zonder bek en poten. De verwijzing is opgenomen volgens de beschrijving uit het Armorial de J.B. Rietstap en zijn aanvullingen.

Volgens deze onderzoeksnotitie wordt deze Jan Van Landschoot verbonden met de Leidse familie Van Lanschot.

Document Jan van Lanschot en zegel →

13 maart 1353

Jan Van Landschoot opnieuw als schepen

Op 13 maart 1353 verschijnt Jan van Lancscoot opnieuw als schepen van Maldegem, samen met Roelf de Quinkere, Carstiaen filius Lambrechx filius Boyds, Pieter Ryquaerd en Jan die Smed.

De datum wordt in de bron geformuleerd als: ghedaen int jaer ... dusentich drieondert tuee ende vichtich up den dartiensten dach van ingaende maerte.

Bron: Gilliodts, Inventaire Ecole Bogarde, H, p. 280 en 286–287; nr. 180.

Archive.org — pagina 280, nr. 180 →
Blauwe Nrs — Charter nr. 3165 →

3 december 1360

de Landschote in Ruddervoorde

Bronfragment Ruddervoorde pagina 130
Bronfragment Ruddervoorde pagina 131

Op 3 december 1360 droeg Oddot Machet, watergraaf van Vlaanderen, in opdracht van de heer graaf van Vlaanderen, aan de abdij Ter Duinen drieënveertig bunders woeste grond over. De graaf schonk deze aan het klooster als aalmoes.

Deze gronden lagen in Ruddervoorde, naast het hof dat Lanschote werd genoemd en dat aan de abdij Ter Duinen toebehoorde, aan de noordzijde van de genoemde plaats. Voor iedere bunder moesten jaarlijks twaalf penningen worden betaald aan de administratie die in de tekst wordt aangeduid als de brevia de Masieria.

Telkens wanneer een abt overleed, moest zijn opvolger eenmalig het dubbele bedrag betalen. Bovendien moest hij vier penningen aan de klerk geven voor het inschrijven van de naam van de nieuwe abt.

Gegeven te Oost-Eeklo, op de hierboven vermelde dag en in hetzelfde jaar.

Deze vermelding sluit aan bij de oudere dertiende-eeuwse plaatsnaamsporen rond Lenschote / Lanschote.

14 juni 1374

Jan van Lanscoot als schepen van Maldegem

Op 14 juni 1374 wordt Jan van Lanscoot vermeld onder de schepenen van Maldegem. Samen met zijn medeschepenen bekrachtigt hij de overdracht van drie gemeten en twee lijnen land en bos te Moerhuusen, gelegen in het ambacht en de parochie Maldegem.

Clais van der Baerle en zijn echtgenote jonkvrouw Aleene dragen het goed over aan Arnoud Aluerdoe. De akte situeert het perceel met de oostzijde aan de oude Lieve en met grond van Jacop de Visch aan de westzijde.

Lees de oorspronkelijke tekst van de akte

Naar de KANTL-transcriptie, met toegevoegde regelnummers. Afkortingen zijn hier voluit weergegeven; letters die de uitgever wegens een vouw of plooi heeft aangevuld, staan tussen vierkante haken.

1- Wij Jan f. Jans spierinx / philips f. daniels cox / Jan van lanscoot / matheeus brandin / Jan van zeebrouc ende 2- Jan puederbergh . Scepenen Jn ma[l]deghem Jn dien tiden als dit was gehdaen .. doen te wetene allen den ghenen 3- die dese letten zullen zien Jof horen lesen .. dat Camen vor ons alse vor scepenen vors. / Clais van der baerle 4- Ende Joncfrouwe aleene ziin wettelike wijf .. Ende ghauen alme ende wettelike ghifte arnouod aluerdoe van 5- drien ghemeten . ende twee linen onder land ende busch . lichtelike min of meer licghende binnen den ambochte 6- Ende Jn de prochie van maldeghe[m] namelike te moerhuusen / streckende met der oostside ande houde lieve ende 7- Jacop de visch die es naest gheland ande weststide .. Ende aldaer so ghinghens / Clais ende Joncfr. aleene vors. wel 8- Ende wettelike te buten van desen vors. lande ende bussche / ende arnoud vors. die ghinx wel ende wettelike te 9- binnen / ende zij weddent hem te wet[t]e te waerne vri ende quite tjeghen elken mensche ouer ziin vri eeghin 10- goed met der rechter scult diere Jn dien tiden vp gheleghen was . ende vte ghinc .. Jnkennessen der wareden 11- So hebben wij scepenen vors. dese lettren beseghelt huuthanghende met onsen zeglen .. dit was ghedaen Jnt 12- Jaer ons heren alse men screef dusentich drie hondert viere ende seuentich .. den viertiensten dagh van 13- wedemaent -

Leesopmerking: f. staat voor filius, “zoon van”; vors. betekent “voornoemd”. Wedemaent is een oude benaming voor juni. De voornaam van de verkrijger staat eerst als “arnouod” en verder als “arnoud” in de corpusuitgave. In de hertaling wordt consequent Arnoud gebruikt.

