De familie Van Landschoot in de 14de eeuw
Een chronologisch overzicht van de vroegste veertiende-eeuwse vermeldingen van Van Landschoot en naamvarianten zoals Van Lanscoot, Van Lantscote, Van Lendscote en Lenscoet.
Dossier 14de eeuw
In de veertiende eeuw worden de sporen van de familie Van Landschoot duidelijker en rijker. De naam verschijnt in Brugse stadsrekeningen, militaire lijsten, Maldegemse schepenakten, charters en toponymische verwijzingen. Vooral de figuur van Soy of Zegher Van Lanscoot springt eruit door zijn rol als baljuw en schepen in Maldegem.
Periode 1300–1350
Balduino de Lenscote
Een oudere maar belangrijke vermelding luidt:
Item Balduino de Lenscote pro viij thurribus et palicis a porta sancte crusis versus Hoye faciendis et carpentandis per Johansem de Hertsberge.
Vertaling: aan Boudewijn van Lanschoot voor het maken en timmeren van acht torens en palen vanaf de Sint-Kruispoort te Brugge richting Hoye, door Jan van Hertsberge.
Bron: Inventaire des archives de la ville de Bruges, Edward Gailliard en Louis Gilliodts-Van Severen, 1878, pagina 344.
Bronnen en verder lezen
Google Books — pagina 344 →Gillis Van Landscote
In 1302 wordt Gillis Van Landscote vermeld als hoofdman van de scheerders te Brugge.
De vermelding komt ook voor in de inventaris van het Archief Brugge en bij De Flou, Woordenboek der Toponymie, pagina 98.
Bronnen en verder lezen
Lees meer over Gilles / Gillis van Lendscote in 1302 →Bouden Van Lendscote
In de Brugse bronnen verschijnt Bouden Van Lendscote. De naam wordt verbonden met meerdere schrijfwijzen zoals Len(d)scote, Leenscote en Lenscoet.
- Boudene van Lendscote, Brugge, vermeld op 755-2, 987-8 en 1045-19.
- Boudene van Lendscote, in verband met Oostkamp, vermeld op 258-23 en 547-7.
- Gillis van Lendscote, Brugge, hoofdman van de scheerders, vermeld op 847-12.
- Janne van Lendscote, Brugge, vermeld op 986-32.
Bronnen: Cartulaire de l’ancienne estaple de Bruges, 1904, pagina 138; en De rekeningen van de stad Brugge, deel 2, 1302–1319.
Bronnen en verder lezen
Rekeningen van de stad Brugge, deel 2, 1302–1319 →Bouden Van Lendscote in het cartularium →Jan van Lanscote, poorter van Brugge
Op 5 november 1317 wordt Jan van Lanscote als poorter ingeschreven. De bron vermeldt niet vanwaar hij afkomstig was.
Bron: Brugse Stadsrekeningen 1315–1316, 216-sr-23, afbeelding 4v.
Soy Lantscoet als baljuw van Maldegem
In een akte uit 1327 treedt Soy Lantscoet op als baljuw van Maldegem. Samen met vijf genoemde schepenen maakt hij een rechtshandeling bekend van Robrecht de Grave en diens echtgenote, in de uitsnede voorlopig gelezen als Marie.
Het echtpaar draagt aan een Brugse poorter, in de gedrukte tekst gelezen als Gillis van der Leghe, een jaarlijkse erfelijke rente van drie schellingen parisis over. Deze rente rust op acht gemeten land te Onderdijke, binnen het ambacht Maldegem en de parochie Adegem.
Lees de tekst van de akte
Transcriptie naar de aangeleverde Google Books-uitsnede. De gedrukte uitgave geeft slechts gedeelten van de akte. De weglatingen zijn hieronder aangeduid met […]. Woordafbrekingen aan het einde van een drukregel zijn samengevoegd.
Wy Soy Lantscoet balliu van Maldeghem, Wouter de Moenc, Carstiaen f. Lambrecht boyts, Pieter de Moenc, Jan van Seebrouc ende Philips van der Zuerkele scepenen in Maldeghem […] doen te wetene […] dat camen voor ons Robrecht de Grave ende Marie ziin wettelyke wyf, ende ghauen wettelike ghifte Gillise van der Leghe poorter in Brugghe van drien scellinghen parisise siaers eruelike rente […] beset vp achte ghemeten lants lettel meer of min ligghende binden ambachte van Maldeghem ende binder prochie van Adeghem te onderdike […] Dit was ghedaen int iaer ons heeren als men screef dusent drie hondert xxvij tswoenfaechs voor sinte Pieters dach inganc oest.
