In de verg. van 8 Dec. toonde hij drie merkwaardige, nog niet opgehelderde penningen van het kabinet der Leidsche Hoogeschool:
het 3de was: Een ovalen, zilveren zwaar vergulden penning (waarover zie Leidsche Cour. 7 Dec. 1859 bl. 1), met het borstbeeld en wapen van Prins Maurits, onder den schouder het jaartal 1615, en hangende aan eenen fraai gewerkten zwaren gouden ketting. Dergelijke penningen met ketens werden gegeven voor bijzondere verdiensten in krijgs- of zeezaken. De penning is bij van Loon, II. 87. op 1613 afgebeeld. Hij had behoord aan iemand uit het geslacht der Landschotten, en was in O. Indië aangekocht door den Gouverneur-generaal Pahud, uit de Bataviasche Weeskamer.
Bron: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1860 pagina 56 - DBNL

Des obsidionales d'Alkmaar, de Harlem, de Middelbourg, de Zierikzee, d'Amsterdam, de Breda, de Maastricht, etc.; les superbes m?dailles d'Hippolyte Gonzaga, de Douza, de Serooskerke, celle sur la mort de Philippe II(m?daille cisel?e, exemplaire unique et bien digne d'?tre vu), des m?dailles du stadhouder Maurice de Nassau, dont une attach?e ? une superbe cha?ne d'or et accompagn?e de la notice suivante :
? Dese penning moet overgaan aan d'oudste der familie,
? alsoo de naam van de van Landschotten afkomstig is van prins
? Maurits, en dese penning altoos streckende t?t een gedag-
? tenis der heldendaden ten dienste van prins Maurits in den
? spaanschen oorlog uytgevoerd.?

La famille des Landschot s'est ?teinte ? Batavia, aux Indes.
(bron: Revue de la numismatique belge - Pagina 381 door Soci?t? de numismatique belge - 1861 (googlebooks))