Lees de Nederlandse hertaling en toelichting

Nederlandse hertaling

Wij, Jan zoon van Jan Spierinx, Philips zoon van Daniel Cox, Jan van Lanscoot, Matheeus Brandin, Jan van Zeebrouc en Jan Puederbergh, schepenen van Maldegem ten tijde van deze handeling, maken bekend aan allen die deze brief zullen zien of horen voorlezen, dat voor ons als schepenen zijn verschenen: Clais van der Baerle en jonkvrouw Aleene, zijn wettige echtgenote.

Zij droegen aan Arnoud Aluerdoe op rechtsgeldige wijze drie gemeten en twee lijnen over, bestaande uit land en bos, iets minder of meer. Het goed ligt binnen het ambacht en de parochie Maldegem, op de plaats die Moerhuusen wordt genoemd. Het grenst met de oostzijde aan de oude Lieve; aan de westzijde ligt grond van Jacop de Visch.

Clais en jonkvrouw Aleene deden op rechtsgeldige wijze afstand van hun rechten op dit land en bos. Arnoud werd op rechtsgeldige wijze in die rechten gesteld. Zij verbonden zich ertoe hem tegen aanspraken van anderen te vrijwaren, zodat hij het goed als zijn vrije eigendom kon bezitten, met behoud van de rechtmatige lasten die er op dat ogenblik op rustten en uit verschuldigd waren.

Ter bevestiging van de waarheid hebben wij, de genoemde schepenen, deze brief bezegeld met onze aanhangende zegels. Dit werd gedaan in het jaar van onze Heer dertienhonderdvierenzeventig, op de veertiende dag van juni.

Wat gebeurt er in deze akte?

Clais van der Baerle en zijn echtgenote dragen hun rechten op een goed met land en bos over aan Arnoud Aluerdoe. De schepenen leggen deze overdracht vast en bevestigen haar met hun zegels. De tekst noemt geen koopsom en geeft geen nadere uitleg over de aanleiding van de overdracht.

De uitdrukkingen “te buten gaan” en “te binnen gaan” beschrijven de juridische overgang: de vroegere bezitters doen afstand van hun rechten, waarna de verkrijger daarin wordt gesteld. De belofte “te waerne vri ende quite” houdt in dat de overdragers hem tegen aanspraken van derden moeten vrijwaren.

Gemet en lijn zijn oude oppervlaktematen. De opgegeven oppervlakte van drie gemeten en twee lijnen betreft het land en het bos samen. De bestaande rechtmatige lasten blijven op het goed rusten; de akte noemt daarvoor geen bedrag.

Betekenis voor de familiegeschiedenis: Jan van Lanscoot treedt op als schepen die de overdracht bekrachtigt. Hij wordt hier niet genoemd als eigenaar of verkrijger van het goed. De akte vermeldt evenmin zijn vader, echtgenote of andere verwanten.

Verband met de vermelding van 1352: bijna 22 jaar eerder trad een Jan van Lantscoet eveneens op als schepen van Maldegem. Het kan om dezelfde persoon gaan, maar dat is met deze twee akten alleen niet bewezen. Ook een verwant of naamgenoot blijft mogelijk.

Archiefbron: Rijksarchief Brugge, Oorkonden met Blauwe Nummers, nr. 4634r. Corpusnummer: I154p37401.

Bron bij KANTL — bekijk de transcriptie van de akte van 1374 →

Transcriptie: KANTL/CTB, Corpus van veertiende-eeuwse niet-literaire Nederlandse teksten. Licentie en gebruiksvoorwaarden: CC BY-SA 3.0 .

1380

Kerstinene van Lantscoot, vrouw van Pieter Boys

In 1380 wordt Kerstinene van Lantscoot vermeld als vrouw van Pieter Boys. Deze vermelding toont dat de naam in deze periode ook via vrouwelijke naamdragers in de bronnen verschijnt.

Bron: Dit es tbesouch... en De rekeningen der stad Gent, pagina 257.

DBNL — Dit es tbesouch →
De rekeningen der stad Gent — pagina 257 →

ca. 1390

Gilles van Lantscot

Gilles van Lantscot wordt vermeld als geboren rond 1390, mogelijk in Zundert. Deze persoon wordt verder behandeld op de pagina van de vijftiende eeuw.

21 november 1392

Jan Van Lanxscoote, poorter uit Maldegem

Op 21 november 1392 wordt Jan Van Lanxscoote, afkomstig uit Maldegem, als poorter ingeschreven.

Bron: Brugse Stadsrekeningen 1392–1393, 216-sr-73, afbeelding 15v.

Belang van deze periode

De late veertiende eeuw toont een sterke voortzetting van de Maldegemse lijn. Vooral Jan Van Landschoot verschijnt herhaaldelijk in schepenakten, terwijl andere vermeldingen de naam verbinden met Ruddervoorde, Gent, Brugge en mogelijk Zundert.

Belangrijkste bronnen en verwijzingen:

  • KANTL, Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie, akte van 4 mei 1352.
  • Blauwe Nrs — Charter nr. 3165, Jan van Lanschot en zegel.
  • Gilliodts, Inventaire Ecole Bogarde, H, p. 280 en 286–287, nr. 180.
  • Google Books-fragmenten rond Lanschote / Ruddervoorde, pagina 130 en 131.
  • KANTL, akte van 14 juni 1374.
  • DBNL, Dit es tbesouch....
  • De rekeningen der stad Gent, pagina 257.
  • Brugse Stadsrekeningen 1392–1393, 216-sr-73, afbeelding 15v.