Voorlopige lezingen: vooral de naam “Marie”, de familienaam “van der Leghe” en de spelling “tswoenfaechs” verdienen controle aan een scherpere scan. Het laatste woord wordt in de context opgevat als een aanduiding van woensdag. De lezing betreft de gedrukte uitgave, niet het oorspronkelijke charter.
Lees de Nederlandse hertaling
Wij, Soy Lantscoet, baljuw van Maldegem, en Wouter de Moenc, Carstiaen, zoon van Lambrecht Boyts, Pieter de Moenc, Jan van Seebrouc en Philips van der Zuerkele, schepenen van Maldegem, maken bekend […] dat voor ons zijn verschenen: Robrecht de Grave en Marie, zijn wettige echtgenote.
Zij droegen op rechtsgeldige wijze aan Gillis van der Leghe, poorter van Brugge, een jaarlijkse erfelijke rente van drie schellingen parisis over […].
Deze rente is gevestigd op acht gemeten land, iets meer of minder, gelegen binnen het ambacht Maldegem en de parochie Adegem, op de plaats Onderdijke […].
Dit werd gedaan in het jaar van onze Heer 1327, op de woensdag vóór Sint-Pietersdag bij het begin van augustus.
De vierkante haken […] geven aan waar de gedrukte uitgave tekst weglaat. De hertaling vult die ontbrekende passages niet aan. De persoonsnamen volgen de voorlopige lezingen van de transcriptie.
Wie is wie en wat betekent deze akte?
De betrokken personen
- Soy Lantscoet: baljuw van Maldegem, genoemd aan het begin van de akte.
- Wouter de Moenc, Carstiaen f. Lambrecht Boyts, Pieter de Moenc, Jan van Seebrouc en Philips van der Zuerkele: de genoemde schepenen van Maldegem.
- Robrecht de Grave en zijn echtgenote: het echtpaar dat de rente overdraagt.
- Gillis van der Leghe: voorlopig zo gelezen; poorter van Brugge en verkrijger van de rente.
Een rente op land
De zichtbare tekst handelt over het recht om jaarlijks drie schellingen parisis te ontvangen. Die betaling is verbonden aan acht gemeten land. De overdracht van zo’n rente betekent niet automatisch dat ook het land zelf van eigenaar veranderde.
“Erfelijke rente” duidt op een recht dat kon overgaan op erfgenamen. “Beset vp” betekent dat de rente op de genoemde grond was gevestigd. Een gemet is een oude oppervlaktemaat; parisis duidt de gebruikte munteenheid of rekenmunt aan.
Soy als baljuw
Soy wordt hier uitdrukkelijk als baljuw aangeduid. De overige genoemde ambtsdragers worden vervolgens als schepenen vermeld. Hij treedt in deze akte niet op als koper, verkoper of ontvanger van de rente.
Genealogisch belang: de vermelding bevestigt volgens deze gedrukte bron de aanwezigheid van een Soy Lantscoet in het bestuur van Maldegem in 1327. Het fragment vermeldt geen vader, echtgenote of kinderen van Soy.
Een verband met de Soy van Lantscoet die in 1343 als schepen wordt genoemd, is een onderzoeksmogelijkheid. Dat het dezelfde persoon is, wordt door deze twee vermeldingen alleen niet bewezen. De naam Zegher staat niet in dit fragment.
Bron, overlevering en datering
Geraadpleegde bron: de aangeleverde uitsnede van de gedrukte pagina waarnaar de Google Books-link hieronder verwijst. De Nederlandse akte staat in voetnoot (1), onder de Latijnse hoofdtekst.
De Franse inleiding bij de voetnoot vermeldt dat de uitgevers in het Registre des Chapelains een afschrift vonden van een akte betreffende een schenking door Robert de Grave. Daarna volgt het Nederlandse aktefragment.
