Dom Ildefons Lanslots — Paspoortaanvraag in 1915

In augustus 1915 vroeg Dom Ildefons Lanslots als genaturaliseerd Amerikaans staatsburger een paspoort aan. Dit document geeft een zeldzaam inkijkje in zijn identiteit, zijn reisplannen en zijn missionaire opdracht in een wereld die inmiddels door oorlog was ontwricht.

Een man op doorreis tussen continenten

In de zomer van 1915, midden in een wereld die door de Eerste Wereldoorlog was ontregeld, diende Dom Ildefons Lanslots in de Verenigde Staten een aanvraag in voor een paspoort. Het document werd opgesteld terwijl hij zich verbond voelde met meerdere werelden tegelijk: geboren in de Lage Landen, gevormd in Affligem, genaturaliseerd in Amerika en geroepen tot zijn missie in Noord-Transvaal.

In zijn aanvraag verklaarde hij dat hij geboren was op 11 februari 1859 te Sprundel, Holland. Hij verwees ook naar zijn overtocht naar Amerika, waarbij hij vanuit Antwerpen naar New York was gereisd aan boord van de Westernland. Sindsdien had hij gedurende lange tijd in de Verenigde Staten verbleven, vooral in Oklahoma, waar hij in de katholieke gemeenschap een bekende en geziene figuur was geworden.

Zijn naturalisatie tot Amerikaans staatsburger vond plaats op 13 juni 1903 voor de rechtbank van Oklahoma County. In de paspoortaanvraag bevestigde hij uitdrukkelijk dat hij dezelfde persoon was als vermeld in het naturalisatiecertificaat, en dat de Verenigde Staten voor hem een vast juridisch thuis waren geworden. Toch bleef zijn blik gericht op zijn religieuze roeping overzee.

Als doel van zijn reis noemde hij twee zaken: een bezoek aan Holland om familie te zien, en religieus werk in Zuid-Afrika.

Daarmee krijgt deze aanvraag een bijzonder menselijk karakter. Achter de formele taal van de administratie verschijnt een man die niet enkel reisde uit plicht, maar ook uit verbondenheid: met zijn familie in Europa, met zijn missie in Afrika en met de geloofsgemeenschap die hij diende. Zijn paspoort was dus niet zomaar een reisdocument, maar een schakel in een leven dat zich over meerdere continenten uitstrekte.

Het document bevat bovendien een zeldzame fysieke beschrijving van Dom Ildefons. Hij was op dat ogenblik 56 jaar oud, ongeveer vijf voet en zes duim groot, met grijs haar, een hoog voorhoofd, bruine ogen achter een bril, een rechte neus, een kleine mond, een rond kinprofiel en een vol gelaat. Zijn huid werd omschreven als ruddy, wat wijst op een gezonde, roodachtige teint.

Ook de getuige in de aanvraag krijgt een plaats in het verhaal. Charles S. Lusk uit Somerset, Maryland, bevestigde onder eed dat hij Dom Ildefons reeds tien jaar persoonlijk kende en hem zonder twijfel identificeerde als de persoon die in het naturalisatiecertificaat werd genoemd. Zo krijgt de aanvraag niet alleen een administratieve, maar ook een sociale bedding: Ildefons was geen onbekende passant, maar iemand die in de Verenigde Staten een netwerk en reputatie had opgebouwd.

Onderaan de aanvraag werd een pasfoto bevestigd. Daarop kijkt Dom Ildefons ernstig en recht vooruit, in priesterkleding, waardig en vastberaden. Het is een beeld dat goed past bij het document zelf: een momentopname van een benedictijn die zijn leven in dienst stelde van zijn geloof, en die ondanks alle afstanden steeds opnieuw bereid bleef om te vertrekken.