We lezen hier dus een gedrukte weergave van een afschrift, met weggelaten passages. De bovenliggende Latijnse tekst behoort niet tot deze Nederlandse akte.
Datering
Het jaartal staat als “dusent drie hondert xxvij”: 1327. De slotwoorden verwijzen naar de woensdag vóór Sint-Pietersdag bij het begin van augustus. De bronformulering is hier behouden zonder omzetting naar een exacte kalenderdatum.
Jan, zoon van Soy van Lanscoot, als schepen van Maldegem
In dit fragment wordt Jan filius Soy van Lanscoot genoemd onder de schepenen van Maldegem. Filius betekent ‘zoon van’: de tekst vermeldt dus uitdrukkelijk een vader-zoonrelatie tussen Soy en Jan.
De schepenen behandelen een klacht van Alard, abt van Zoetendale, over water dat van buiten het ambacht Maldegem binnenkomt en daar schade veroorzaakt. Jan treedt hier op als schepen.
Lees het aangeleverde tekstfragment
Overgenomen uit de aangeleverde afbeelding, die een overgetypte tekst bevat. Dit is geen nieuwe lezing van het oorspronkelijke charter. De tekst breekt af; spellingen zoals ‘Halaerd’, ‘Alaerd’ en ‘vierscarne’ zijn behouden.
Symoen De Vulre, Wouter Van Praet, Wouter De Moenc, Jan filius Soy Van Lanscoot, Lambrecht filius Wouters, Jan Hergheer ende Philips Van der Zuercle, scepenen in Maldeghem ten tiden dat dit ghedaen was, doen te wetene allen dien ghenen die dese lettren sullen sien iof horen lesen, dat cam vor ons te Maldeghem in ghebannen vierscarne, up eenèn wetteliken dinghedagh, der Halaerd, abt van den Zoetendale in dien tiden, ende hiesch raet ende taelman; daer gaffene hem die heere, diene te wette gheven mochte.
Daer toghede der Alaerd, abt vorseid, met zinen taelman, dat Lambrecht filius Wouters zinen heet ghedaen adde bedrivere te zine van der wateringhe Bewest der Ee, ende begherde dat men daghen zoude van tsundaghs up den naesten dinghedagh Lambrecht filius Wouters, cuere ende mentucht, omme eenen wetteliken claghere te hiesene, twilde water te werne dat van buten came in tambocht van Maldeghem, ende grote scade ende groot vernoy dade binnen den ambachte...
Leesopmerking: de passage ‘zinen heet ghedaen adde’ is onzeker en moet aan de oorspronkelijke publicatie of het charter worden getoetst. Ook de precieze lezing en betekenis van ‘cuere ende mentucht’ blijven hier open.
Lees de Nederlandse hertaling
Wij, Symoen de Vulre, Wouter van Praet, Wouter de Moenc, Jan, zoon van Soy van Lanscoot, Lambrecht, zoon van Wouter, Jan Hergheer en Philips van der Zuercle, schepenen van Maldegem toen dit gebeurde, maken aan iedereen die deze brief zal zien of horen voorlezen het volgende bekend.
Op een wettige gerechtsdag verscheen voor ons, tijdens een formele rechtszitting in Maldegem, heer Alard, toen abt van Zoetendale. Hij vroeg om bijstand en een woordvoerder. De bevoegde heer stond hem die bijstand toe.
Vervolgens zette de abt via zijn woordvoerder uiteen dat Lambrecht, zoon van Wouter, als bestuurder van de watering Bewesten de Ee was aangesteld. De precieze formulering over deze aanstelling is in het aangeleverde fragment onzeker.
De abt verzocht om Lambrecht en de daarnaast genoemde betrokkenen tegen de eerstvolgende gerechtsdag te laten dagvaarden. Het verzoek had betrekking op het aanwijzen van een wettige klager en op het weren van ongecontroleerd toestromend water dat van buiten het ambacht Maldegem kwam en daar volgens de klacht grote schade en hinder veroorzaakte.
Dit is een hertaling van het beschikbare gedeelte. De afloop van de zaak staat niet in het fragment. De onduidelijke termen zijn niet stilzwijgend als zeker vertaald.
Wie is wie? — Betekenis voor het familieonderzoek
- Jan filius Soy van Lanscoot: genoemd als schepen van Maldegem en als zoon van Soy. Jan behoort tot het college waarvoor de zaak wordt behandeld.
- Soy: de genoemde vader van Jan. Het fragment vermeldt hier geen eigen ambt van Soy. De vereenzelviging met de Soy Lantscoet uit andere akten vraagt een afzonderlijke vergelijking.
- Alard van Zoetendale: de abt die met behulp van een woordvoerder zijn klacht voorlegt.
- Lambrecht filius Wouters: deze naam staat zowel in de schepenlijst als in de passage over het bestuur van de watering. Of beide vermeldingen dezelfde persoon betreffen, moet aan de volledige akte worden getoetst.
Genealogische kern: volgens de aangeleverde tekst was Jan van Lanscoot een zoon van Soy en trad hij in 1330 op als schepen. Een leeftijd, moeder, echtgenote of kinderen van Jan worden in dit fragment niet genoemd.
Toelichting — Rechtspraak en waterbeheer
De ‘ghebannen vierscarne’ duidt hier op een formeel bijeengeroepen rechtszitting. Een ‘dinghedagh’ is een gerechtsdag. Een ‘taelman’ voert het woord voor een partij.
De watering wordt in het fragment genoemd in verband met het beheer van water. De klacht gaat over ‘wild water’: ongecontroleerd toestromend water dat volgens de abt schade en overlast veroorzaakt binnen het ambacht.
Het fragment noemt Bewest der Ee. De titel bij de bronvermelding spreekt over het ontstaan van de Vakewatering. Hoe die twee zich precies tot elkaar verhouden, blijkt niet uit dit korte gedeelte.
Bron en datering bekijken
BRUGGE, Archief O.C.M.W., Fonds Sint-Janshospitaal, charters, nr. 845.
Abt Alard van Zoetendale en het ontstaan van de Vakewatering.
Auteur, publicatiejaar en paginanummer ontbreken in de aangeleverde afbeelding.
Datering: boven het fragment staat 18-12-1330. Omdat het slot van de akte niet is opgenomen, kan deze datum hier niet aan de dateringsformule worden gecontroleerd.
De afbeelding bevat geen bron-URL. De bronverwijzingen zijn daarom als tekst in kaders opgenomen.
Zegel van Soy Van Lancscoot
In 1337 wordt een zegel van Soy Van Lancscoot vermeld. De naamvorm komt voor als LAENCSCOET in verband met Brugge, Archives du CPAS, Hôpital Saint-Jean à Bruges.
Aanvraaginstructie: Algemeen Rijksarchief / Archives générales du Royaume — I 347 — 12662.
Jan Van Lanscoet
In 1339 wordt Jan Van Lanscoet vermeld in de rekeningen van de heerlijkheid Brugge, folio 173 recto. De vermelding wordt opgenomen bij De Flou, Woordenboek der Toponymie, pagina 98.
Bronnen en verder lezen
Vermelding Jan Van Lanscoet →Van Lantscote in het Brugs Gemeenteleger
In het Brugs Gemeenteleger van 1338 tot 1340 verschijnen meerdere naamdragers:
- Jan Van Lantscote bij de hudevetters, folio’s 68v, 71, 78v en 80, pagina 128.
- Jan Van Lanscoet in het Brugs Gemeenteleger, folio’s 173, 173v, 174v, 175, 175v en 179, pagina 179.
- Bouden van Lantscote bij de sceppers of kleermakers, folio’s 196v–201, pagina 188.
Bron: J.F. Verbruggen, Het Gemeenteleger van Brugge van 1338 tot 1340 en de namen van de Weerbare Mannen, uitgave van de Koninklijke Commissie voor Geschiedenis, Brussel.
Soy van Lantscoet als schepen van Maldegem
In een akte uit 1343 wordt Soy van Lantscoet genoemd als schepen van Maldegem. Samen met zijn medeschepenen bekrachtigt hij een overdracht van goederen aan het begijnhof van Maldegem, gevolgd door de teruggave ervan in erfelijke cijns.
Pieter, zoon van Pieter Vaerkins, en zijn echtgenote Margriete dragen twee lijnen land en een vierde deel van een hofstede met gebouwen over. Voor het begijnhof treden Marie, dochter van Gillis Bakker, en Machtild op. Vervolgens ontvangen Pieter en Margriete de goederen terug tegen een jaarlijkse cijns van zes schellingen parisis.
Lees de tekst van de akte in de gedrukte uitgave
De tekst hieronder volgt de aangeleverde afbeelding van bladzijden 148–149. De akte begint in voetnoot (1) onderaan bladzijde 148 en loopt door op bladzijde 149. De weglatingstekens staan reeds in de gedrukte uitgave: dit is dus geen volledige transcriptie van het charter.
Wi Pieter de Moene, Soy van Lantscoet, Wouter, f. Pieters, Jan, f. Dirkins, f. Lambryds, ende Boudene Mertene, scepenen van Maldeghem, in dien tiden als dit was ghedaen, doen te wetene allen den ghenen die dese lettren sullen zien jof horen lesen, dat quamen vor ons als vor scepenen Pieter f. Pieters Vaerkins ende Margriete sijn wettelike wijf ende gaven wettelike ghifte Marien Gillis Bakkers dochter ende Machtilden, f. Gheerards, Verhelen soens, ter Baghinnen hoef van Maldeghem van twee linen lants, ligghende in eenen hoeke an die westzide van Wetsbrouc…. ende van den vierendeele van ter hofsteden ende husinghen, daer sijn moeder, hi ende Colin de Cleerc te dien tiden inwoenende waren, de welke hofstede ende husinghe leghet ende stoen an die noortside van der straeten te Maldeghem, hoofdende ten hooftheinde up die beke……
Pieter ende Margriete vors. die ghinghens wettelike te buten ende Marie ende Machtild vors. die ghinghens wettelike te binnen ter Baghinnen hoef vors., ende si weddets hemlieden te wetten te waerne vri ende quite tieghen elken mensche metter rechter scult, diere hute giet.
Ende aldaer quamen Marie f. Gillis Backers ende Machtild f. Gheerards f. Verhelen vors. ende gaven te eenen wetteliken eweliken ervereliken ceinse Pieter f. Pieters Vaerkins ende Margriete sinen wive dit vorenstaende lant, hofstede ende husinghen, omme sesse scellinghe parisise siaers te gheldene vredelike ende aervelike te elken sente Bavenesse……
In kennessen der waerden hebben wi scepenen vors. dese letteren ghezeghelt met onsen zeghelen ute hanghende. Dit was ghedaen int jaer ons Heren als men screef MCCC drie ende viertich, ’sSondachs na sente Lucas dach.
Leesopmerking: De spelling en afkortingen van de gedrukte tekst zijn zoveel mogelijk behouden. Vors. betekent “voornoemd”. De afkorting f. duidt een afstammingsrelatie aan: zoon of dochter van, afhankelijk van de persoon. De naamconstructie bij Machtild en de opeenvolgende vadersnamen bij Jan vragen nadere controle.
Lees de Nederlandse hertaling en toelichting
Nederlandse hertaling
Wij, Pieter de Moene, Soy van Lantscoet, Wouter, zoon van Pieter, Jan — in de uitgave nader aangeduid als “f. Dirkins, f. Lambryds” — en Boudene Mertene, schepenen van Maldegem ten tijde van deze handeling, maken bekend aan allen die deze brief zullen zien of horen voorlezen, dat voor ons als schepenen zijn verschenen: Pieter, zoon van Pieter Vaerkins, en Margriete, zijn wettige echtgenote.
Zij droegen op rechtsgeldige wijze aan Marie, dochter van Gillis Bakker, en aan Machtild, die optreden voor het begijnhof van Maldegem, twee lijnen land over. Dit land ligt in een hoek aan de westzijde van Wetsbrouc. De gedrukte tekst laat hier een gedeelte weg.
De overdracht omvatte bovendien een vierde deel van de hofstede en de gebouwen waarin Pieters moeder, Pieter zelf en Colin de Cleerc op dat ogenblik woonden. Deze hofstede en gebouwen liggen aan de noordzijde van de straat te Maldegem, met het hoofdeinde aan de beek. Ook hier is een gedeelte weggelaten.
Pieter en Margriete deden op rechtsgeldige wijze afstand van hun rechten op deze goederen. Marie en Machtild werden daarin gesteld ten behoeve van het begijnhof. De overdragers verbonden zich ertoe hen tegen aanspraken van anderen te vrijwaren, met behoud van de rechtmatige lasten die op de goederen rustten.
Vervolgens gaven Marie en Machtild het genoemde land, de hofstede en de gebouwen aan Pieter en zijn vrouw Margriete terug in eeuwigdurende erfelijke cijns. Daarvoor moesten zij jaarlijks zes schellingen parisis betalen, telkens op Sint-Baafsmis. De gedrukte uitgave laat daarna opnieuw tekst weg.
Ter bevestiging van de waarheid hebben wij, de genoemde schepenen, deze brief voorzien van onze aanhangende zegels. Dit werd gedaan in het jaar van onze Heer 1343, op de zondag na Sint-Lucas.
Wat gebeurt er in deze akte?
De akte beschrijft twee opeenvolgende handelingen. Eerst dragen Pieter en Margriete goederen over aan het begijnhof. Daarna krijgen zij die goederen terug in erfelijke cijns, tegen een vaste jaarlijkse betaling. Zo behouden zij erfelijke rechten op de goederen, terwijl het begijnhof er een jaarlijks inkomen uit ontvangt.
“Te buten gaan” betekent hier afstand doen van rechten op het goed. “Te binnen gaan” beschrijft het in die rechten stellen van de verkrijger. Deze uitdrukkingen betreffen de juridische overdracht en betekenen niet noodzakelijk dat de bewoners daadwerkelijk verhuisden.
Een lijn is een oude oppervlaktemaat. Parisis duidt de gebruikte munteenheid of rekenmunt aan. Sint-Baafsmis was de jaarlijkse vervaldag van de hier genoemde cijns.
Betekenis voor de familiegeschiedenis: Soy van Lantscoet treedt op als schepen van Maldegem. Hij bekrachtigt de rechtshandeling, maar wordt niet genoemd als eigenaar, overdrager of verkrijger van de goederen. De akte verstrekt geen nadere gegevens over zijn ouders, echtgenote of kinderen.
Deze vermelding gaat vooraf aan de akten waarin Jan van Lantscoet in 1352 en Jan van Lanscoot in 1374 als schepen worden genoemd. Een verwantschap tussen Soy en deze Jan of Jannen wordt door de aangehaalde teksten niet bewezen.
Bron en opmerking over de datering
Geraadpleegde bron: de aangeleverde afbeelding van een gedrukte publicatie, onderdeel VIII, “Begijnhof van Maldegem”, bladzijden 148–149, voetnoot (1). De volledige boektitel en bibliografische gegevens zijn op deze afbeelding niet zichtbaar.
Onder de akte vermeldt de uitgave: “Charter, berustende bij den heer P. Haelewyck, te Maldegem.” Dit betreft de vermelde bewaarplaats ten tijde van de publicatie; de huidige bewaarplaats is hiermee niet vastgesteld.
Datering: de slotformule luidt “MCCC drie ende viertich, ’sSondachs na sente Lucas dach”. Daarom wordt de akte hier onder 1343 opgenomen. Het jaartal 1345 in de naam van het aangeleverde afbeeldingsbestand is niet overgenomen.
Bronkritische kanttekening: de transcriptie en hertaling zijn gebaseerd op de gedrukte weergave. Het oorspronkelijke charter is niet geraadpleegd. De reeds aanwezige weglatingen zijn niet aangevuld.
Gedrukte bron raadplegen
Google Books — Begijnhof van Maldegem, blz. 148–149: Soy van Lantscoet als schepen →Philips, zoon van Sois van Lanscot — een betwiste oorkonde
Philips f. Sois van Lanscot wordt genoemd als koper van land, renten, huizen en andere goederen van Arnoudt Alverdoe en diens echtgenote Cateline. Later ontstaat twijfel over mogelijke uitkrabbingen of wijzigingen in de oorkonde. De betrokken partijen en de toenmalige Maldegemse schepenen moeten daarom voor de heer en zijn Raad verschijnen.
De afkorting f. staat hier voor filius: Philips wordt uitdrukkelijk aangeduid als zoon van Sois van Lanscot. Deze vadersnaam maakt de vermelding belangrijk voor het onderzoek naar de vroege Maldegemse familie.
Lees de oorspronkelijke tekst
Onderstaande transcriptie is overgenomen van de aangeleverde dossierpagina. De regelafbrekingen en lezingen zijn behouden.
Den bailliu van den Oudschen es ghelast ende bevolen van den heeren weghe, dat hi dach make voor Minhere ende sinen Raad Sondaeghs naer sinte Martins dach naestcommende, in de her- berghe, Janne Spierincs, f. Jans, Philips f. Daniels Cox, Alaerde van der Donc, Wouter Snauwart, Gherard de Zwaef, Weitin Rielant ende Simoen f. Jans, f. Clais, die scepenen waren te Maldeghem, ende coopers ende vercopers, ende allen dengho- nen wient angaen mach, als van eenen charter die de vorseide scepenen gheseghen hebben van eenen cope ende updragheme van zekeren parcelen van lande, van renten, van husinghen ende van anderen sticken, die Arnoudt Alverdoe ende Cateline, sijn wijf, vercochten Philips f. Sois van Lanscot, omme de suspicie, die in den vorseiden charter es, van ra- suren, daermede dat partie segghen dat zij gherau- deert zijn, ende omme andere zaken, omme daerup te spreken metten vorseiden scepenen, ende alle zaken te gronde te slane, ende recht te doene also behooren sal.
Leesopmerking: met name de lezingen “Oudschen”, “gheseghen” en “gheraudeert” verdienen vergelijking met de scan. Ze zijn hier niet stilzwijgend gewijzigd.
Lees de Nederlandse hertaling
De baljuw, in de transcriptie aangeduid als die “van den Oudschen”, krijgt namens de heer opdracht om de betrokkenen te laten verschijnen voor de heer en zijn Raad, op de zondag na de eerstkomende Sint-Maartensdag, in de genoemde herberg of verblijfplaats.
Opgeroepen worden Jan Spierincs, zoon van Jan; Philips, zoon van Daniel Cox; Alaert van der Donc; Wouter Snauwart; Gherard de Zwaef; Weitin Rielant; en Simoen, zoon van Jan, zoon van Clais. Zij waren schepenen te Maldegem. Ook de kopers, verkopers en alle overige belanghebbenden moeten verschijnen.
De zaak betreft een oorkonde waarbij deze schepenen betrokken waren. Daarin was de koop en overdracht vastgelegd van bepaalde percelen land, renten, huizen en andere goederen die Arnoudt Alverdoe en zijn vrouw Cateline hadden verkocht aan Philips, zoon van Sois van Lanscot.
Er bestaat verdenking over uitkrabbingen of wijzigingen in deze oorkonde, waardoor een partij zegt te zijn benadeeld. Ook zijn er andere geschilpunten. Daarom moet de zaak met de genoemde schepenen worden besproken en grondig onderzocht, zodat recht kan worden gedaan zoals het behoort.
Aard van het fragment: dit is een opdracht tot oproeping en onderzoek naar een bestaande oorkonde. Het fragment bevat geen uitspraak over de zaak en bewijst niet dat vervalsing daadwerkelijk is vastgesteld.
Historische duiding, verwantschap en oude termen
Een koopakte wordt onderzocht
De oorspronkelijke transactie omvatte verschillende soorten goederen: land, renten, huizen en andere bezittingen. Het aangehaalde fragment beschrijft de latere juridische behandeling van die transactie. De betrokken schepenen worden opnieuw opgeroepen omdat er twijfel is ontstaan over de oorkonde.
Wie is wie?
- Philips f. Sois van Lanscot: koper van de genoemde goederen; zoon van Sois.
- Sois van Lanscot: genoemd als vader van Philips, zonder eigen optreden in dit fragment.
- Arnoudt Alverdoe en Cateline: echtpaar dat de goederen aan Philips verkocht.
- De genoemde Maldegemse schepenen: betrokken bij de eerdere oorkonde en opgeroepen om over de zaak te worden gehoord.
- De baljuw: belast met het oproepen van de betrokkenen.
- De heer en zijn Raad: voor hen moeten de betrokkenen verschijnen.
Vaststaande verwantschap in de tekst: Philips wordt aangeduid als zoon van Sois van Lanscot.
Nog te onderzoeken: of deze Sois dezelfde persoon is als de Soy die elders als baljuw of schepen van Maldegem wordt vermeld. Ook de gelijkstelling met de naam Zegher volgt niet uit dit fragment zelf.
Verklaring van enkele woorden
- Charter: oorkonde of officieel bewijsstuk.
- Cope: koop.
- Updragheme: overdracht.
- Husinghen: huizen of gebouwen.
- Renten: rechten op periodieke inkomsten.
- Suspicie: verdenking of twijfel.
- Rasuren: uitkrabbingen of verwijderingen van schrift.
- Dach maken: een verschijndag bepalen en de betrokkenen oproepen.
Datering
Het fragment noemt de zondag na de eerstkomende Sint-Maartensdag, maar geen jaartal. De eerdere plaatsing rond 1350 blijft daarom voorlopig, zolang de datering niet aan de hand van de volledige bron is gecontroleerd. De datum van deze oproeping hoeft bovendien niet dezelfde te zijn als die van de verkoop.
Bekijk de bronafbeelding en de verwijzing naar Delpher
De transcriptie is overgenomen van de bestaande dossierpagina. De volledige bronweergave dient als referentie voor controle van de lezingen, de datering en de context.
Belangrijke evolutie in deze eeuw
De veertiende eeuw toont dat de naam niet langer enkel als vroeg naamkundig spoor voorkomt. We zien nu personen met bestuurlijke, militaire, ambachtelijke en juridische functies: hoofdmannen, poorters, schepenen, baljuws en weerbare mannen.
Plaatsnamen
Jan Van Lanscoet
Een vermelding van Jan Van Lanscoet komt voor in de rekeningen van de heerlijkheid Brugge, folio 173 recto, en wordt opgenomen bij De Flou, Woordenboek der Toponymie, pagina 98.
Bronnen en verder lezen
Vermelding raadplegen →Lancscoot in Drongen
In 1347 wordt een vorm Lancscoot vermeld in Drongen.
Bron: Cartulaire historique et généalogique des Artevelde, pagina 276. Indien de juiste pagina niet verschijnt, kan men in het zoekvenster zoeken op lancscoot.
Bronnen en verder lezen
Cartulaire des Artevelde, pagina 276 →Langhescoet in Eksaarde
In 1349 wordt in Eksaarde de plaatsnaam in den Langhescoet vermeld.
Bron: Gysseling 1956, pagina 96; en Frans Debrabandere, Woordenboek van de Familienamen, pagina 835.
Daniel van Bracle, heer van Lantschoot
Rond 1350 wordt ook verwezen naar Daniel van Bracle, heer van Lantschoot, die in 1400 zou overlijden. Deze vermelding hoort bij de plaatsnaam- en heerlijkheidscontext en moet afzonderlijk worden onderzocht.
Lanschoetsbusch in Beernem
Een latere plaatsnaamvermelding uit 1555 noemt in Beernem, ten westen van de kerk, bij de Bromstraete, de Lanschoetsbusch.
Bron: Charters Blauwe nrs., Rijksarchief Brugge, nr. 10247.
Opmerking bij de plaatsnamen
Niet elke plaatsnaam met -schoot verwijst rechtstreeks naar de familie Van Landschoot. Toch zijn deze plaatsnamen belangrijk, omdat zij het naamkundige landschap tonen waarbinnen de familienaam en haar varianten voorkomen.
Belangrijkste bronnen en verwijzingen:
- De Flou, Woordenboek der Toponymie, pagina 98.
- Inventaris Archief Brugge, I, 90.
- Cartulaire de l’ancienne estaple de Bruges, 1904, pagina 138.
- De rekeningen van de stad Brugge, 1280–1319.
- Edward Gailliard en Louis Gilliodts-Van Severen, Inventaire des archives de la ville de Bruges, 1878.
- Brugge, Archief O.C.M.W., Fonds Sint-Janshospitaal, charters, nr. 845.
- J.F. Verbruggen, Het Gemeenteleger van Brugge van 1338 tot 1340 en de namen van de Weerbare Mannen.
- Geschiedenis gemeenten van België, Arrondissement Eeklo, pagina 148/149.
- Bouc van der Audiencie, 14de eeuw.
- Rijksarchief Brugge, Charters Blauwe nrs., nr. 10247.
English
Español
Français